Camino Inglés
MINKE WINK
De Camino Inglés is een van de kortere pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela. De route begint in Ferrol, in het noordwesten van Spanje, en is ongeveer 120 kilometer lang. Eeuwen geleden kwamen pelgrims uit Engeland, Ierland en Scandinavië per schip aan in de haven van Ferrol, om vanaf daar hun weg naar Santiago te voet te vervolgen. Tegenwoordig is de Camino Inglés een mooie optie als je in relatief korte tijd naar Santiago wilt wandelen.
De route voert je door het groene Galicië, met zijn glooiende landschap, eucalyptusbossen, kleine dorpjes en historische stadjes. Je passeert oude stenen bruggen, traditionele Galicische huizen en kleine kerkjes.
Hoewel de Camino Inglés minder bekend is dan bijvoorbeeld de Camino Francés of de Camino Portugués, heeft deze route genoeg afwisseling. Houd wel rekening met de nodige klimmetjes en afdalingen, want het landschap is zeker niet overal vlak.
Ik begin mijn Camino Inglés in Ferrol en wandel in vijf dagen naar Santiago de Compostela. In deze blog deel ik mijn route, overnachtingen en ervaringen, zodat je een goed beeld krijgt van wat je onderweg kunt verwachten.
Dag 1: Ferrol – Pontedeume (30km)
De wekker gaat veel te vroeg, want als ik naar buiten kijk is het nog pikkedonker. Oeps… ik ben natuurlijk in Spanje, waar de zon in de zomer een stuk later opkomt dan ik gewend ben. Ik draai me nog maar eens om en vertrek pas als het tegen zeven uur langzaam licht begint te worden.
Ik loop naar het officiële startpunt van de Camino Inglés in de haven van Ferrol. De eerste gele pijl is snel gevonden. Daar ga ik dan!
De Camino Inglés begint midden in Ferrol, een stad met een rijke maritieme geschiedenis. Eeuwen geleden kwamen pelgrims uit Engeland, Ierland en Scandinavië hier per schip aan om vanaf deze plek naar Santiago de Compostela te wandelen. Het eerste stuk loop ik nog door de stad. Ik passeer pleinen, woonwijken en een mooi kerkje terwijl Ferrol langzaam ontwaakt. Daarna wandel ik lange tijd langs de Ría de Ferrol. Aan de overkant zie ik enorme scheepswerven en de marinehaven. Niet echt het meest idyllische landschap, maar de combinatie van water, industrie en geschiedenis maakt deze eerste etappe best interessant.
Na een paar kilometer bereik ik Narón. Tijd voor een eerste café con leche. Hier spot ik ook de eerste medepelgrims.
Na de koffiestop verandert de omgeving langzaam. De stad maakt plaats voor kleinere dorpen en rustigere wegen. Ik wandel door een park langs de rivier en bereik uiteindelijk Neda. Dit dorp is al eeuwenlang een belangrijke halte voor pelgrims en staat bekend om zijn traditionele Pan de Neda, een brood dat hier al generaties lang wordt gebakken. Vroeger sloegen pelgrims hier vaak nog wat brood in voordat ze verder trokken.
Niet veel later arriveer ik in Fene, waar ik mezelf trakteer op koffie nummer twee. Na Fene wordt de route steeds groener. De Camino slingert over rustige weggetjes langs kleine boerderijen, moestuinen en traditionele Galicische huizen. Regelmatig kom ik een hórreo tegen: de karakteristieke Galicische graanschuren die op stenen pilaren zijn gebouwd om de oogst droog te houden en te beschermen tegen ongedierte. Ze horen bij het landschap hier.
Af en toe wandel ik een stukje langs de weg of moet ik deze oversteken, maar echt druk is het gelukkig nergens. De laatste kilometers beginnen langzaam in mijn benen te zitten. Toch geeft iedere gele pijl weer een klein beetje motivatie om door te lopen. Ik ben er bijna.
