Winterkamperen in Drenthe
TINEKE WINK
Kamperen in temperaturen rondom het vriespunt. Ik heb er een keer eerder ervaring mee gehad en daarvoor gaan we terug naar het najaar van 2022. Samen met vriendin Ingrid reis ik in een knalgeel busje naar het zuiden. Op naar de warmte! Of toch niet? Op een surfstrandje ergens in het noorden van Spanje beleven we onze koudste nacht van de reis. Mijn neus en voeten voelen die nacht aan als ijsklompjes.
Toch heeft het ook wel zijn charme om wakker te worden in de (bijna) vrieskou. Het houdt ons niet tegen voor een duik in onze achtertuin: de zee. Op een wildkampeerplek is een warme douche er niet bij, dus we drogen ons zo goed en wel af en duiken de bus weer in. Gekleed in de warmste kleding die we mee hebben genomen proberen we onszelf op te warmen met een kop koffie. Het helpt enigszins, maar onze tenen en handen blijven nog lang gevoelloos. Totdat we uit de bus komen voor een wandeling in het zonnetje. Mijn tenen voelen eerst aan alsof er duizenden speldenprikjes in prikken, tot ze eindelijk weer levend aanvoelen. Een heerlijk gevoel.
Na dit avontuur komt winterkamperen in Nederland op mijn bucketlist te staan. Niet in een tent of camper, maar in een tiny house. Ik wil wel iets meer luxe en comfort. En dan bedoel ik niet zo’n luxe tiny house met privé sauna en jacuzzi. Die zijn niet te betalen. Een beetje afzien mag ook wel, dat maakt het ook wel weer avontuurlijk.
Via een tip van Minke kom ik op Tralaluna Casita on Wheels uit. Hier overnacht je in originele huisjes en campers op verschillende bijzondere plekjes in Drenthe en omliggende provincies. Om de keuze in het ruime aanbod wat te vergemakkelijken kun je ook gebruik maken van de speciale winteraanbieding. Alleen de huisjes Hubus, Silo, Kwaak en Oehoe doen hier aan mee. In de periode van 1 november tot 1 april krijg je 50% korting op de huurprijs (m.u.v. de vrijdagen, zaterdagen en de vakanties). Ik ben meteen verliefd op het huisje Oehoe, dus die moet het worden. Ook de camping zelf spreekt me aan. Landgoed Mariahoeve is een bosrijk natuurkampeerterrein van maar liefst 20 hectare in het Drentse Papenvoort. De plekken zijn ruim opgezet en je mag hier je eigen kampvuur maken, mits je je eigen stookhout meeneemt of koopt bij de receptie.
De dag voor vertrek ben ik druk bezig met de voorbereidingen. In de supermarkt sla ik drankjes en snacks in. Ik vul een picknickmand met een flesje sinaasappelsap, crackers, beleg, kokosyoghurt en frambozen voor het ontbijt. Vervolgens koop ik bij de Karwei stookhout en aanmaakblokjes. Om de kou ’s nachts te trotseren pak ik ook merino wollen (slaap)kleding, extra dekens, slaapzakken en kruiken in. Misschien wat overdreven, maar beter te warm dan te koud. Ook de percolator en gemaalde koffiebonen gaan mee. Er is wel iets aanwezig om koffie te maken, maar er gaat niets boven koffie uit een percolator vind ik.
In het kleine Peugeotje is de kofferbak én achterbank binnen no time gevuld met spullen. We zullen zien of we het allemaal nodig hebben. Ik rijd naar Heerenveen om Ingrid op te pikken. Zij heeft nog geen idee waar we naartoe gaan omdat het een verrassing voor haar verjaardag is. Na minder dan een uur rijden, maken de weilanden al plaats voor bossen. Welkom in Drenthe!
Omdat we pas om 3 uur ´s middags in kunnen checken rijden we eerst naar het nabijgelegen Gasselte. Daar parkeren we de auto op een groot parkeerveld bij zwemplas Gasselterveld. Parkeren is in de winter gratis, dus dat is mooi meegenomen. In de zomer is dit meer de perfecte plek om te zonnen en zwemmen, maar je kunt er ook wandelen in het bos of om het meer heen.
Wij gaan voor de wandeling van 4,5 kilometer om het meer, de Gasselterveldroute. Het enige wat we hoeven te doen is de blauwe pijltjes volgen. Ook als je een paaltje mist is dat geen probleem, je volgt gewoon de vorm van het meer. Uiteindelijk loop je er helemaal om heen. Het blauwe meer, met daaromheen de vele fijnsparren, doen me aan Scandinavië denken. We passeren verschillende inhammen en schiereilandjes, wat is het hier mooi!
