West Highland Way in 7 etappes
ESTHER WINK
De West Highland Way is de bekendste meerdaagse wandelroute van Schotland, en ook de oudste. In 1980 werd het de allereerste officiële langeafstandsroute van het land. In ongeveer 154 kilometer (96 miles) wandel je van Milngavie, net buiten Glasgow, naar Fort William aan de voet van de Ben Nevis. Onderweg zie je het landschap met de dag ruiger worden. Je steekt via Conic Hill de grens over tussen de Lowlands en de Highlands, loopt urenlang langs de oevers van Loch Lomond, trekt over het uitgestrekte Rannoch Moor en klimt via de beruchte Devil’s Staircase naar het hoogste punt van de route. De meeste wandelaars doen er 6 tot 8 dagen over.
In de derde week van september liepen mijn moeder en ik de West Highland Way in 7 dagen. We liepen van zuid naar noord, de klassieke richting: zo worden de bergen elke dag hoger en heb je de wind meestal in je rug. We droegen onze eigen bagage en sliepen onderweg in hotels, een hostel en een B&B. Het werd een week met lange dagen, herfstzon, mist, regen en regenbogen. Wat een fantastische tocht!
In deze blog deel ik onze etappes, overnachtingen en ervaringen op de West Highland Way, en alle praktische tips voor je eigen voorbereiding.
De West Highland Way in het kort
De West Highland Way vraagt om een goede voorbereiding. Hoeveel dagen trek je ervoor uit, wat is de zwaarste etappe en waar kun je onderweg overnachten? Hieronder de belangrijkste praktische informatie op een rij, zodat je goed voorbereid aan je wandelavontuur begint.
- Afstand: ongeveer 154 kilometer (96 miles)
- Start en finish: Milngavie (bij Glasgow) en Fort William
- Aantal dagen: 6 tot 8, wij liepen hem in 7 dagen
- Hoogste punt: de Devil’s Staircase, zo’n 550 meter
- Langste etappe in ons schema: Tyndrum naar Kingshouse, 30 kilometer
- Markering: een distel in een zeshoek
- Beste periode: april tot en met september
- Overnachten: hostels, campings, hotels en B&B’s, ruim van tevoren boeken
Dag 0: aankomst in Glasgow
Glasgow ligt vanaf Amsterdam op ongeveer anderhalf uur vliegen. Schotland loopt een uur achter op Nederland. Wij landden laat in de avond en sliepen de eerste nacht vlak bij het vliegveld.
Je kunt ook in het centrum van Glasgow of in Milngavie zelf overnachten. Dan sta je de volgende ochtend meteen aan de start.
Van Glasgow Airport ben je met de taxi (bijvoorbeeld Uber) in zo’n 20 tot 25 minuten in Milngavie (ongeveer £25 tot £35). Met het openbaar vervoer neem je eerst de bus naar het centrum van Glasgow en daarna de trein naar Milngavie. Reken dan op een uur tot anderhalf uur.
Tip: wij boekten de Holiday Inn Express bij Glasgow Airport voor de eerste en laatste nacht, zodat we een tas met bagage die we tijdens de wandeling niet nodig hadden (reiskleding, sneakers, laptop) konden achterlaten bij het hotel.
Let op: sinds 2025 heb je als Nederlander een ETA (Electronic Travel Authorisation) nodig om naar het Verenigd Koninkrijk te reizen. Je vraagt hem online of via de UK ETA-app aan en hij kost £20 (2026). Doe dit op tijd want de beoordeling kan tot drie werkdagen duren.
Dag 1: Milngavie – Drymen (19 km)
Mijn moeder en ik zijn in Schotland om samen in 7 dagen de West Highland Way naar Fort William te lopen! Na een korte nacht en een goedgevuld ontbijt in ons hotel bij Glasgow Airport starten we bij de obelisk in het centrum van Milngavie, het officiële startpunt van de route.
