Ruta de las Flores
TINEKE WINK
Een van de hoogtepunten in El Salvador is La Ruta de las Flores. Dit is een route van ongeveer 30 kilometer die je langs kleurrijke dorpjes, koffievelden en watervallen brengt. Er zijn vijf grotere dorpjes langs de route: Juayua, Concepción de Ataco, Apaneca, Salcoatitán en Nahuizalco. We bezoeken ze allemaal en ik laat je in deze blog weten wat elk dorpje bijzonder maakt. Ook deel ik nog een paar leuke activiteiten die je op deze route kunt doen en eentje die je wat mij betreft ook wel over kunt slaan.
Juayua
Het dorpje Juayua, in het midden van La Ruta de las Flores, is onze uitvalsbasis om de route te ontdekken. We verblijven hier 5 nachten in Hostal Deyluwin, een heerlijke en knusse accommodatie met slechts drie tweepersoonskamers en een gezamenlijke keuken en tuin. De eerste paar nachten zijn er geen andere gasten en hebben we de keuken en tuin voor ons alleen, wat een luxe!
De Santa Lucia kerk is de grootste trekpleister van dit dorpje. Het rood-witte kerkje steekt prachtig af tegen de strakblauwe lucht. In het weekend heb je hier een foodmarkt (Feria de la Gastronomia) waar je kunt genieten van diverse lokale gerechten.
Concepción de Ataco
Vanaf Juayua reizen we naar het dorpje Concepción de Ataco. Hier vind je een van de bekendste koffieplantages van het land: El Carmen Estate. Voor 10 dollar per persoon hebben we hier een bijna twee uur durende koffietour met een enthousiaste gids. We leren meer over het productieproces en proeven zelf ook verschillende koffies.
“Nespresso – What Else” – volgens George Clooney wil je niks anders meer als je eenmaal de glimmende felgekleurde koffiecups van Nespresso hebt ontdekt. Hier ga je wel anders naar kijken als je hoort dat in deze koffieplantage de koffiebonen met de minste kwaliteit voor koffiecupjes worden gebruikt. Ik weet niet of dat alleen voor de goedkopere merken geldt of ook voor de Nespresso koffiecups, maar toch. Gelukkig heb ik mijn Nespresso apparaat een tijd geleden al verruild voor een percolator omdat ik leerde dat je verse koffiebonen niet in een cupje kunt stoppen. Verder vertelt onze gids dat het minimumloon maar 10 dollar per dag is en dat medewerkers hier zakken van 100(!) kilo koffiebonen optillen. Ook vertelt hij dat de lokale bevolking tot voor kort alleen oploskoffie dronk. Ook nu blijft koffie hier wel echt een luxeproduct.
Naast het bezoeken van de koffieplantage is het een aanrader om door het dorpje te wandelen. Concepción de Ataco is namelijk het meest kleurrijke dorpje van Ruta de Las Flores. De street art is hier niet te missen. Er zijn ook talloze souvenirwinkeltjes en een paar hippie koffietentjes met unieke decoratie en vintage items.
Apaneca
De witte kerk, San Andrés Apóstol, is zonder twijfel de blikvanger van het dorpje Apaneca. Het eeuwenoude kerkje is zo spierwit, dat het contrast met de blauwe lucht niet groter kan zijn. Er is verder niet zoveel te zien in het dorpje, maar het is leuk genoeg om hier rond te wandelen en het lokale leven in je op te nemen.
Salcoatitán
Dit dorpje staat bekend om de 300 tot 400 jaar oude Ceiba boom die staat op een plein aan de rand van het dorp. Deze boom speelde een belangrijke rol in de Maya cultuur. Volgens de legende zal degene die deze boom omhelst en bedankt in het Nahuatl, de inheemse taal, een geschenk ontvangen van de ziel die erin woont. Je mag echter de boom niet knuffelen, dus dit zal dan een denkbeeldige omhelzing moeten zijn.
