Via Podiensis
MINKE WINK
De Via Podiensis is een van de meest geliefde routes richting Santiago de Compostella. En dat is te merken. Vanaf Le-Puy-en-Velay bevinden we ons weer tussen de pelgrims. Dat is voor ons wel even wennen na de rust en stilte van de route tussen Vézelay en Le-Puy-en-Velay.
Na de ochtendmis in de kathedraal in Le Puy, lopen we samen met tientallen andere pelgrims de eeuwenoude trappen af. Alles hier ademt geschiedenis en traditie. We zijn vol verwachting en een beetje zenuwachtig. Wat ons te wachten staat, weten we niet precies, maar het idee dat we deze eeuwenoude route gaan volgen, vult ons meteen met een vreemd soort rust.
De Via Podiensis neemt ons mee door een landschap dat constant verandert. Langs eindeloze bloemenvelden, grazende Aubrac-koeien en dorpen die zo uit een middeleeuws verhaal lijken te komen. We begrijpen als snel waarom we niet de enigen zijn die dit pad volgen.
Langs de vallei van de Lot passeren we pittoreske dorpjes als Saint-Côme-d’Olt, Espalion en Estaing, stuk voor stuk pareltjes die tot de mooiste dorpen van Frankrijk behoren. En dan is daar Conques, een stadje verscholen in de bergen, met zijn indrukwekkende kathedraal. Uiteindelijk leidt de route naar charmante plekken als Cahors, Moissac en Figeac. Het is soms flink klimmen en dalen. Onderweg ervaren we een andere manier van pelgrimeren dan tot nu toe. De ontmoetingen zijn talrijker want we delen de weg vaker met andere pelgrims.
In deze blog neem ik je mee langs onze route. Van de eerste kilometers uit Le Puy-en-Velay, door middeleeuwse dorpjes en velden vol koeien, tot het laatste stukje naar Saint-Jean-Pied-de-Port. Met verhalen over de mensen die we ontmoeten, de slaapplekken die ons verrassen en de momenten die deze camino onvergetelijk maken.
Dag 1: Le-Puy-en-Velay – Saint-Privat-d’Allier (26km)
Na het ontbijt lopen we naar de kathedraal voor de mis die om 7 uur begint. Er zijn nog maar een paar andere pelgrims als we daar aankomen, maar als we eenmaal zitten, stroomt de kathedraal vol. Ik denk dat er zeker wel bijna honderd pelgrims zitten en tegen de muur staat een lange rij met tassen. De hele dienst is natuurlijk in het Frans en er wordt niet veel gezongen. Uiteindelijk gaat het hek omhoog en gaan de luiken van de trap in de grond open. Het ziet er bijna uit alsof ik in een film ben beland en veel mensen staan met hun telefoon het tafereel te filmen. We pakken onze tas en gaan samen met heel veel andere pelgrims op pad. We lopen de trappen af naar beneden en volgen de bordjes de stad uit. Na een fikse klim kijken we nog een keer om en werpen we nog een laatste blik op Le-Puy-en-Velay.
We volgen het pad dat ons daarna door het platteland leidt met groene heuvels op de achtergrond. Af en toe komen we langs plukjes pelgrims. Op het pad worden we aangesproken door een oudere man die ons tegemoet komt. Hij heet Alain en spreekt goed Engels. Hij vertelt ons over de alternatieve route via Bains en de kerk die we daar kunnen bezoeken. Het is mooier dan de standaard route. Na een pauze en bezoekje aan de kerk in Saint-Christophe-sur-Dolaison komen we door het kleine dorpje Tallode. Vlak hierna slaan we rechts het pad af richting Bains. We zien ook meteen geen pelgrims meer. Een mooie route en lekker rustig. Een paar kilometer later komen we in Bains aan en spotten we Alain weer. Hij geeft ons een korte rondleiding door de kerk en we blijven hier nog een tijdje pauzeren. Door een prachtig stukje platteland lopen we vervolgens langs het kleine dorpje Fay en vanaf hier een bos in. Na een tijdje zitten we weer op de standaard route en komen we ook weer andere pelgrims tegen. Het is nog maar een paar kilometer naar onze eindbestemming. We moeten nog een stukje afdalen over grote stenen en dan opeens staan we in het schattige dorpje Saint-Privat-d’Allier. Op het terras bij een bar drinken we nog even een biertje voordat we naar de camping lopen die een paar meter verderop ligt.
Dag 2: Saint-Privat-d’Allier – Saugues (23km)
We pakken onze spullen in en gaan op pad. Na een paar kilometer klimmen en dalen komen we aan in het dorpje Monistrol-d’Allier. Hier nemen we pauze op een bankje met prachtig uitzicht op het dorpje en de heuvels erachter. Daarna maken we een lange klim. Onderweg buiten het dorp komen we langs een kapelletje dat in de rotsen gebouwd is. Bijzonder om te zien. De deur is dicht dus we kunnen helaas niet binnen kijken. We klimmen gestaag door. Op een rots bij een mooi uitzichtpunt nemen we even pauze.
Even later komen we langs een eco wc met picknickbanken waar ook een aantal pelgrims liggen te rusten. Gelukkig hebben we nu de klim gehad en hoeven we alleen nog maar te dalen. We komen langs een huis met een grote witte teddybeer voor het raam. In de tuin achter het huis hangen allemaal schelpen in verschillende kleuren. Een lokale Fransman verwelkomt ons en maakt even een praatje. Vanaf hier is het nog maar een paar kilometer open naar onze eindbestemming Sautges. Een dorpje waar alles in het teken staat van een beest dat hier in de middeleeuwen honderden mensen heeft gedood. We zien het dorpje in de verte al liggen en moeten nog even een fikse afdaling maken voordat we in het centrum zijn. We lopen langs een enorm houten standbeeld van het beest. Niet veel later zijn we in het centrum van Saugues. We lopen eerst naar de kerk om hier even binnen te kijken. Na het bezoek aan de kerk belanden we in een lokaal cafeetje waar een oud Frans mannetje achter de bar staat. We bestellen een glas rode wijn en nemen een lange pauze. Daarna lopen naar we naar de camping en zetten we onze tent op.
Dag 3: Saugues – La Sauvage (19km)
We gaan naar het washok op de camping om te ontbijten en koffie te drinken. Daarna pakken we onze spullen en gaan we weer op pad. Na een paar kilometer lopen door het platteland en bos komen we aan in het dorpje La Clauze. Het is bewolkt, koud en begint een beetje te regenen. En dan te bedenken dat we in Zuid-Frankrijk zijn en dat het bijna juli is. We wandelen een beetje op en af door een paar dorpjes tot we op een soort feesttent stuiten op een heuvel. Er staan picknickbankjes en je kunt hier van alles kopen. We ploffen neer op een picknickbank en bestellen koffie en wijn. Als de man van de snackbar zijn eten opruimt en kraampje dicht doet, vertrekken ook wij weer. We lopen de laatste kilometers naar onze eindbestemming door een prachtig bos en stukje platteland. Het doet een beetje Oostenrijks aan met groene heuvels en weilanden. Bij een enorm gebouw dat doorgaat als restaurant en herberg kunnen we onze tent in de volle wind neerzetten voor een paar euro. Gelukkig kunnen we binnen zitten en hier gebruik maken van de douche en wc. Er zijn ook al andere pelgrims gearriveerd die hun tentje hebben neergezet. We eten in de gemeenschappelijke ruimte en daarna ga ik vroeg mijn tent in om hopelijk wat slaap te kunnen pakken.