Onderweg drinken we nog ergens op een terras een kopje koffie in de zon. Stipt om 3 uur komen we aan op de camping in Papenvoort. We zijn al onder de indruk zonder dat we het huisje gezien hebben. Door de rust hier voelt het alsof het grote bos alleen voor ons is.
Omdat er geen auto’s het terrein op mogen laden we een karretje vol met spullen. We moeten er nog een aardig eindje mee over de camping lopen. Bij een beekje moeten we een bruggetje oversteken. Behendig loopt Ingrid met het karretje over het bruggetje. Ik moet er niet aan denken dat al onze spullen in het water belanden.
Dit is ook gelijk de plek waar we moeten zijn. Wat een schattig huisje te midden van alle bladeren die eromheen liggen. Geen stukje grond is onbedekt. Er staat een ronde tafel met rode stoelen, een buitenkeuken, een vuurplaats en een schommelstoel.
Voor de kleine boodschap ga je naar het naast gelegen wc-huisje. Daar staat een po-stoel die je zelf moet legen als je weggaat. Voor de grote boodschap ga je naar het toiletgebouw. Voor de douche ook.
Tot zover de buitenruimte. Als we het huisje binnenstappen valt het ons op dat het er helemaal niet zo koud is. Blijkbaar zorgt de vloerverwarming al voor de nodige warmte in het huisje. Het is klein, maar alles wat je nodig hebt is aanwezig.
Er is een keuken met gasfornuis, koelkast en keukengerei. Er is een bank met een tafel en er zijn twee comfortabele stoelen bij de houtkachel (die je kunt omtoveren tot bedden). Via een trappetje van opbergruimtes kom je op de vide uit. Het knusse slaapgedeelte kijkt uit over het bos en het beekje. De natuurlijke materialen geven het huisje heel veel sfeer. Er is geen stromend water, maar er hangt wel een jerrycan die je kunt vullen met water.
We installeren ons op de veranda van Oehoe en drinken een speciaalbiertje. Als het na een tijdje wat frisser begint te worden is het tijd om een kampvuur te maken. Dit is helemaal Ingrid haar ding. Ik weet niet eens hoe ik met de hakbijl om moet gaan die bij het huisje aanwezig is. Gelukkig hebben we die ook niet nodig. Het duurt niet lang voordat we behaaglijk om het kampvuur heen zitten. Het is rustig hier, zonder andere mensen om ons heen. We zien en horen af en toe een specht of een andere vogel. Wel zitten we dichtbij de weg. Je hoort af en toe een auto langsrijden, maar meer op de achtergrond.
De stad Assen ligt op een kwartiertje rijden van het natuurterrein. Als de stilte je te veel wordt, zoek je de drukte dus zo weer op. Via Social Deal vind ik een leuke deal voor een burger met cocktail in het restaurant Liff. Natuurlijk kun je in het huisje ook koken, maar dit lijkt mij wel even makkelijk. En een beetje luxe is ook niet verkeerd. Na een voortreffelijke burger met friet en een verfrissende gin-tonic rijden we terug naar Oehoe. Nog even de houtkachel aansteken en lekker bij het vuur zitten voor we ons bed in duiken.
Ik kan de slaap niet vatten. Niet omdat mijn voeten en neus als ijsklompjes aanvoelen, maar omdat ik lig te zweten in mijn merino kleding. De slaapzakken en kruiken liggen onaangeroerd in de tas. Dit had ik niet verwacht van het winterkamperen. Waarschijnlijk zorgt de combinatie van vloerverwarming, prima isolatie en het slapen op de vide ervoor dat het absoluut niet afzien is. Ik vind het zelfs niet erg om naar buiten te gaan om te plassen, even wat frisse lucht inademen. Daarna slaap ik gelukkig een stuk beter.
We worden wakker en genieten van het uitzicht over het bos. We zien een eekhoorn rondspringen van tak naar tak. Zo leuk! De laatste keer dat ik een eekhoorn zag was in El Salvador. Ik kan me niet herinneren wanneer ik er in Nederland een heb gezien. We doen nog even rustig aan voordat we uitchecken. Ik zet koffie en Ingrid gooit het laatste hout dat we hebben in de houtkachel. Een uitgebreid ontbijtje volgt en dan is het toch echt tijd om dit prachtige natuurterrein te verlaten.
Echt afzien was het niet, maar het was wel een geweldige ervaring die zeker naar meer smaakt.