Ook kom je in dit dorpje voor de traditionele keuken, dus proef hier zeker ook een paar pupusa’s: het lokale gerecht van El Salvador. Een pupusa is gemaakt met maïsmeel of rijstmeel en je kunt deze vullen met de door jou gewenste ingrediënten. Denk bijvoorbeeld aan kaas, chorizo of kip. Des te meer ingrediënten, hoe lekkerder ze vaak zijn. Het wordt dan een soort pizza calzone.
Nahuizalco
In Nahuizalco vind je veel winkeltjes met rieten handwerk. Ook zou je hier mensen van inheemse afkomst (de Pipil) in klederdracht zien rondlopen. Wij hebben niemand in klederdracht gezien en vonden het dorpje niet zo bijzonder. Maar als je graag in winkels met rieten handwerk komt, dan ben je in dit dorpje op het goede adres.
Ook voor het park zit je hier goed want dit is het enige park dat momenteel niet gerenoveerd wordt. In de andere dorpjes staan hekken om het park heen en zijn ze druk bezig met de renovatie. Jammer dat ze allemaal tegelijk gerenoveerd moeten worden, dat haalt iets van de sfeer weg.
Hoogtepunt van Ruta de Las Flores
Zonder twijfel de watervallenroute, oftewel La Ruta de las siete cascades, vlakbij Juayua. Met een lokale gids loop je over een pad door een tropisch regenwoud langs zeven watervallen. Af en toe steek je een rivier over dus zorg dat je schoenen aantrekt die nat mogen worden. Hoogtepunt is de beklimming van één van de watervallen. Voor het steilste klimgedeelte spant de gids een touw om het klimmen wat makkelijker te maken. Dat is opzich wel fijn, want je krijgt hier verder geen enkele bescherming. Heel wat anders dan in Mexico waar je voor elke cenote verplicht een zwemvest aan moet trekken. Dit voelt veel avontuurlijker. Terwijl het water met volle kracht naar beneden dendert, klim je omhoog. Gegarandeerd dat je hier een adrenalinekick van krijgt. Je eindigt bij de drie watervallen van Chorros de la Calera. Hier kun je na afloop van de wandeling lekker afkoelen. Al heb je tijdens de wandeling ook al genoeg mogelijkheden om even af te koelen onder een waterval.
Wat kun je overslaan?
Hoewel veel mensen er online lyrisch over zijn vonden wij Café Albania (avonturenpark) in Apaneca persoonlijk een beetje een tourist trap. Je betaalt 5 dollar entree en dan moet je voor alle activiteiten daarna apart betalen. We hadden ons niet ingelezen dus dit wisten we niet van tevoren. De prijzen voor elke attractie liggen gemiddeld op 10 dollar, waardoor je al snel 50 dollar kwijt bent als je alle attracties zou doen. Het restaurant is commercieel en duur en het gedeelte met uitzicht is alleen beschikbaar als je met een groep van minimaal 20 personen bent. Wij hebben de attracties geskipt omdat wij het te duur vonden voor wat je krijgt. 10 dollar betalen voor 10 seconden van een regenboogglijbaan afglijden of 10 dollar betalen voor een bijna 4 uur durende watervallentour. Die keuze was voor ons makkelijk.
Vervoer
Je kunt een auto huren of een taxi pakken om de verschillende dorpjes te ontdekken, maar voor de echte lokale ervaring ga je met het openbaar vervoer. De oude Amerikaanse schoolbussen oftewel chickenbussen zijn spotgoedkoop. Een enkele rit is vaak minder dan een dollar. De bussen rammelen wel aan alle kanten en de zitplekken zijn oorspronkelijk bedoeld voor schoolkinderen. Dat betekent krappe plekken en weinig beenruimte. Maar het is al heel fijn als je kunt zitten, wat eigenlijk nog verrassend vaak kan. Ik heb wel anders meegemaakt in Azië, waar je echt als sardientjes in blik in een busje gepropt wordt. Om in alle dorpjes te kunnen komen pak je bus 249. Deze bus gaat elke 10 minuten.