Dag 4: La Sauvage – Saint-Alban-sur-Limagnole (14km)
Na een slechte nacht vertrekken we weer vroeg in de ochtend. Het is mistig en een beetje fris buiten, maar het landschap is nog steeds prachtig. We komen al snel weer starende koeien tegen en lopen een stukje door het bos. Bij een klein kapelletje staat een wc hokje waar we dankbaar gebruik van maken. Het kapelletje zelf is dicht helaas dus we lopen weer verder. We lopen weer een stukje door het bos. De mist trekt weg en de jas gaat uit. Het is heerlijk weer ineens.
Uiteindelijk bereiken we het dorpje Saint-Alban-sur-Limagnole dat in een klein dal ligt. Het dorpje zelf is niet heel boeiend, maar de kerk is hier wel open. We nemen even een kijkje binnen en lopen daarna verder naar de supermarkt aan de rand van het dorp. Hier nemen we een lange lunchpauze en stoppen we onszelf vol met melk, kwark en koekjes. Ik merk dat ik intens moe ben. De koffie is uitgewerkt en de Redbull in de supermarkt vond ik te duur.
De eindbestemming die we op het oog hadden, ligt nog veel te ver weg en dus besluiten we onze tent neer te zetten op een fijne camping iets verderop. Er is zelfs een zwembad en snackbar. Wat mij betreft de perfecte plek om een halve dag bij te komen.
Dag 5: Saint-Alban-sur-Limagnole – Malbouzon (27km)
Heerlijk uitgerust pakken we onze spullen en gaan we weer op pad. We lopen een klein stukje over de weg totdat we weer op de route zijn. We maken een klimmetje en lopen daarna over een prachtig pad de eerste kilometers. De mist trekt weg. Op de bloemen en het graan liggen dauw druppels en overal zien we spinnenwebben. Het eerste dorpje waar we doorheen komen is Les Estrets. We nemen hier een kijkje in het kleine kerkje en laten het dorpje dan weer achter ons. Voorbij het dorpje Bigose komen we weer op een prachtig grindpad met aan weerszijden prikkeldraad en daarachter af en toe een of meerdere stieren. We lopen inmiddels in de Aubrac en ik snap waarom deze route tot een van de mooiste Camino´s behoort. Het pad brengt ons naar het dorpje Aumont-Aubrac waar we uiteraard ook even in de kerk kijken. We gaan op het bankje naast de kerk zitten voor onze lunchpauze. Daarna lopen we naar de buurtwinkel om wat eten te halen. Bij de bakker halen we baguettes en op het picknickbankje voor de bakker smeren we deze met camembert. Hier ontmoeten we Willy, een Nederlander die in Zwitserland woont. Hij loopt ook naar Santiago de Compostella.
Als we het dorp uitlopen gaan we door een tunnel en dan komen we weer op een mooi pad dat ons door het bos naar het volgende dorpje La-Chaze-de-Peyre brengt. Een paar kilometer verder komen we langs een klein kapelletje langs de weg waar we uiteraard even binnen kijken. We lopen door het dorpje Lasbros en komen weer op een mooi pad dat ons door de open velden naar een kruispunt brengt waar 2 herbergen tegenover elkaar liggen en een snackbar. We drinken een cola en koffie bij de snackbar en gaan zitten aan een picknickbankje. Daarna lopen we weer verder over een mooi pad door een heuvelachtig landschap vol plukjes bruine koeien. Na een tijdje gaan we van het pad af om de kampeerplek die we van Floor hebben gekregen te checken. Het is een weiland zonder koeien. We kunnen er zo in lopen. Omdat het net begint te miezeren, wachten we nog even. Op dat moment komt er een boer in z’n trekker aanrijden die net het weiland ingaat waar wij willen kamperen. Hij verzamelt wat zakken en rijdt dan weer terug. We vragen hem of we in het weiland mogen kamperen en hij vindt het geen probleem. Het miezert een heel klein beetje en we zetten meteen de tent op terwijl de boer zijn laatste zakken ophaalt. Als de tent net staat, begint het harder te regenen. We gaan in de tent zitten en niet veel later gaat het helemaal los. Het regent echt keihard met onweer en af en toe een flits. Linda duikt bij mij in de tent en samen wachten we tot de storm uiteindelijk na meer dan twee uren gaat liggen. Het wordt rustig en de vogels beginnen te zingen. De tent heeft het overleefd en wij ook. Hopelijk blijft het verder vannacht droog. Ik eet nog een halve baguette met camembert en duik m’n slaapzak in.
Dag 6: Malbouzon – Saint-Chély-d’Aubrac (29km)
Vroeg in de ochtend word ik wakker. Het is droog, rustig en de vogels fluiten. Wat heerlijk om zo wakker te worden met dit prachtige uitzicht. We pakken rustig onze tas in en lopen weer verder. Al snel komen we door het kleine dorpje Finieyrols waar we ons water bij kunnen vullen. Na een tiental kilometers komen we aan in het dorpje Nasbinals. Het is hier druk met pelgrims en toeristen. We brengen een bezoekje aan de kerk en daarna gaan we op het terras achter de kerk zitten voor een koffie en glaasje cola en als voornaamste reden om onze telefoons op te laden. Na een tijdje wordt het ook hier steeds drukker en gaan we weer verder.
Na dit dorpje volgt een prachtige route door een weids en heuvelachtig landschap. Gele bloemen, groen gras, blauwe lucht, witte wolken en bruine koeien, het is hier prachtig! Het pad leidt ons een weiland in dat de boeren hebben opengesteld voor wandelaars. We moeten wel afstand houden van de koeien en stieren. Dat wordt lastig als we op een gegeven moment door het hek willen lopen. Er staat een enorme kudde koeien op het pad voor het hek en het lijkt er niet op alsof ze aan de kant gaan. We lopen er maar helemaal omheen en kruipen onder een ander hek door. No way dat we ons door die kudde wanen. Er ligt ook een enorme donkerbruine stier tussen. Doodeng.
Uiteindelijk komen we aan in het super schattige dorpje Aubrac. We nemen ook hier weer een kijkje in de kerk en zoeken daarna de schaduw op om even uit te rusten. Als we langs het drukke terras lopen zien we Willy zitten met een biertje. Dit is zijn eindstation en hij sluit elke etappe af met een biertje. Wij moeten nog een stukje verder afdalen. Het begin gaat goed, maar het dalen wordt pittiger met losse stenen. Vermoeid komen we uiteindelijk op de camping aan waar het vol staat met tentjes. We vinden nog een plekje bij een picknickbank achter het toiletgebouw, zetten onze tent neer en douchen het zweet van ons af. Daarna gaan we naar het café in het dorp om pizza te eten. Wat een beloning na zo’n lange en intensieve dag.
Dag 7: Saint-Chély-d’Aubrac – Saint-Côme-d’Olt (16km)
We verlaten de camping en staan niet veel later bij de bakker waar het net voor openingstijd al vol staat met pelgrims en een paar locals. Aan het picknickbankje voor de bakker eten we een paar broodjes en daarna gaan we op pad. We werpen nog een laatste blik op het dorp en lopen vervolgens een stukje door het bos en een gedeelte over de weg naar het volgende dorpje L’Estrade.
Daarna volgt een mooi stuk door het bos. Als we uit het bos komen moeten we weer een stukje over de weg. Net voordat we weer het bos ingestuurd worden door de wit-rode markeringen staat een soort stenen picknickbank waar we even pauzeren. Het is hierna nog maar een paar kilometer tot we op onze eindbestemming Saint-Côme-d’Olt arriveren. Een klein en charmant dorpje met een kerkje die een kleine twist in zijn toren heeft. Het is lunchtijd en dus de supermarkt is de komende uren dicht.