Al snel wandelen we over heuvelachtige paden door de bossen van Mugdock Country Park en langs het meertje Craigallian Loch. Halverwege opent het landschap zich en zien we de eerste hoge, kale toppen van Schotland: de Campsie Fells en de markante heuvel Dumgoyne. We hebben geluk met het weer en genieten zelfs nog van een warm herfstzonnetje.
De laatste kilometers lopen we over rechte paden langs schapenvelden, langs de whiskystokerij Glengoyne (waar je ook een rondleiding kunt doen) en over de rivier de Endrick Water bij Gartness. Tot slot nog even klimmen naar Drymen, waar we mogen bijkomen in ons fijne hotel The Winnock.
De eerste etappe is een fijne opwarmer: weinig hoogtemeters en goed begaanbare paden, zodat je rustig kunt wennen aan je rugzak. Let op: de route loopt langs de rand van Drymen, dus naar het centrum van het dorp loop je nog zo’n 800 meter extra. Daar vind je ook The Clachan Inn, een van de oudste pubs van Schotland.
Tip: doe in Milngavie nog even boodschappen voor onderweg. Er zitten een paar supermarkten in het centrum, vlak bij de start. Water bijvullen kan ongeveer halverwege de etappe, bij een waterpunt vlak na het huisje Haste Ye Back in Blanefield.
Tip: het Buchanan Arms Hotel heeft een verwarmd zwembad en sauna, die je als gast gratis kunt gebruiken. Maar ook als je in The Winnock slaapt, kun je van de spa van dit hotel gebruikmaken. Wij wisten dit niet, maar hoorden het de volgende ochtend van de medewerker van de SPAR. Zonde! Vraag er bij het inchecken even naar bij de receptie, want na al dat wandelen is een sauna geen straf.
Dag 2: Drymen – Rowardennan (24 km)
We starten de dag met een klim langs schapenvelden en lopen daarna door het prachtige Garadhban Forest. Het is mistig, maar dat maakt de sfeer alleen maar magischer. Hier stappen we ook Loch Lomond & The Trossachs National Park binnen. Onderweg komen we de eerste koeien tegen die rustig op het pad staan, waarna we beginnen aan de eerste pittige klim: Conic Hill. Deze heuvel van zo’n 360 meter ligt precies op de grens tussen de Lowlands en de Highlands. Het pad gaat niet helemaal naar de top, maar wel flink omhoog, en daarna net zo steil weer naar beneden richting Balmaha. Door de mist zien we helaas vrij weinig van het uitzicht over Loch Lomond en de eilandjes in het meer, maar de route blijft magisch mooi.
In Balmaha is het tijd voor koffie en even opwarmen bij St Mocha Coffee Shop. Daarna voert de route ons over kronkelige paden door de bossen en langs de oevers van Loch Lomond, waarbij het pad steeds een stukje op en af gaat. Na een tijdje voelt de wandeling eindeloos en lijkt Rowardennan maar niet dichterbij te komen. Gelukkig duikt dan onze slaapplek op: Rowardennan Lodge Youth Hostel, op een fantastische locatie direct aan Loch Lomond. We krijgen hier heerlijk avondeten en duiken daarna ons bedje in.
Tip: het diner is erg goed bij het hostel, boek het zeker bij! In Rowardennan zijn verder weinig voorzieningen. Balmaha, na zo’n 12 kilometer, is de beste plek van de dag voor koffie of een warme lunch.
Dag 3: Rowardennan – Inverarnan (22 km)
Deze dag staat volledig in het teken van meren, watervallen en heel veel kronkelpaadjes door de groenste bossen. Het is ook de dag dat we helemaal lek geprikt worden door de beruchte Schotse midges: piepkleine steekmugjes die vooral op vochtige, windstille dagen bij het water toeslaan. Door het klamme weer lopen we in t-shirt, en dat merken we.
Dit stuk langs de oostoever van Loch Lomond is een van de langzaamste etappes van de hele West Highland Way. Het pad gaat continu op en af en we klauteren over rotsen en boomwortels. Niet voor niets wordt het ook wel de “torturous route” genoemd. Toch is het een werkelijk prachtige route en genieten we volop van dit geweldige landschap.