Uiteindelijk verschijnt Pontedeume in de verte. Via de eeuwenoude stenen brug steek ik de rivier de Eume over en wandel ik het historische centrum binnen. Smalle straatjes, oude huizen met houten balkonnetjes en gezellige terrasjes geven het dorp meteen een knusse sfeer.
Wat een leuke plek om deze eerste wandeldag af te sluiten!
Dag 2: Pontedeume – Bezantos (21km)
Na een goede nacht in Pontedeume begin ik de vandaag rustig. Ik neem uitgebreid de tijd voor het ontbijt in het hotel en start wat later dan normaal.
Eenmaal onderweg verlaat ik Pontedeume en krijg ik meteen een eerste klimmetje voor mijn kiezen. De benen moeten nog even wakker worden, maar al snel word ik beloond met mooie uitzichten. Bij een viewpoint aan de rand van het dorp kijk ik uit over het landschap. Helaas is het weer een bewolkte ochtend, waardoor het uitzicht niet helemaal tot zijn recht komt. Maar ja, we mogen niet klagen want het is wel heerlijk wandelweer.
De eerste kilometers van deze etappe zijn top. Ik loop veel door het bos, over rustige paden en smalle weggetjes. Het is een ontspannen begin van de dag: weinig verkeer, veel groen en vooral genieten van de rust.
Halverwege de route stop ik voor een koffie bij een klein barretje langs de Camino. Daarna vervolgt de route zich en kom ik over een prachtige middeleeuwse brug. Een mooi stukje geschiedenis midden in het Galicische landschap. Vanaf hier verandert de omgeving langzaam. De route voert steeds meer over asfalt, langs kleine dorpjes en door het platteland. Het tweede deel van de etappe voelt daardoor voor mij wat saaier dan het eerste gedeelte. De vele klimmetjes en afdalingen beginnen ook steeds meer te voelen in de benen.
Na een lange, gelijkmatige klim verschijnt daar ineens een kleine verrassing: een soort oase langs de route. Ik stop even om bij te komen. Er ligt eten klaar voor pelgrims en ik neem iets mee voor onderweg. Ik laat netjes wat geld achter en geniet van dit bijzondere Camino moment.
De laatste kilometers richting Betanzos bestaan vooral uit… dalen. Veel dalen. En hoewel afdalen vaak makkelijker klinkt dan klimmen, merk ik dat mijn benen inmiddels flink gewerkt hebben. Mijn schenen en kuiten beginnen pijnlijk en vermoeid aan te voelen. Ik probeer rustig door te lopen.
Vlak voor Betanzos passeer ik nog een klein kerkje, waar ik nog even een spiritueel rustmomentje pak. Daarna volgt de pittige afdaling richting het dorp.
En dan bereik ik uiteindelijk Betanzos. Een prachtige historische stad met smalle straatjes, oude kerken en middeleeuwse gebouwen. Betanzos was vroeger een belangrijke stad in Galicië en staat bekend als één van de mooiste historische plaatsen in de provincie A Coruña. De oude binnenstad voelt bijna alsof je terug in de tijd stapt. Met vermoeide benen kom ik aan bij mijn hotel.
Dag 3: Bezantos – O Seixo (28km)
Van Betanzos naar Hospital de Bruma is misschien wel de pittigste dag van de Camino Inglés met flink wat klimmetjes en afdalingen.
Ik verlaat Betanzos al vroeg en al snel laat ik de stad achter me. Het asfalt maakt plaats voor onverharde paden en boswegen. Ik loop door een afwisselend landschap van eucalyptusbossen, weilanden en authentieke Galicische dorpen. Onderweg kom ik maar geen grote plaatsen tegen, waardoor deze etappe heerlijk rustig aanvoelt.
In Presedo neem ik de tijd voor een kop koffie. De route blijft daarna op en neer gaan. Regelmatig word ik beloond met mooie uitzichten over het groene Galicische landschap. Halverwege de middag kom ik langs het stuwmeer van Beche, waar ik even pauzeer. De route voert me verder door de bossen en af en toe over en langs de weg, maar nergens is het druk. In San Paio stop ik nog even voor een koud drankje. Daarna is het nog maar een paar kilometer tot Hospital de Bruma.