We lopen door naar de camping aan de rivier en nemen een duik in het koele water. We maken kennis met Sander en zijn hond Piet die samen met zijn vader Rob een paar dagen op de camping staat. We krijgen een halve meloen en koud drinken en worden diezelfde avond uitgenodigd voor een drankje bij hun caravan. Gezellig!
Dag 8: Saint-Côme-d’Olt – Estaing (22km)
Omdat het vandaag heel warm wordt, gaan we extra vroeg op pad. We wandelen over de brug en pakken een kortere route over de weg naar het grote dorpje Espalion. Eenmaal aangekomen in Espalion worden de mensen net een beetje wakker. Na een kop koffie lopen we weer verder. We komen langs een prachtig kerkje met bovenin zelfs een klein kapelletje. Hier pauzeren we even. Daarna is het een pittige klim naar boven. De route brengt ons door het bos en gedeeltelijk over de weg door het platteland naar het kerkje in Trédou. Ook hier nemen we weer even een korte pauze. Het is nog een paar kilometer lopen naar Estaing en het begint nu al warm te worden.
We maken nog een klein klimmetje het bos in en als we het bos weer uitlopen zien we Estaing al snel liggen. Wederom een prachtig dorpje. We lopen naar een kleine supermarkt en halen wat eten. Daarna lopen we de laatste kilometers naar de camping. Oververhit komen we hier even later aan. Het is inmiddels net middag en ik ben blij dat we er zijn. We worden hartelijk ontvangen door Celine en mogen een plekje uitzoeken. We zetten de tent op, ik neem een koude douche en de rest van de dag bewegen we zo weinig mogelijk. Het grootste gedeelte van de middag breng ik door in een hangmat in de schaduw. ’s Avonds eten we ons prakje en we duiken vroeg de tent in.
Dag 9: Estaing – Le Soulié (22km)
Ik pak m’n spullen in en breek de tent af. We lopen weer terug naar het centrum van Estaing omdat we vanaf hier het water moeten oversteken om de route weer op te pakken. We laten het dorpje achter ons en lopen een stuk over de weg langs de rivier de Lot. Daarna is het een heel stuk klimmen tot we bij een openbare wc en waterkraan aankomen. Er is ook een bankje dus we nemen hier even pauze. Daarna lopen we weer verder. Het is bewolkt, maar broeierig warm. We lopen door het platteland langs enkele boerderijen voornamelijk over de verharde weg. Gelukkig zijn er bijna geen auto’s en staat er altijd een waarschuwingsbord voor automobilisten als we een stuk over de weg moeten. Er wordt hier goed voor ons gezorgd.
Uiteindelijk komen we aan in het dorpje Golinhac waar een kleine supermarkt is. We halen lunch en wat pinda’s en eten aan een plastic tafel op plastic stoelen voor de supermarkt. De ene na de andere pelgrim komt langs. Na een lange pauze lopen wij ook weer verder. Het is nog maar een paar kilometer naar onze eindbestemming. Als we langs een terras lopen zien we Willy weer zitten. Dit keer met een cola in plaats van een biertje. Hij blijft hier slapen en loopt ook morgen naar Conques. Wij gaan nog even verder, maar onze etappe is morgen natuurlijk weer korter. We klimmen een stukje en na nog een paar kilometer dalen, komen we eindelijk aan op onze bestemming. We worden hartelijk ontvangen door Michel en Bernadette en mogen een bed uitzoeken in deze Christelijke donatie herberg. De was verzamelen we in een wasmand en wordt voor ons gedaan. Na een douche nemen we een kijkje in het kleine kapelletje waar we even rustig zitten en naar de muziek luisteren. Een uur nadat we zijn gearriveerd, begint het kei en de keihard te regenen. Ik hoor ook donder. Ik ben zo blij dat we nu even niet in de tent liggen, maar binnen in een bed. Aan het eind van de middag is de was schoon en droog. Om 7 uur hebben Michel en Bernadette het eten klaar en gaan we samen met de andere pelgrims eten. Het is een fijn en warm gezelschap. Aan het einde van de avond krijgen we een stempel in ons paspoort en gaan we naar bed.
Dag 10: Le Soulié – Conques (15km)
Na een uitgebreid ontbijt pakken we onze tas in en gaan we naar het kapelletje om te bidden. Ik voel zo extreem veel dankbaarheid. Met tranen in onze ogen nemen we afscheid van Michel en Bernadette. De andere pelgrims zijn al vertrokken. We beginnen rustig en binnen no time zijn we in het dorpje Espeyrac waar we een kijkje nemen in de kerk. Er dwarrelen wat pelgrims rond hier en daar en ook Willy is weer van de partij. We lopen verder naar het volgende dorpje Senergues waar we ook weer even in de kerk kijken en onze boodschappen halen voor vanavond. Het is bewolkt vandaag en gelukkig niet te warm. We maken een klimmetje het dorp uit en vervolgen de route langs weilanden door het heuvelachtige platteland. Uiteindelijk komen we in een nog kleiner dorpje met de naam Saint-Marcel. Ook hier staat de deur van de kerk open en nemen we een kijkje binnen. Buiten staat een picknickbankje waar we even uitrusten. Het is nog maar een paar kilometer naar onze eindbestemming Conques.
De laatste kilometers dalen we. We worden op een gegeven moment het bos ingeleid en een geel bordje geeft aan dat het nog anderhalve kilometer is naar Conques over een bospad vol stenen. We lopen en wachten op het moment dat Conques in beeld komt. We zien de daken van de huizen eindelijk in beeld komen. In de kathedraal is een concert bezig en aan de achterkant is een klein kapelletje waar ook een deur openstaat naar de kathedraal. Ik loop naar binnen en bevind me ineens aan de achterkant van het concert. Zo kan ik genieten van de prachtige muziek terwijl ik rondloop en de indrukwekkende kathedraal bewonder. Kippenvel. Als het concert afgelopen is, lopen we nog en rondje door het dorp. We zijn de straat nog niet uit of we horen muziek uit een bar komen. We lopen naar binnen en bestellen een biertje. Na het tweede biertje gaan we terug naar onze studio om pasta te maken. De rest van de avond lig ik in bed terwijl Linda nog naar de avondmis in de kathedraal gaat.
Dag 11: Conques – Le Thabor (26km)
We drinken koffie met een koffiebroodje. Daarna pakken we onze tas in en laten we deze relaxte studio weer achter ons. We nemen nog een kijkje in de kathedraal en wandelen vervolgens het dorp uit. Aan het einde van het dorp maken we een kleine detour naar een kapelletje vanwaar we een prachtig uitzicht op het dorpje hebben. Daarna lopen we het bos in. Een lange en pittige klim staat ons te wachten. Halverwege komen we nog langs een heel klein kapelletje. Als we uiteindelijk helemaal boven zijn, lopen we over een asfaltweg naar het dorpje Noailhac terwijl we genieten van de prachtige uitzichten over de groene heuvels. In het dorpje Noailhac pauzeren we even en nemen we een kijkje in de kerk. Daarna lopen we weer verder. We moeten een stukje klimmen en komen weer langs de kleine Saint Roch kapel met mooie glas in lood raampjes. We worden weer getrakteerd op prachtige uitzichten en lopen inmiddels vrij hoog waardoor we ver kunnen zien. Bij een kraampje met picknickbankjes stoppen we even voor een koud 0.0 biertje en een cola. We doen het heerlijk rustig aan vandaag. We hebben alle tijd. Floor heeft ons de coördinaten doorgestuurd van een hut waar we kunnen slapen. Het klinkt perfect dus daar gaan we voor.