Halverwege, na ongeveer 11 kilometer, stoppen we in het plaatsje Inversnaid bij de bruisende Inversnaid Falls. Bij het Inversnaid Hotel kun je lunchen of iets drinken, maar mag je ook gewoon binnen opwarmen en je eigen eten meenemen (enige voorwaarde is dat je je schoenen uittrekt in de hal). Daarna voert de route ons weer het bos in, langs de grot van de Schotse volksheld Rob Roy. Het laatste uur brengt het pad ons over de heuvels boven Ardleish, langs het meertje Dubh Lochan, en daarna naar beneden naar Inverarnan, waar we na meer dan 10 uur wandelen aankomen. Hier overnachten en eten we in de gezellige Drovers Inn, een eeuwenoude herberg uit 1705.
Tip: vlak nadat je Rowardennan uitloopt, staat aan het begin van de etappe een honesty box met gekookte eieren, kaasbroodjes, eiwitrepen en andere snacks. Maak er zeker gebruik van! Neem wel wat contant geld mee.
Tip: reken op een lange dag en vertrek op tijd. Na Inversnaid kom je tot Inverarnan geen café of winkel meer tegen, dus neem genoeg eten en water mee. Een muggennetje en een lange broek zijn hier geen overbodige luxe.
Tip: slaap je in de Drovers Inn? Reserveer je tafel voor het diner dan bij het inchecken. Hotelgasten krijgen voorrang tussen 18:00 en 20:00.
Dag 4: Inverarnan – Tyndrum (19 km)
Na een ontbijtje in de gezellige Drovers Inn vertrekken we vroeg voor onze volgende etappe, richting Tyndrum. De lichamelijke vermoeidheid slaat flink toe. Gelukkig is deze etappe een stuk lichter dan de vorige twee dagen.
Het eerste gedeelte vanuit Inverarnan is een afwisseling van kronkelpaden langs beekjes en kolkende rivieren, waaronder de indrukwekkende Falls of Falloch, en brede paden door Glen Falloch met weidse uitzichten op de eerste echte bergen van Schotland. Het is helder weer, wat alles nog indrukwekkender maakt. Halverwege besluiten we Crianlarich over te slaan (een optionele stop iets van de route af) en klimmen we verder omhoog over de heuvelflank boven het dorp, met nog meer prachtige vergezichten op onder andere Ben More.
Al snel dalen we af door het bos en lopen we over een vlak pad langs schapenvelden door de vallei Strathfillan, langs de ruïne van St Fillan’s Priory. De laatste kilometers voeren ons door een prachtig heidelandschap, langs het meertje Lochan of the Lost Sword, waar Robert the Bruce volgens de legende zijn zwaard in gooide. Maar eerlijk is eerlijk: het is lastig daarvan te genieten als je bijna niet meer kunt lopen van vermoeidheid.
Na 19 kilometer wandelen kunnen we inchecken in ons comfortabele hotel Muthu Ben Doran, waar we eerst een welverdiend warm bad nemen en ’s avonds aanschuiven bij een heerlijk buffet.
Tip: bestel het buffet in de avond! En doe in Tyndrum boodschappen voor de komende twee dagen, bijvoorbeeld bij The Green Welly Stop. Op de lange etappe naar Kingshouse kom je langs Bridge of Orchy en het Inveroran Hotel, en tussen Kingshouse en Kinlochleven is niets.
Tip: wil je de volgende ochtend vroeg vertrekken voor de lange etappe naar Kingshouse? Vraag dan bij de receptie om een ontbijtpakket. Muthu Ben Doran maakt die op verzoek klaar.
Dag 5: Tyndrum – Kingshouse (30 km)
We staan nog wat vroeger op en beginnen uitgerust en enthousiast aan de langste en meest gevreesde etappe: 30 kilometer van Tyndrum naar het Kingshouse Hotel, aan de rand van Glen Coe. Het eerste gedeelte is voornamelijk vlak, over de oude militaire weg langs de spoorlijn, met de indrukwekkende kegelvormige berg Beinn Dòrain naast ons. Heerlijk, want zo kunnen we makkelijk kilometers maken!
