Via Campaniensis
MINKE WINK
Net over de Belgische grens bij Rocroi begint voor ons het volgende pelgrimspad, de Via Campaniensis. We lopen door de uitgestrekte Champagne streek en langs wijngaarden die zachtjes op en neer golven. We passeren stille dorpjes en verlaten kerkjes. Onderweg slapen we in rustige pelgrimsherbergen, bij gastvrije mensen thuis en zelfs in een kleine dorpskerk. Overal worden we hartelijk ontvangen en mijn vooroordeel over de Fransen gaat meteen de prullenbak in.
Vanaf Rocroi gaat de route in rechte lijnen en slingerende landweggetjes naar plaatsen als Reims dat aanvoelt als een mini Parijs, Troyes met zijn prachtige vakwerkhuizen, en Chablis en zijn wijngaarden. Tussen de dorpen door zijn het akkers, kanalen, wijngaarden en modderige bospaden die het tempo bepalen. Soms eindeloos recht en soms verrassend kronkelend. De uitzichten onderweg zijn afwisselend oersaai en schilderachtig mooi.
In deze blog deel ik mijn ervaringen en onze etappes op de Via Campaniensis. Ook deel ik de plekken waar we overnachten.
Dag 1: Rocroi – Aubigny-les-Pothées (23km)
We laten Rocroi achter ons en lopen kilometers lang over een lange rechte asfaltweg. Net voor het piepkleine dorpje Chilly stoppen we even voor een pauze. We lopen langs boerderijen en landbouwvelden en heel af en toe een dorpje. Het is hier leeg. We komen amper mensen of auto’s tegen. In het kleine dorpje L’Échelle pauzeren we weer even bij een picknickbankje op het pleintje voor een kasteel. Het is nog maar een paar kilometer lopen naar onze eindbestemming. We lopen het laatste stuk langs graanvelden aan de ene kant en een treinspoor. Uiteindelijk komen we aan in het dorpje waar we willen overnachten. Al snel zien we de herberg liggen. Er hangt een briefje met telefoonnummers die we kunnen bellen. We bellen het bovenste nummer en in steenkolen Frans met behulp van Google Translate leggen we uit dat we in de herberg willen slapen. We krijgen de code voor het sleutelkastje en gaan naar binnen. De gite is klein met maar twee stapelbedden, maar er zijn twee grote banken om op te chillen. Er is helaas geen douche, maar dat maakt ons niet zoveel uit. De burgemeester komt nog even langs om ons welkom te heten en het geld te innen. Aan het eind van de middag komt Floor binnen, een andere Nederlandse pelgrim. Ze loopt ook naar Santiago de Compostella. We kletsen gezellig in de woonkamer en we eten onze overgebleven macaroni van gisteren. Daarna duik ik mijn bed in.
Dag 2: Aubigny-les-Pothées – Lalobbe (21km)
We vertrekken weer mooi op tijd. De route brengt ons weer over landbouw weggetjes richting het bos. Het is bewolkt en het heeft de halve nacht geregend. Dat beloofd blubber en nattigheid. Als we eenmaal in het bos aankomen is het al snel raak. Het is een dikke blubber bende waar we doorheen moeten. We twijfelen nog even of we niet een andere route moeten kiezen, maar we besluiten ons dan vol overgave op de route te storten. Inclusief natte voeten en uitglijgevaar. Het modderpad gaat over in een hoog gras pad dat tussen de hekken van weilanden loopt. Uiteindelijk komen we weer op een soort grindpad dat ons door het dorpje Librecy leidt. Anderhalve kilometer later komen we aan bij de supermarkt waar we wat eten kopen en opeten. Als we net onze lunch ophebben komen er twee vrouwen met donkerrode rugzakken aanlopen. Maria en Mia lopen ook naar Santiago de Compostella en zijn in Tienen in België gestart.
We lopen verder naar het dorpje Signy-l’Abbaye. In de plaatselijke kroeg ploffen we neer voor een rood wijntje. Na een uurtje vertelt de oude man van het café ons in het Frans dat hij gaat sluiten. We drinken ons wijntje op en lopen weer verder. De laatste kilometers gaan grotendeels over het asfalt. Helaas is er toch nog een gedeelte door het gras gemixt met blubs en zijn m’n net opgedroogde schoenen weer nat. Niet veel later komen we aan in het dorpje Lalobbe waar we bij Ton en Karin eten. De buren hebben een gite waar wij overnachten. Ton en Karin regelen alles omtrent de pelgrims en koken ook een maaltijd voor je als je dat wilt. Even later komen ook Mia en Maria en met zijn allen schuiven we aan voor het avondeten. Ik ben blij als ik even later in mijn bed lig.