Op een gegeven moment zien we een groter dorp in de vallei liggen. Dat is Decaville, waar we boodschappen kunnen halen. We lopen naar beneden steeds meer de bewoonde wereld in. Na de boodschappen klimmen we naar het piepkleine dorpje Saint-Roch. De kerk is hier ook open en we nemen hier nog een korte pauze. Daarna is het nog een paar kilometer lopen naar Livinhac-le-Haut. Dit dorpje komt pas in beeld als we door het bos weer afdalen. We steken de rivier de Lot weer over en binnen no time staan we in het centrum. We vullen onze waterflessen en lopen de laatste kilometers naar onze hut. Natuurlijk moeten we eerst weer klimmen. Uiteindelijk zien we het hutje liggen. Het hutje is onderdeel van het kunstproject Derierre Hublot waarbij kunstenaars een aantal schuilplaatsen voor pelgrims hebben gemaakt die op de GR65 liggen. Het is perfect en we hebben het helemaal voor onszelf. Wat een heerlijke plek!
Dag 12: Le Thabor – Figeac (21km)
Vroeg in de ochtend pakken we onze spullen in en gaan we weer op pad. Een paar kilometer later komen we aan in het dorp Montredon. De kerk is hier dicht, maar naast de kerk is een huisje voor pelgrims. Er staat koffie, thee, chocolademelk, limonade en koekjes. Wat super fijn dit! We treffen hier medepelgrim Frankie die vanuit Zurich naar Santiago loopt en vooral buiten slaapt. Na wat koffie en koekjes lopen we weer verder. We doen het lekker rustig aan vandaag want we hebben Figeac als eindbestemming in ons hoofd en dat is niet zo ver meer. Het pad is relaxt met niet teveel klimmen en dalen door het platteland. Af en toe passeren we een soort dorpje met 3 huisjes en dan weer een stuk platteland. We komen ook nog langs een klein kapelletje waar we uiteraard even binnen kijken.
Als we uiteindelijk in het dorpje Saint-Félix aankomen, gaan we aan een picknickbankje onze baguettes met jam smeren. We nemen een lange pauze en genieten van de rust. Daarna lopen we nog even langs de kerk om een kijkje te nemen en vervolgen we de route. Vanaf dit punt is die niet zo boeiend. We lopen namelijk een heel stuk langs de weg totdat we Figeac bereiken. We lopen naar het centrum van Figeac langs een donativo (kerkelijk onderdak) waar we willen kijken of er plek voor ons is. Helaas is deze vol. We struinen door de stad langs een paar andere herbergen, maar die zijn dicht. Na een wijntje in de stad, boeken dan maar een goedkoop hotel.
Dag 13: Figeac – Grélou (21km)
We slapen uit vanochtend. Om precies 10 uur checken we uit en lopen we door het centrum de stad uit. Bij de Carrefour buiten het centrum halen we onze boodschappen voor vandaag en alvast ontbijt voor morgen. Daarna klimmen we nog verder de stad uit. We lopen 8 kilometer door op een asfaltweg waar gelukkig niet veel auto’s op rijden. In het dorpje Faycelles duiken we de kerk in voor een pauze moment. We eten een halve avocado en lopen daarna weer verder. De route gaat gedeeltelijk door het bos en gedeeltelijk over een asfaltweg. Bij een oude waterbron stoppen we even om te eten. De rest van de route gaat door het bos totdat we in het kleine dorpje Gréalou aankomen. In het kleine centrum is een winkel, herberg en kerk. Vanaf hier is het nog maar een paar kilometer tot de slaapplek die we in ons hoofd hebben. Ook een van de kunstwerken van Derierre Hublot en een schuilplek voor pelgrims. We lopen nog een aantal kilometers door een mooi natuurgebied totdat we hier aankomen. We passeren ook nog een hunebed en wanen ons even in Drenthe. Als we voorbij de droog wc zijn gelopen, zien we het kunstwerk al liggen in de verte. Twee geweldige hutjes gemaakt van verschillende stenen. Echt prachtig! We zijn echt super blij met deze plek. Het voelt als ons mini huisje en we kiezen ervoor om samen in eentje te liggen in plaats van allebei apart in een. De rest van de avond chillen we in ons huisje totdat we gaan slapen.
Dag 14: Grélou – Limogne-en-Quercy (26km)
We pakken rustig onze spullen in en gaan op pad. Het is mistig en het miezert af en toe. We lopen de eerste kilometers gedeeltelijk door het bos en gedeeltelijk over de weg totdat we het dorpje Carjac in de mist in de vallei zien liggen. Het is nog een stukje dalen over losliggende stenen totdat we daadwerkelijk in het centrum zijn. Bij de supermarkt halen we lunch en boodschappen. De lunch eten we naast de supermarkt meteen op en de rest nemen we mee.
Het eerste stukje lopen we langs de rivier de Lot die we later oversteken. Vervolgens komen we weer langs een kerkje waar we even binnen gaan zitten en nog wat eten. Daarna gaat de route voornamelijk door het bos met lage bomen verder. M’n voeten doen pijn en de losliggende stenen maken het er niet beter op. Op een gegeven moment worden we geterroriseerd door een paar wespen totdat we bij een waterdrinkpunt aankomen. De zon begint ook steeds feller te schijnen. Ik heb er echt even geen zin meer in. Het is nog een paar kilometer lopen dus we gaan gestaag verder.
Uiteindelijk komt daar onze slaapplek in beeld. Een geweldig huisje gemaakt van hout en bedekt met Jacobsschelpen. Geweldig! Binnen ziet het eruit als een omgekeerde boot en er zijn houten banken gemaakt waar we ons matje op kunnen leggen. Er is dit keer geen wc in de buurt dus dat moet in de bosjes. We leggen onze spullen neer en maken ons bed op. Daarna eten en op tijd slapen.
Dag 15: Limogne-en-Quercy – Le Gascou (27km)
Wat een magische plek om wakker te worden. We drinken een kopje koffie op de veranda van ons schelpenhuisje. Daarna pakken we onze spullen in en gaan we op pad.
Na een kilometer lopen, komen we al in het dorpje Limogne-en-Quercy. Hier halen we eerst boodschappen. Bij de kerk op de stoep eten we ons ontbijt en smeren we onze baguettes met pindakaas terwijl onze telefoons in de kerk liggen op te laden. Na een lange pauze gaan we weer verder. De route brengt ons over mooie grindpaadjes door half bos en half rotsachtig gebied naar het dorpje Varaire. In Varaire vinden we een picknickbankje in de schaduw. Tijd voor pauze en eten. Na een lange pauze gaan we weer verder. Het is inmiddels al aardig warm geworden en de zon schijnt fel. Als we het dorp uitlopen, komen we langs een huis met schuur waar drankjes verkocht worden. Een soort selfservice rustpunt. Super fijn!
Ook nu gaat de route weer voornamelijk over grindpad langs lage bomen en stenen muurtjes aan beide zijden naar het volgende dorpje een paar kilometer verderop. Na ruim een uur lopen, komen we een tikje oververhit aan in het dorpje Bach. Bij de kerk staat een picknickbankje in de schaduw waar we op neerploffen. Na een lange pauze en wat eten neem ik nog een kijkje in de kerk. Daarna gaan we weer verder. Het pad vanaf Bach naar het volgende dorpje is lang en recht, maar gelukkig wel weer over een mooi grindpad. Schaduw en zon wisselen elkaar af en de stukken in de zon worden steeds heter. Niet veel later passeren we een stromend beekje dat over het pad loopt. Tijd om de schoenen uit te trekken en de voeten af te koelen.