Onze eerste stop is het dorpje Bridge of Orchy, na zo’n 11 kilometer, waar we even opwarmen en genieten van een heerlijke kop koffie bij 60 MILE INN. We steken de beroemde 18e-eeuwse brug over de rivier de Orchy over en beginnen dan aan onze eerste klim over de heuvel Mam Carraigh, waar we worden beloond met prachtige vergezichten over Loch Tulla. We komen veel minder wandelaars tegen dan de eerdere dagen (waarschijnlijk omdat velen deze etappe opsplitsen), wat heerlijk rustig is.
We dalen geleidelijk af en zien het Inveroran Hotel, onze tweede stop, al in de verte liggen. We zijn er nog lang niet, dus wandelen we snel verder langs de bossen en daarna over het uitgestrekte, woeste Rannoch Moor. Dit is een van de meest afgelegen stukken van de route: ruim 15 kilometer veen, heide en meertjes, zonder huizen, bomen of andere beschutting. Hier blijven we de laatste uren niet droog en lopen we stevig door (gelukkig met de wind in onze rug) richting onze eindbestemming: het Kingshouse Hotel, aan de voet van de machtige Buachaille Etive Mòr. Een heerlijke, luxe accommodatie die echt als een beloning voelt na zoveel kilometers lopen.
Tip: vind je 30 kilometer op één dag te veel? Splits deze etappe dan op en overnacht in het Bridge of Orchy Hotel, in een luxe pod met hottub bij 60 Mile Inn of in het Inveroran Hotel. Loop je hem in één keer? Vertrek dan vroeg en neem genoeg eten en water mee.
Op Rannoch Moor is geen enkele beschutting, dus zorg dat je regenkleding bovenin je rugzak zit.
Tip: het Kingshouse Hotel heeft naast hotelkamers ook een bunkhouse. Een alternatief zijn de microlodges en de camping van Glencoe Mountain Resort, vlak bij de route kort voor Kingshouse.
Dag 6: Kingshouse – Kinlochleven (14 km)
Vandaag staat de kortste etappe van de West Highland Way op het programma, dus we slapen voor het eerst uit en nemen een uitgebreid ontbijt in het Kingshouse Hotel. Rond 10 uur vertrekken we richting Altnafeadh. De eerste anderhalf uur zijn redelijk vlak en lopen we langs de hoofdweg, maar met fantastische uitzichten op de machtige Buachaille Etive Mòr en de ingang van de vallei Glen Coe.
Dan volgt de beruchte klim: de Devil’s Staircase, een zigzaggend pad van zo’n 250 meter klimmen naar 550 meter hoogte, het hoogste punt van de hele West Highland Way! Het pad werd in de 18e eeuw aangelegd als militaire weg, en de soldaten die hier het bouwmateriaal naar boven moesten sjouwen, gaven het zijn duivelse bijnaam. Op de top genieten we van de panoramische uitzichten en voelt het echt alsof we hoog in de bergen wandelen.
We nemen de tijd om rustig af te dalen, want de afdaling naar Kinlochleven, dat aan zee ligt, is lang. Onderweg genieten we van de uitzichten op de bergketen de Mamores en het stuwmeer Blackwater Reservoir. Dit meer werd begin vorige eeuw aangelegd om stroom te leveren aan de aluminiumfabriek in Kinlochleven. Op een paar korte regenbuien na komt de zon vaak tevoorschijn vandaag. Wat een geluk!
Al snel zien we onze eindbestemming, het dorp Kinlochleven, in het dal aan Loch Leven verschijnen. We checken in bij onze knusse B&B Bank House, waar we een heerlijk diner opgediend krijgen.