Hospital de Bruma is een heel klein gehucht dat vrijwel volledig in het teken staat van de Camino. Er zijn een openbare pelgrimsherberg, enkele particuliere accommodaties en een hotel, maar verder is er weinig te beleven.
Voor mij zit de dag er nog niet helemaal op. Ik loop nog een stukje door naar O Seixo en wijk daar ongeveer anderhalve kilometer van de Camino af naar mijn accommodatie in O Mesón do Vento. Ook dit plaatsje voelt als de middle of nowhere maar er is in ieder geval een comfortable hotel met ernaast een kleine supermarkt die tevens dienstdoet als tankstation. Of andersom. Meer heb ik niet nodig. Tijd om de beentjes na al die heuvels wat rust te geven.
Dag 4: O Seixo – Sigüeiro (26km)
Vroeg in de ochtend word ik wakker in een wereld van mist. Ik besluit daarom wat later te vertrekken en eerst uitgebreid te ontbijten. Tegen de tijd dat ik vertrek begint het langzaam een beetje op te klaren, al hangt er nog steeds een mysterieuze sfeer over het Galicische landschap.
De eerste kilometers verlopen over rustige plattelandsweggetjes. Het is heerlijk stil. Af en toe passeert er een auto, maar verder hoor ik vooral vogels en mijn eigen voetstappen. Onderweg kom ik door een paar piepkleine dorpjes waar de tijd lijkt stil te hebben gestaan. Oude stenen huizen, kleine kerkjes en bewoners die me vriendelijk een ‘Buen Camino’ wensen. Af en toe duik ik weer een bos in, waar smalle paadjes tussen de bomen door slingeren. Ik loop door prachtige sprookjesachtige bossen met mos, varens en eeuwenoude bomen.
Na een paar kilometer bereik ik A Rúa, een fijne plek voor een koffiestop. Daarna wandel ik verder richting A Calle dat halverwege de etappe ligt. Hier neem ik nog even pauze in een van de laatste barretjes tot mijn eindbestemming voor vandaag. De andere helft van de etappe moet ik het zonder barretjes moeten doen. Na nog een paar mooie bospaadjes zijn de laatste kilometers helaas iets minder leuk.
De route loopt een lang recht stuk langs de snelweg en daarna loop ik nog een stuk langs een industriegebied. Na de bossen en landelijke paadjes voelt dit wat eentonig, maar tegelijkertijd weet ik dat Santiago steeds dichterbij komt.
Uiteindelijk bereik ik Sigüeiro. Het is een rustig plaatsje waar veel pelgrims hun laatste overnachting hebben voordat ze de volgende dag Santiago de Compostella bereiken. Dat besef maakt deze etappe toch wel bijzonder.
Dag 5: Sigüeiro – Santiago de Compostella (16km)
Vandaag loop ik de laatste korte etappe van de Camino Inglés naar mijn eindbestemming. De ochtend begint rustig met een ontbijtje. Daarna laat ik Sigüeiro achter me en wandel de eerste kilometers over asfalt door landelijk gebied. De omgeving is stil en sereen: weinig huizen, af en toe een boerderij en vooral veel ruimte om me heen.
Halverwege verandert het landschap en loop ik een aantal kilometers door een prachtig sprookjesachtig bos. Naarmate ik dichter bij Santiago kom, verandert de omgeving langzaam. De rustige paden maken steeds meer plaats voor wegen, gebouwen en meer stedelijke omgeving.
Een paar kilometer voor Santiago duik ik nog een klein barretje in voor een korte pauze. Daarna hijs ik mijn rugzak weer op en begin ik aan het laatste stuk richting de stad. Ik kom steeds dichter bij het centrum en ineens zie ik de torens van de kathedraal verschijnen.
Niet veel later loop ik het plein op en sta ik daar, tussen alle andere blije pelgrims die net als ik hun eigen Camino hebben volbracht.