De laatste kilometers naar Mas de Vers zijn pittig. Het wordt steeds later en warmer. Uiteindelijk komen we aan in dit dorp, maar meer dan een paar huizen is er niet. We lopen verder over een grindpad op zoek naar een plek om te slapen. Niet veel later zien we een soort pelgrimshokje met wc. De wc is helaas gesloten, maar er is wel koud water. In het hokje ligt een pelgrim met een hond. Hij vindt het geen probleem als we erbij komen liggen. Fijn!
Dag 16: Le Gascou – Cahors (14km)
Vroeg in de ochtend worden we wakker. Onze medepelgrim met hond is al vertrokken. We zetten koffie en daarna pakken we onze spullen in en gaan we op pad. De route is niet heel boeiend en gaat gedeeltelijk langs de weg. Na 6 kilometer lopen, komen we op een open plek aan met een verlaten voetbalveld, picknickbankjes en water. Een prima plek voor een pauze en om weer een droog stuk baguette met pindakaas naar binnen te proppen. Opgeladen van de pauze lopen we weer verder. De route is een beetje monotoon en ik merk dat de kilometers erg langzaam voorbij gaan. Het weer helpt ook niet echt mee. De laatste kilometers lopen we over een soort open vlakte over grote stenen grindpaden. In de verte zien we Cahors al liggen. We zijn er bijna. Het is nog een pittige afdaling voordat we bij de brug zijn die ons in het centrum brengt. Als we de brug over zijn zien we een huisje met wat pelgrims en rugtassen. Er zijn twee vrijwilligers en we krijgen een kopje koffie. Daarna lopen we door naar ons hotel waar we onze tas kunnen droppen. Na een wasje in de wasserette en een hapje eten, gaan we naar de kathedraal. Deze is echt heel indrukwekkend om te zien vanbinnen. Iemand speelt op het orgel en in een van de koepels wordt met licht en kleur gespeeld. Het ziet er prachtig uit. We halen onze boodschappen en gaan terug naar het hotel. We kunnen inchecken en na 3 dagen eindelijk douchen. Wat een luxe!
Dag 17: Cahors – Lascabanas (27km)
Na een rustige ochtend gaan we weer op pad. We lopen naar de prachtige middeleeuwse brug en daarna mogen we meteen flink klimmen. We maken een kleine detour naar een schitterend uitzichtpunt. Vanaf hier ziet Cahors er echt indrukwekkend uit. De eerste kilometers lopen we over de weg en komt er af en toe een auto voorbij razen. Niet heel inspirerend. Op een gegeven moment gaan we over een stijgend grindpad naar het eerste dorpje met waterpunt. We zijn in La Rosière. De kerk is helaas gesloten. Op een steen in de schaduw in de buurt van het kraantje nemen we even pauze. Daarna lopen we weer verder. De route brengt ons over grindpaadjes met af en toe klimmen en dalen naar het volgende dorpje Labastide-Marnhac. Gelukkig hoeven we niet teveel te klimmen en te dalen. En dan zie ik rechts van me ineens de eerste zonnebloemen. Het zijn er maar een paar midden in een veld vol graan, maar toch.
Na een paar kilometer stoppen we bij een bordje waar ‘boissons’ op staat. In een klein schuurtje bij een herberg staat een koelkast met koude drankjes. Score! We kopen 2 drankjes en rusten weer even uit op een picknickbankje. De volgende kilometers gaan door een soort open vlakte met af en toe een laag boompje ter beschutting. Het laatste stuk lopen we langs graanvelden en een aantal zonnebloemvelden. Helaas zijn we te vroeg en hebben de zonnebloemen nog geen gele bloem. Wel staan er een aantal verdwaalde exemplaren tussen het graan. Een schrale troost.
Als we in het dorpje Lascabanas aankomen, nemen we nog een korte pauze bij de kerk. Hierna is het nog een paar kilometer naar onze slaapplek. Een tip van Floor. Het is nog een klein klimmetje door het bos. Als we bijna de hoek om zijn, horen we stemmen. Bij de picknicktafels naast de kapel staan heel veel rugtassen en jongeren. Er staan ook al 3 tentjes in het veld tegenover de kerk. We zijn dus niet de enige die op de hoogte zijn van deze slaapplek. In de kleine kapel is niemand en dus leggen we daar onze matjes neer.
Dag 18: Lascabanas – Lauzerte (23km)
We hebben beide moeite met opstaan vanochtend en blijven nog een half uur liggen. Met een sterke bak koffie achter de kiezen lukt het ons om de spullen in de pakken en daarna gaan we weer op pad. Het is heerlijk om ’s ochtends vroeg te lopen. De zon komt op achter de graanvelden en de vogels fluiten. Verder is er niemand. Door een heuvelachtig landschap langs vele graanvelden en stukjes door het bos komen we uiteindelijk aan in het schattige dorpje Montcuq. Tegenover de supermarkt staat een picknickbankje in de schaduw.
We lopen daarna de verkeerde kant op en de lokale postbezorgster wijst ons de juiste weg. Al snel zien we de bekende rood-witte vlaggetjes weer en zitten we weer op het pad. We lopen door een veld en als we achterom kijken, hebben we een prachtig uitzicht op het dorpje. Daarna verdwijnt het pad het bos in en moeten we een stukje klimmen. En opeens is daar een groot paars lavendelveld. Wow, wat prachtig! Als we verder lopen, komen we langs nog meer lavendelvelden. Ik kijk m’n ogen uit. Ik voel me helemaal in Frankrijk. Na een paar kilometer komen we in het kleine dorpje Rouillac aan. Naast de kerk in de schaduw staat een picknickbankje waar we even uitrusten. De kerk is open dus we nemen even een kijkje. Na wat eten en een pauze lopen we weer verder. Het wordt steeds warmer. We lopen door het platteland veel in de zon.
We komen langs het dorpje Montlauzun en maken daarna een pittige klim naar boven. We komen uit in een mooi landschap met veel lage bomen. We lopen nog een stukje door het bos en hierna komen we langs velden vol met zonnebloemen. Helaas ook hier nog geen gele bloemen. Bij een kraantje met water stoppen we nog even in de schaduw voor een korte pauze. Daarna is het nog een paar kilometer lopen naar de camping. We zijn oververhit en uitgeput als we hier aankomen. Aan het eind van de middag is het nog steeds bloedheet, maar gelukkig is er een zwembad ter verkoeling.
Dag 19: Lauzerte – Moissac (29km)
Na een heerlijke rustdag op de camping in Lauzerte gaan we met frisse energie weer op pad. We klimmen naar het dorpje Lauzerte en bewonderen hier het mooie plein met dito huizen. Na wat fotomomentjes dalen we het dorp uit. Asfalt en bos wisselen elkaar af. Het landschap is heuvelachtig en we moeten telkens weer klimmen en dalen. We lopen op een gegeven moment langs vele akkervelden. Tijdens de volgende klim zien we voor het eerst druiven aan de takken van een kleine wijngaard. Ze zijn nog heel klein, maar wel leuk om te zien. Daarna volgen een aantal fruitbomen. Een paar kilometer later komen we aan in het dorpje Dufort-Lacapalette. Bij de lokale bar strijken we neer op het terras voor koffie en een rozijnenbroodje. Daarna lopen we weer verder.