Tip: tussen Kingshouse en Kinlochleven zijn geen winkels, cafés of waterpunten. Neem dus je lunch en voldoende water mee. Die kun je al in Tyndrum kopen, of je bestelt een lunchpakket bij het Kingshouse Hotel (£12,50 per persoon in 2026). In Kinlochleven zijn maar een paar restaurants, dus reserveer je diner op tijd. Slaap je in Bank House? Daar bestel je het diner vooraf en betaal je contant. In de Co-op in het dorp kun je meteen je lunch voor de laatste etappe kopen.
Dag 7: Kinlochleven – Fort William (24,5 km)
De laatste etappe is aangebroken! Hoewel het voelt alsof we er al bijna zijn, liggen er nog 24,5 kilometer voor ons. Na een vroeg ontbijt bij Bank House laten we Kinlochleven achter ons, meteen met de grootste klim van de dag: zo’n 250 meter omhoog. Daarna lopen we grotendeels vlak over de oude militaire weg door de Lairig Mòr, een prachtig, uitgestrekt niemandsland. Zon en regen wisselen elkaar af, met zelfs een dubbele regenboog. We liggen goed op schema en nemen een uitgebreide pauze in de zon.
Na een tijdje lopen we langs de eerste bossen en over paden die in beekjes zijn veranderd, tot we beseffen dat we er nog lang niet zijn. De vermoeidheid slaat toe en ons brein speelt een spelletje met ons. Nemen we de kortere weg naar Fort William of het kronkelige wandelpad dat een uur langer duurt, terwijl we ook nog een bus moeten halen? We kiezen toch voor de officiële route en hebben geen spijt: de uitzichten op Glen Nevis en de Ben Nevis, met 1345 meter de hoogste berg van Groot-Brittannië, zijn prachtig. Na een laatste zware klim door Nevis Forest dalen we af over een breed pad.
De laatste kilometers richting Fort William voelen eindeloos en ons lichaam doet overal pijn. En dan zien we het eindpunt van de West Highland Way en kunnen we ons geluk niet op. We hebben het gehaald! Het officiële eindpunt ligt op Gordon Square, aan het einde van de winkelstraat van Fort William. Hier staat een beeld van een wandelaar op een bankje, met één schoen uit en zichtbaar pijnlijke voeten.
Na een late lunch nemen we de elektrische Ember-bus naar Glasgow Airport en rijden we in 2,5 uur terug langs de landschappen en dorpen waar we de afgelopen 7 dagen doorheen liepen. Bizar! Na nog een nacht in het hotel bij het vliegveld vliegen we relaxed terug naar Amsterdam.
Tip: ook op deze etappe kom je onderweg niets tegen. Vul je waterflessen in Kinlochleven en neem je lunch mee. Moet je na afloop nog een bus of trein halen? Vertrek dan op tijd, want de laatste kilometers duren langer dan je denkt.
Tip: wil je na de laatste etappe nog een nacht in Fort William blijven, bijvoorbeeld voor de Jacobite-stoomtrein? Dan heb je daar volop keuze, van hostels tot hotels.
Hoe reis je terug van Fort William naar Glasgow?
Na de West Highland Way moet je vanuit Fort William weer terug naar Glasgow of de luchthaven. Je hebt verschillende opties, afhankelijk van je budget en hoeveel tijd je hebt. Dit zijn de mogelijkheden:
- Bus: de elektrische Ember-bus rijdt van Fort William naar Glasgow, ook rechtstreeks naar Glasgow Airport. Wij deden er 2,5 uur over. Scottish Citylink rijdt meerdere keren per dag van Fort William naar Glasgow Buchanan Bus Station, in ongeveer 3 uur. Let op: toen wij keken, reden alleen de Citylink-bussen van 11:40 en 13:40 door naar Glasgow Airport. Latere bussen stoppen bij Buchanan Bus Station, en dan moet je nog overstappen naar het vliegveld. Daarom kozen wij voor de Ember-bus. Boek je ticket vooraf via ember.to of citylink.co.uk.