Al snel komen we langs heel veel appelbomen en een paar pruimenbomen. Het wordt steeds warmer. Gelukkig kunnen we bij de kerk in Saint Martin ons hoofd onder de kraan houden en onze waterflessen bijvullen. Lekker verkoeld lopen we verder. Het blijft klimmen en dalen vandaag. We gaan weer een bos in en mogen een pittig klimmetje maken. We kunnen niet stoppen want de muggen vliegen ons om de oren. Het zweet gutst uit m’n lijf. Ik heb het gevoel alsof ik in de jungle loop. Na weer een klim bereiken we een bankje in de schaduw. Na een kort pauzemoment gaan de volgende kilometers over een asfaltweg met weinig schaduw. Wat is het warm vandaag. Niet normaal. Zo wennen dit. Gelukkig is het niet zo ver meer lopen naar onze slaapplek. Het laatste stuk is echt terror heet. Kapot en bezweet komen we aan bij de herberg. We krijgen een eigen kamer en mogen gebruik maken van alle faciliteiten. Wat een fijne plek!
Dag 20: Moissac – Auvillar (20km)
Om 5 uur ’s ochtends gaat de wekker en niet veel later gaan we op pad. Al snel komen we bij het kanaal dat we kilometers lang mogen volgen. De lucht is prachtig gekleurd zo op de vroege ochtend. We blijven het kanaal volgen totdat we afslaan naar het dorpje Pommevic. Bij een waterkraan en picknickbankje nemen we even pauze. We passeren de kerk in Pommevic waar we even een blik naar binnen werpen. Daarna gaat de route over een brug langs de weg naar het dorpje Espalais. Het is bloedheet en er is geen schaduw. In Espalais stoppen we nog een keertje om af te koelen in de kerk. Daarna is het nog maar anderhalve kilometer naar Auvillar, onze eindbestemming voor vandaag.
Oververhit maken we ons laatste klimmetje naar het dorpscentrum. Op een paar kleurrijke stoeltjes bij het toerisme bureau zitten al een paar pelgrims te wachten. Het wordt steeds drukker bij het toerisme bureau en we besluiten om toch niet in de herberg te slapen, maar terug te lopen naar de kleine camping voor het dorp. Het is nog steeds bloedheet en in de zon zetten we onze tent op. Na een ijskoude douche gaan we gaan we nog even het dorpje in voor een biertje. Daarna halen we boodschappen en gaan we terug naar de camping. Als het eindelijk een beetje afgekoeld is in mijn tent duik ik erin.
Dag 21: Auvillar – Lectoure (33km)
Vroeg in de ochtend maken we weer dezelfde klim naar het centrum. Bij de lokale bakker halen we broodjes en daarna laten we Auvillar achter ons. Na een paar kilometer komen we aan in het dorpje Saint-Antoine. We pauzeren op een picknickbankje naast de kerk. Net buiten het dorp stuiten we op een prachtig veld vol zonnebloemen. We lopen weer verder tot we een tafeltje zien met een thermoskan koffie en zelfgemaakte kersencake. Dat kunnen we natuurlijk niet weigeren. De route gaat verder langs een prachtig wit koriander veld door een glooiend landschap. Het is echt prachtig hier! Weer een paar kilometer verder komen we in het dorpje Flamarens. Hier staat een soort ruïne kerk. Heel bijzonder om te zien. We lopen verder naar het volgende dorp Miradoux. De supermarkt hier is nog een kwartiertje open en we zijn dus net op tijd om lunch te scoren. Buiten staat een tafel en bankjes gemaakt van pallets. De perfecte plek voor onze lunch.
Een paar kilometer verder komen we in het dorpje Castet-Arrouy. We nemen even pauze naast de kerk en bereiden ons mentaal voor op de laatste kilometers. Het is zwaar, mijn voeten willen eigenlijk niet meer verder lopen. Na een paar kilometer komen we een groentekraam aan de weg tegen waar we koffie kunnen drinken. Tijd voor een laatste pauze. De laatste kilometers strompelen we totdat we uiteindelijk uitgeput bij de herberg in Lectoure aankomen. Hier worden we hartelijk ontvangen door vrijwilligers en komen we Frankie ook weer tegen. Gezellig! We krijgen die avond een heerlijk uitgebreide maaltijd en praten bij met onze medepelgrims. Wat een fijne plek!
Dag 22: Lectoure – Eglise Saint Germaine (26km)
Na een uitgebreid ontbijt neemt een van de vrijwilligers ons mee naar de toren van de kathedraal die tegenover de herberg ligt. Vanaf hier genieten we van een prachtig uitzicht op het dorpje en de omgeving. We lopen terug naar de herberg, nemen afscheid van onze medepelgrims en de vrijwilligers, en gaan weer op pad. We laten het dorp achter ons en wandelen de Gers in. Na een tijdje lopen we weer langs een prachtig veld vol zonnebloemen. Als we in het dorpje Marsolan aankomen, zien we een terrasje. Tijd voor een drankje! Niet veel later komt Frankie ons vergezellen. Na een lange pauze lopen we verder door het platteland en passeren we weer een aantal zonnebloemvelden. Ik word er super blij van!
Uiteindelijk komen we aan in het centrum van La Romieu, een prachtig dorpje. Omdat de buurtwinkel pas aan het eind van de middag weer opengaat, ploffen we neer op een terras voor een biertje. Als de winkel eindelijk open gaat halen we boodschappen en lopen we weer verder. Het is nog maar een paar kilometer tot onze eindbestemming. De laatste kilometers zijn zwaar. We worden nog even belaagd door agressieve muggen en mogen nog een klimmetje maken totdat we er dan eindelijk zijn. De kapel van Saint Germaine. Wat een prachtige plek! Er is een wc, een kraan en een picknickbank. We eten eerst ons avondeten en daarna settelen we in de kapel. Wat een fijne plek om te slapen. Uitgeput ga ik op m’n matje liggen en ik val al snel in slaap.
Dag 23: Eglise Saint Germaine – Routgés (18km)
De eerste pelgrims komen de kerk al binnen als we net opstaan. Het is tijd om te vertrekken. Na een paar kilometer lopen we langs een mooi meer waar we even op een picknickbankje onze laatste broodjes opeten. Daarna gaan we weer verder. Langs verschillende zonnebloemvelden. Na een paar kilometer komen we aan in Condom en wijken we even van de route af voor de supermarkt en de wasmachines in de parkeergarage ernaast. Daarna lopen we verder naar het centrum van Condom en nemen we een kijkje in de imposante kathedraal.
Daarna laten we Condom achter ons en gaan we weer verder. Na een paar kilometer komen we Frankie weer tegen en samen lopen we het laatste stuk naar onze slaapplek. Als we bij het kerkje aankomen waar we willen slapen zit er ook al een andere pelgrim die hier ook gaat slapen. Frankie loopt weer verder en wij gaan ons settelen in de kerk. Afgezien van het stof en de spinnenwebben is het echt een top plek. We maken ons maaltje klaar en daarna gaan we horizontaal. Ik ben echt kapot en val gelukkig snel in slaap.
Dag 24: Routgés – Eauze (22km)
We drinken een kopje koffie buiten de kerk en pakken daarna onze spullen in. De eerste kilometers lopen we langs wijngaarden, graanvelden en zonnebloemvelden. Pas in Montréal arriveren we weer in de bewoonde wereld. In het centrum van Montréal ploffen we neer op een terrasje voor koffie en cola. Daarna lopen we weer verder. Tot aan het dorpje A Lamothe lopen we voornamelijk langs wijngaarden en stukjes door het bos. In A Lamothe komen we langs een herberg met buitenbar waar een aantal pelgrims zitten die we eerder zijn tegengekomen. We volgen hun voorbeeld en gaan aan een tafeltje zitten voor een kopje koffie. Na een tijdje lopen we weer verder.
De laatste kilometers naar onze eindbestemming lopen we over een eentonig fietspad met aan beide kanten bomen. Als we in Eauze aankomen, gaan we naar het toerisme bureau voor een slaapplek in de gemeentelijke herberg. Er is nog voldoende plek gelukkig. Na eindelijk weer een douche en de kleding in de handwas gaan we het dorp in om de kathedraal vanbinnen te bekijken. We komen onze medepelgrims weer tegen en duiken het terras op voor een drankje. Eenmaal terug in de herberg maken we het niet te laat en na onze zelfgemaakte maaltijd duiken we ons bedje in.
Dag 25: Eauze – Nogoro (20km)
Nog voordat de pelgrims in de andere kamer wakker zijn, zitten wij alweer in de keuken aan een kop koffie. We zijn de eersten die vertrekken. We wandelen het dorp uit, slaan rechtsaf en al snel lopen we weer tussen de wijngaarden. Af en toe een stukje door het bos omringd door muggen. Als we stevig doorlopen, kunnen ze niet op ons gaan zitten. Aan de rand van een wijngaard pauzeren we even en eten we onze broodjes. De ene na de andere pelgrim komt langs. Ook Willy komt aanlopen. Die hadden we al een tijdje niet meer gezien. Hij komt even bij ons zitten en we praten bij over de afgelopen dagen. Na een korte pauze loopt hij weer verder.
Op de helft passeren we het dorpje Manciet. Na een goede pauze lopen we weer verder. We lopen een stukje naast een drukke weg, maar mogen gelukkig snel weer afslaan naar rustiger gebied. Het landschap blijft een beetje hetzelfde. Echt plattelandsgebied, langs maïsvelden en zonnebloemvelden. De laatste kilometers gaan we als een speer en al aan het begin van de middag arriveren we bij de herberg in Nogoro. Na een koude douche en een wasje kunnen we horizontaal en de rest van de middag relaxen. We eten onze zelfgemaakte maaltijd en kruipen vroeg ons bed in.
Dag 26: Nogoro – Aire-sur-l’Adour (28km)
Vroeg in de ochtend zijn we weer als eersten vertrokken. In een rechte lijn verlaten we het dorp en vervolgen we de route. Al snel lopen we weer langs de wijngaarden en vervolgens een stukje door het bos. Terwijl de zon steeds hoger kruipt, wandelen we langs het ene na het andere akkerveld. Uiteindelijk stoppen we bij een herberg in Labarbe waar twee picknickbankjes staan en een plank met selfservice dingetjes. Koffie, koekjes, frisdrank, het is er allemaal. We gaan even zitten voor een pauze en drinken een kopje koffie terwijl meerdere medepelgrims ons voorbeeld volgen.
We lopen de volgende kilometers langs wijngaarden en heel veel maïsvelden totdat we in het dorpje Lelin-Lapujolle aankomen waar we weer even pauzeren. Er is een picknickbankje en er zijn openbare toiletten. Na een korte pauze lopen we weer verder. De laatste kilometers zijn pittig. We lopen in de bloedhete zon op een rechte weg met aan beide kanten alleen maar mais. In het dorpje Barcelonne-du-Gers willen we een biertje drinken bij het enige restaurant, maar dat blijkt nu net gesloten te zijn. Jammer. Gelukkig is het nog maar een half uur lopen naar onze herberg waar we hartelijk worden ontvangen. Onze tas blijft in de kelder en we krijgen een mandje waar we onze spullen in mogen doen. Na een douche en een wasje ga ik languit. Het enige waar ik nog voor opsta is het avondeten dat we wederom zelf klaarmaken in de gedeelde keuken.
Dag 27: Aire-sur-l’Adour – Miramont-Sensacq (20km)
De wekker gaat weer mooi op tijd. We pakken ons mandje met spullen en lopen naar de woonkamer om ons klaar te maken en een kopje koffie te drinken. Daarna stoppen we onze spullen terug in de tas en gaan we weer op pad. We lopen door het centrum het dorp uit en al snel komen we aan bij een mooi meer waar we even stoppen voor een fotomomentje. Het is nog vroeg, maar het is nu al warm. Na een paar kilometer stoppen we even in een klein bushokje waar ook een waterkraan is. Als we na een fijne pauze weer verder willen gaan, komt net Willy aangelopen. We praten even kort en lopen dan weer door. We passeren wederom talloze maïsvelden. Na weer een aantal kilometers, spot ik een picknickbankje in de schaduw. Tijd voor een volgende pauze want het begint echt warm te worden en er is nergens schaduw. Hier moeten we dus echt even gebruik van maken. We zijn niet de enige oververhitte pelgrims die smachten naar een bankje in de schaduw.
Samen met onze medepelgrims lopen we de laatste kilometers langs maïsvelden en een stukje door het bos naar het dorpje Miramont-Sensacq. Hier vinden we een cafeetje waar iedereen induikt voor een koud biertje. Er hangt een heerlijke pelgrim zweetlucht in het café en het bier smaakt voortreffelijk. Het is bloedheet buiten en warm binnen. Gelukkig hoeven we hierna nog maar een paar kilometer te lopen naar onze herberg. Niet veel later komen we hier helemaal bezweet aan en nemen we eerst een verfrissende duik in het zwembad. Wat heerlijk! We ploffen op een ligbed en genieten van de zon, de rust en even helemaal niks doen. In het winkeltje van onze gastvrouw scoren we chips, koekjes en bier. De rest van de dag doen we spelletjes onder het genot van een biertje en de snacks.
Dag 28: Miramont-Sensacq – Arthez-de-Béarn (36km)
Het is nog schemerig als we vertrekken. Na een paar kilometer asfalt lopen worden we het bos in gestuurd. Na een fikse klim, komen we aan in het dorpje Pimbo. Behalve een kerk en een herberg is hier verder niks en binnen een paar tellen zijn we het dorp alweer uit. Het is nog vroeg dus nog geen medepelgrim te zien. Na nog meer kilometers asfalt lopen, komen we aan in het dorpje Arzacq-Arraziguet. We lopen naar de supermarkt voor een tweede ontbijt en boodschappen. We komen Frankie en Willy hier weer tegen en praten even bij. Daarna lopen we langs een meer het dorp uit. Na een paar kilometer komen we in het dorpje Louvigny waar we stoppen bij een kerk en waterpunt. Vanaf dit punt besluiten we een kortere route te pakken. We moeten even klimmen en zweten langs de maisvelden, maar worden daarna beloond op mooie uitzichten. In het kleine dorpje Uzan komen we weer op de route. We nemen een pauze bij het kerkje in de schaduw. Bij het gemeentehuis in het dorp zijn publieke wc’s en een waterkraan. We houden ons hoofd onder de kraan en vullen onze flessen bij. In de bloedhitte lopen we verder over het asfalt. Behalve wat akkerbouw en af en toe een boerderij is er niet zoveel te zien op deze route.
We lopen door het dorpje Géus-d’Arzacq langs een klein kerkje. We gooien nog een keer ons hoofd onder de kraan en lopen dan verder naar het dorpje Pomps. Bij een klein winkeltje, dat ook dienstdoet als bar, drinken we een biertje voordat we weer verder lopen. Na een paar kilometer komen we aan in Castillon waar we bij de kerk nog een keer ons hoofd onder de kraan houden. De laatste kilometers zijn echt zwaar en we lopen gestaag door. Uiteindelijk komen we aan het eind van de middag bezweet en oververhit aan in de gemeentelijke herberg in Arthes-de-Béarn.