- Trein: ScotRail rijdt van Fort William naar Glasgow Queen Street in ongeveer 4 uur, over de West Highland Line. Dit is een van de mooiste treinroutes van Groot-Brittannië, en je rijdt deels door hetzelfde landschap waar je net doorheen liep, inclusief Rannoch Moor. Tickets via scotrail.co.uk.
- De Harry Potter-trein: de bekende Jacobite-stoomtrein rijdt niet naar Glasgow, maar van Fort William naar Mallaig, over het Glenfinnan Viaduct uit de Harry Potter-films. Een leuk extraatje na je wandeling, maar plan er dan wel een extra nacht in Fort William voor. De trein rijdt alleen in het seizoen (ongeveer april tot en met oktober) en is vaak lang van tevoren uitverkocht. Tickets via westcoastrailways.co.uk.
Hoe zwaar is de West Highland Way?
De West Highland Way is geen technische bergwandeling. Je hebt geen klimervaring nodig en de paden zijn over het algemeen goed begaanbaar. Toch moet je hem niet onderschatten: het zijn lange dagen, en al dat klimmen en dalen telt bij elkaar op. Wij vonden dag 3 langs de rotsige oever van Loch Lomond het zwaarst, met meer dan 10 uur wandelen. Ook de laatste etappe naar Fort William ging flink in de benen zitten. De gevreesde 30 kilometer over Rannoch Moor viel ons juist reuze mee, omdat je daar grotendeels over een brede, oude militaire weg loopt.
Zorg dus voor een goede basisconditie en maak van tevoren een paar flinke oefenwandelingen met je volle rugzak. Dan weet je ook meteen of je schoenen, sokken en rugzak goed zitten.
Wat is de beste tijd om de West Highland Way te lopen?
De West Highland Way loop je het beste tussen april en eind september. Mei en september zijn de populairste maanden: de dagen zijn lang, de temperaturen aangenaam en er zijn minder midges dan midden in de zomer. In juni, juli en augustus zijn de midges op hun ergst. Vanaf half oktober worden de dagen een stuk korter, wordt het weer onvoorspelbaarder en is bagagevervoer niet meer overal mogelijk.
Wij liepen de West Highland Way in de derde week van september, zodat de kans op midges kleiner was en de temperaturen nog aangenaam zijn om te wandelen. Dat pakte goed uit, maar een garantie is het niet. Op een klamme, windstille dag langs Loch Lomond werden we alsnog flink lekgeprikt. Midges hangen meer af van het weer dan van de kalender, dus neem in elke maand een muggennetje en anti-muggenspray mee.
In de derde week van september komt de zon op rond 07:00 en gaat hij onder tussen 19:10 en 19:30. Je hebt dus zo’n twaalf uur daglicht, ruim genoeg voor de langste etappes. Overdag is het meestal tussen de 13 en 18 graden.
En het weer? Reken in Schotland in elk seizoen op regen. Wij hadden in één week van alles: warme herfstzon op de eerste dag, mist op Conic Hill, een natte middag op Rannoch Moor en een dubbele regenboog op de laatste dag.
Overnachten langs de West Highland Way
Langs de hele route vind je verschillende soorten accommodaties, van kampeerplekken tot luxe hotels. Wij kozen voor een mix en sliepen onderweg in vier hotels, een hostel en een B&B.
- Hostels: betaalbaar en gezellig, vaak met privékamers en de mogelijkheid om te ontbijten en te dineren. Bijvoorbeeld Rowardennan Lodge Youth Hostel aan Loch Lomond en Blackwater Hostel in Kinlochleven.
- Campings: langs de hele route, bijvoorbeeld Beinglas Farm in Inverarnan, By The Way in Tyndrum en Glencoe Mountain Resort bij Kingshouse. Wil je geen tent meesjouwen? Sommige campings hebben ook kampeerhutjes, zoals de microlodges van Glencoe Mountain Resort. Wildkamperen mag in Schotland, maar in de Camping Management Zones van Loch Lomond & The Trossachs National Park (waaronder de oostoever van Loch Lomond) heb je van 1 maart tot en met 30 september een vergunning nodig.