Dag 29: Arthez-de-Béarn – Navarrenx (32km)
We laten de drukke herberg achter ons en gaan weer lekker vroeg op pad. De zon komt langzaam achter de wolken vandaan. We lopen een stukje door het bos en vervolgens weer kilometers lang over plattelandswegen. We komen aan in het dorpje Maslacq waar we bij de kruidenier boodschappen halen en koffie drinken. Daarna lopen we weer verder. De route is echt weinig inspirerend. Asfalt, af en toe een boerderij, maisvelden, dat werk. Ter afleiding doen we een spelletje. We worden vervolgens nog een keer getrakteerd op een zonnebloemveld. Ik blijf het prachtig vinden om te zien. Als we in het dorpje Sauvelade aankomen zijn we net over de helft. Tijd voor een oppeppertje. De enige herberg met bar is hier open en we bestellen een amber biertje. Een paar medepelgrims komen erbij zitten. Zij blijven hier slapen, maar wij gaan nog even door. Nog twee klimmetjes te gaan. Na de eerste klim is gelukkig een bankje waar we nog even kunnen rusten. De route is verder alleen maar asfalt lopen langs bomen, akkervelden en af en toe een boerderij, waaronder twee met heel veel verlepte ganzen voor de foie gras. Zo zielig.
Bij een waterdrinkpunt aan de kant van de weg stoppen we even. Helaas worden we geterroriseerd door muggen en andere vliegende insecten dat we toch maar weer doorlopen met onze pijnlijke voeten. We pakken het spelletje weer op om de laatste kilometers door te komen. Na een paar kilometer komen we in Méritein aan waar een tafeltje en wat stoelen staan. Hier gaan we nog even zitten met de benen languit. Daarna lopen we de laatste kilometers naar Navarrenx, naar de gemeentelijke herberg waar we gereserveerd hebben.
Dag 30: Navarrenx – Aroue (20km)
Na een fijne rustdag in Navarrenx gaan we vandaag weer met nieuwe energie op pad. We lopen het centrum uit en daarna de brug over. Na een stukje industriegebied komen we in het dorpje Castetnau-Camblong. Daarna lopen we een stuk door het bos. Eenmaal uit het bos, gaan we op de weg zitten eten, bij gebrek aan een bankje. Frankie komt weer langs en gaat er even bij zitten. Niet veel later lopen we weer verder en zien we de Pyreneeën in de verte liggen.
Na een paar kilometer komen we Frankie weer tegen bij een picknickbankje. Met z’n drieën lopen we even later weer verder. We kletsen en de kilometers vliegen voorbij. Opeens lopen we op een brug over de rivier. Eindelijk een rivier die er schoon uitziet. Smachtend kijken we naar beneden naar het water. We willen allemaal maar een ding. Binnen no time heb ik de helft van mijn kleren uit en duik ik het water in. Heerlijk! We zwemmen en dobberen een tijdje en gaan daarna in de zon zitten opdrogen. Na een uitgebreide pauze lopen we weer verder over een asfaltweg. Niet veel later komen we aan bij de herberg die we gereserveerd hebben. Het is er druk met Franse pelgrims. We zien allemaal nieuwe mensen ineens. We hebben geen maaltijd gereserveerd en eten ons eigen opgewarmde prakje macaroni in de gemeenschappelijke eetkamer. En als iedereen aan tafel zit voor het eten, liggen wij al op bed.
Dag 31: Aroue – Utziate (26km)
In de ochtend krioelt het van de pelgrims in de herberg. We maken ons klaar en pakken snel onze spullen bij elkaar. Terwijl de meesten nog aan het ontbijt zitten, zijn wij alweer vertrokken. Het is weer heerlijk om vroeg in de ochtend te lopen. De zon komt op en ook de maan is nog prachtig te zien. Er lopen nog amper andere pelgrims. Het eerste stuk van de route is prachtig en we zien de Pyreneeën alweer in de verte liggen. We letten helemaal niet meer op de bordjes en lopen zonder dat we het doorhebben een paar kilometer helemaal verkeerd. We lopen weer terug naar de route en besluiten dan op de weg maar even pauze te nemen. We komen Frankie weer tegen en lopen met zijn drieën weer verder. We besluiten een kortere route te pakken die ons door het piepkleine dorpje Uhart-Mixe brengt. De kerk is dicht en verder is hier niks. We bellen bij iemand aan om water te vragen en nemen even pauze. Daarna lopen we weer verder.
Na een tijdje komen we weer op de officiële route langs een kerkje met water. We lopen weer verder en een paar kilometer later komen we aan in het dorpje Ostabat. Er is een picknickbank, een bar, en een winkeltje. Perfect. We houden hier een lange pauze samen met Frankie en een andere pelgrim.
Aan het eind van de middag lopen we nog een stukje verder op zoek naar een plek waar we kunnen bivakkeren. Na een paar kilometer komen we langs een huisje dat naast de weg staat. Het is een schuilplaats voor pelgrims. Als we binnen kijken zien we stapelbedden, een lange tafel, een wasrek, en een prullenbak. En buiten een kraan met drinkwater. Wauw, we zijn onder de indruk! Er is een andere pelgrim die we nog niet eerder hebben gezien die al een bed heeft geclaimd. Wij claimen ook alvast een stapelbed. Even later komt Frankie ook aanlopen en hij blijft hier uiteraard ook.
Dag 32: Utziate – Saint-Jean-Pied-de-Port (14km)
Met een lichaam vol muggenbulten word ik nogal verrot wakker. We drinken een kopje koffie met Frankie en gaan daarna op pad. De laatste kilometers naar het einde van deze route, de Via Podiensis. Het is mistig en bewolkt. Dat is jammer want hierdoor zien we de bergen niet liggen. De route is niet heel boeiend en ik besluit om m’n oordoppen in te doen en muziek te luisteren. Na een paar kilometer komen we in een apart boerendorp terecht waar we even pauze nemen en naar een vieze wc kunnen.
Na een korte pauze lopen we weer verder. We lopen voornamelijk over de fietsroute die naar Saint-Jean-Pied-de-Port gaat. Behalve de typische witte huizen met rode luiken en paarden is er niet zoveel te zien hier. Uiteindelijk komen we aan in het dorpje Seant-Jean-le-Vieux. Vanaf hier is het nog maar een paar kilometer naar Saint-Jean-Pied-de-Port. We besluiten de aankomst in de chaos nog even uit te stellen en gaan hier op een terras zitten. We bestellen een bakje koffie en die smaakt super goed. We hebben trek en bestellen ook een croc monsieur die mega groot is. Heerlijk!
Na een lange pauze en nog een bakje koffie lopen we weer verder. Het laatste stukje. Als we uiteindelijk in Saint-Jean-Pied-de-Port aankomen, kijk ik m’n ogen uit. We lopen door de St Jacques poort en overal zie ik toeristen en hier en daar een pelgrim. We lopen door de hoofdstraat langs de kathedraal en ploffen neer op een terras. Onderweg komen we meerdere medepelgrims tegen die we onderweg ontmoet hebben. Voor sommigen eindigt de tocht hier en andere wandelen via de Camino Francés naar Santiago de Compostella. We gaan elkaar niet meer zien dus. Na een overwinningsbiertje lopen we naar de herberg waar we een eigen kamer hebben geboekt. Hier komen we Willy weer tegen, wat toevallig! We geven elkaar een dikke knuffel, drinken samen een wijntje en praten bij over de afgelopen dagen. Hij gaat morgen verder op de Camino Francés en we zullen ook hem dus voorlopig niet meer zien, maar wie weet in Santiago de Compostella.
Van Friesland naar Santiago de Compostella
Samen met vriendin Linda loop ik van Friesland naar Santiago de Compostella. Ben je benieuwd hoe ik deze lange pelgrimstocht heb ervaren? In onderstaande reisblogs neem ik je op volgorde mee langs de verschillende routes die we hebben gelopen.