- Hotels en herbergen: langs de route liggen een paar historische herbergen waar vroeger veedrijvers en reizigers overnachtten, zoals de Drovers Inn, het Inveroran Hotel en het Kingshouse Hotel. Een echte ervaring!
- B&B’s: persoonlijk en knus, vaak met een uitgebreid Schots ontbijt. Wij sliepen in Kinlochleven in B&B Bank House.
Tip: sommige hotels, zoals The Winnock, Muthu Ben Doran en het Kingshouse Hotel, hebben een badkamer met bad. Na een lange dag wandelen is het heerlijk om je spieren te laten ontspannen in een warm bad! Vraag bij het boeken even of je kamer een bad heeft.
Op de kaart hieronder zie je alle overnachtingsplekken van onze etappes. Zoom in op een dorp om de accommodaties en actuele prijzen te bekijken.
Wanneer moet je boeken?
Deze route is erg populair. Ik raad je aan om minstens 6 maanden van tevoren je accommodaties vast te leggen, zeker als je in mei of september loopt. In Rowardennan, Kinlochleven en Kingshouse zijn weinig accommodaties en die raken snel vol. Boek ook je diner op tijd, want in de kleine dorpjes zijn maar een paar plekken om te eten.
Bagagevervoer of zelf je rugzak dragen?
Wij droegen onze eigen bagage. Mijn rugzak woog tussen de 7,5 en 9 kilo, inclusief eten en water. Dat is goed te doen, maar je voelt het wel wanneer je klimt en op de laatste kilometers van een etappe. Hier waren onze wandelstokken echt goud waard.
Wil je liever met alleen een dagrugzakje lopen? Dan kun je je bagage elke dag laten vervoeren naar je volgende accommodatie. Travel-Lite brengt je tas bijvoorbeeld van Milngavie naar Fort William, voor £70 per tas voor de hele route (2026). Dit kan van eind maart tot half oktober. Boek dit ruim van tevoren.
Eten en drinken onderweg
Tijdens de West Highland Way is het handig om vooraf na te denken over eten en drinken. Je komt niet elke dag winkels of horecagelegenheden tegen, dus het is slim om te weten waar je onderweg iets kunt kopen en wanneer je zelf eten en voldoende water moet meenemen.
- Ontbijt en diner krijg je meestal in je hotel of in de pub in het dorp.
- Lunch: op een aantal etappes kom je onderweg een café of hotel tegen, zoals in Balmaha (dag 2), Inversnaid (dag 3) en Bridge of Orchy en Inveroran (dag 5). Op dag 6 en 7 is er onderweg niets. Neem dan je lunch mee uit Kingshouse en Kinlochleven.
- Water: neem minimaal 1,5-2 liter mee en vul bij waar het kan. Drink liever niet zomaar uit beekjes, want langs grote delen van de route grazen schapen en koeien.
- Honesty boxes: langs de route staan hier en daar kraampjes met snacks en drinken, waar je zelf geld in een bakje doet. Neem daarom altijd wat contant geld mee. Ook sommige B&B’s willen contant betaald worden. Een goede staat bijvoorbeeld vlak buiten Rowardennan.
- Dieetwensen: mail je hotel of hostel van tevoren. De meeste accommodaties denken graag met je mee.
Is de route duidelijk aangegeven?
De route is uitstekend gemarkeerd. Het is vrijwel onmogelijk om te verdwalen of mis te lopen. Je herkent de West Highland Way aan het logo van een distel in een zeshoek, op paaltjes en bordjes langs de hele route. Alleen op dag 1 wordt vaker aangegeven hoeveel miles het nog lopen is, daarna niet meer. Als back-up kun je altijd offline kaarten van het gebied downloaden (ik gebruik Maps.me), ook om te zien hoe lang het nog duurt tot de eindbestemming. In Maps.me staat het pad van de West Highland Way zelfs op de kaart aangegeven, dus je ziet meteen of je nog op de route loopt.
Wat neem je mee?
Een goede uitrusting maakt een groot verschil tijdens de West Highland Way. Je krijgt te maken met lange wandeldagen, flinke hoogteverschillen en typisch Schots weer, waarbij zon, regen en kou elkaar snel kunnen afwisselen. Dit zijn de spullen die wij meenamen en die we achteraf zeker aanraden.
-
Wandelstokken: wij vonden deze essentieel, zeker als je je eigen bagage draagt, en bij het klimmen en dalen. We gebruikten ze op bijna de hele route en hadden bij het dalen geen last van onze knieën. Omdat je geen wandelstokken mee mag nemen als handbagage, bestelden wij 2 paar goedkope wandelstokken via de webshop van Decathlon UK en lieten deze een paar dagen voor aankomst in Glasgow bij ons eerste hotel bezorgen.
-
Goede regenjas en regenbroek: in Schotland kan het urenlang regenen, en een jas die een korte bui prima aankan, kan het na een paar uur alsnog opgeven. Kies een jas met een waterkolom van minimaal 10.000 mm, liever 20.000 mm. Zelf liep ik met een regenjas van 20.000 mm.
-
Regenhoes en drybags: een regenhoes over je rugzak en je spullen in drybags, zodat alles droog blijft.
-
Warme laagjes: een fleece of donsjasje voor koude ochtenden en avonden.
-
Muts en wanten: het weer kan ineens omslaan.
-
Sportshirts: van synthetisch materiaal of merinowol. Die drogen snel en kun je een paar keer dragen zonder dat ze gaan ruiken.
-
Een legging en/of een lichtgewicht wandelbroek: ik wisselde die twee af. Werd het echt koud, dan kon ik de wandelbroek over mijn legging aantrekken, en de regenbroek daar nog overheen.
-
Muggennetje en anti-muggenspray: zelfs in september (zie dag 3!).
-
Tekentang: teken zitten vooral in het hoge gras en de varens langs de route.
-
Blarenpleisters en tape
-
Waterflessen: totaal ongeveer 2 liter, afhankelijk van de buitentemperaturen
-
Contant geld: in Schotland kun je bijna overal contactloos betalen, maar voor de honesty boxes en sommige B&B’s heb je contant geld nodig. Pin op Glasgow Airport of in Milngavie, want na Tyndrum zijn er nauwelijks geldautomaten en in Kinlochleven kun je er niet op rekenen. Bij de Co-op kun je meestal wel geld opnemen bij een aankoop.
-
Wereldstekker: in het Verenigd Koninkrijk heb je een stekker van type G nodig.
-
Magnesium: voor de spieren.
Wat laat je thuis?
Niet alles wat je normaal tijdens een wandeling draagt of meeneemt, is even handig op de West Highland Way. Deze spullen zouden wij de volgende keer thuislaten.
- Korte broek: vanwege de teken, midges, de modder en regelmatige regenbuien. We zagen wel een aantal wandelaars in korte broek, maar wij zouden dit zelf niet aanbevelen in deze tijd van het jaar.
- Katoenen kleding: katoen droogt langzaam en kan na een dag wandelen ruiken.
Schotse woordjes onderweg
Veel plaatsnamen langs de route komen uit het Gaelic, de oude taal van de Schotse Hooglanden. Met deze woordjes ontcijfer je de meeste zelf:
- Loch: meer. Een lochan is een meertje, zoals Dubh Lochan, het “zwarte meertje”.
- Glen: smal dal, zoals Glen Falloch en Glen Coe.
- Strath: brede vallei, zoals Strathfillan.
- Ben of beinn: berg, zoals Ben Nevis en Beinn Dòrain.
- Mòr: groot. Buachaille Etive Mòr betekent “de grote herder van Etive” en Lairig Mòr “de grote pas”.
- Dubh: zwart.
- Inver: monding. Inverarnan, Inversnaid en Inveroran liggen allemaal waar een beek of rivier uitmondt.
- Kin: einde. Kinlochleven ligt aan het einde van Loch Leven.