Dag 3: Lalobbe – Château-Porcien (23km)
‘s Ochtends zitten we aan een uitgebreid ontbijt samen met Ton en Karin en medepelgrims Mia en Maria. Na het ontbijt geven we Ton en Karin een knuffel en vertrekken we. Na een stuk door hoog gras en zandpad komen we aan in het dorpje Justine-Herbigny. Naast het gemeentehuis staat een bankje onder een dakje waar we even een lange pauze nemen. Havermout, pinda’s en dadels worden naar binnen gewerkt. Daarna lopen we weer verder. Kilometers lang lopen we door een soort niemandsland over boeren landweggetjes. Overal waar we kijken zien we alleen maar vierkantjes groen en bruin, en windmolens. Het kniehoge graan danst in de wind. Een heerlijke weg, maar toch zijn we er de laatste kilometers wel klaar mee. De weg is eindeloos. Uiteindelijk komen we dan toch in het dorp aan. Bij de supermarkt halen we bananen en kwark en bij de kassa vragen we de code voor de pelgrimsherberg. Die ligt een 100 meter verderop in dezelfde straat. Een schattig klein huisje met 4 stapelbedden, twee douches en een keuken. Perfect!
Dag 4: Château-Porcien – Bazancourt (21km)
Na een ontbijt van kwark en bananen gaan we op pad. De eerste kilometers lopen we over de weg terwijl er af en toe een auto voorbij raast. Niet echt een lekker begin van de dag. In het eerste dorpje Avançon zien we Mia en Maria op de stoep voor het stadhuis zitten. We gaan erbij zitten en nemen ook even pauze. Na een paar handjes pinda’s zijn we afgekoeld en lopen we weer door. Niet veel later komen we door het dorpje Saint-Loup-en-Champagne. Behalve een kerk en pelgrimsbankje is hier verder niet zoveel te zien en dus lopen we al gauw weer door. De route gaat over een eindeloze boerenweg tot aan het dorpje L’Echaille. Hierna is het pad nog kilometers rechttoe rechtaan tot onze eindbestemming Bazancourt. We lopen naar het stadhuis om de sleutel van de herberg op te halen alleen blijkt deze pas om 3 uur open te gaan. Dan maar even ergens wat drinken.
Bij de plaatselijke bar vinden we een plekje en drinken we koffie en daarna een biertje. Om 3 uur stipt staan we weer bij het stadhuis en daar zijn Mia en Maria ook weer. We krijgen de sleutels en lopen naar de herberg. Het is simpel, klein en er zijn maar 4 bedden. We gaan nog even langs de supermarkt om wat stokbrood en camembert te halen voor vanavond en kwark en bananen voor morgenochtend. Ik ga op tijd slapen want we willen morgen weer vroeg weg.
Dag 5: Bazancourt – Reims (18km)
Tijd om weer verder te gaan! Gelukkig vannacht wat beter geslapen en niet teveel last gehad van het gesnurk. We geven Mia en Maria een knuffel en gaan weer op pad. Al snel laten we Bazancourt achter ons en lopen we langs een enorme suikerfabriek. Zo lelijk. Maar de route kan niet altijd mooi zijn. De volgende kilometers bewijzen dat. Het is alleen maar rechtdoor lopen. We passeren het piepkleine dorpje Pomacle, maar verder is het alleen maar rechtdoor over een boerenweg langs de graanvelden. De modder plakt onder onze schoenen vast en zorgt ervoor dat deze zwaarder worden. Het maakt het lopen ook zwaarder en de route niet aantrekkelijker. Na kilometers rechtdoor komen we eindelijk weer in de bewoonde wereld. We volgen nog een paar kilometer de weg totdat we in het centrum van Reims zijn. Pittig. Uiteindelijk komen we aan het eind van de ochtend bij ons hotel aan. ‘s Middags gaan we de stad in, naar de kathedraal voor een stempel. De kathedraal is prachtig om te zien en het centrum van Reims doet me denken aan Parijs in het klein. Na het bezoek aan de kathedraal en met een verse stempel in ons pelgrimspaspoort lopen we weer terug naar het hotel. We installeren ons op het bed en genieten van champagne en roze Reims biscuits.
Dag 6: Reims – Mardeuil (35km)
Vroeg in de ochtend lopen we het hotel uit. Al snel lopen we langs het water de stad uit. Het eerste dorpje dat we tegenkomen is Cormontreuil waar we even koffie drinken. De eerste kilometers zitten er al weer op. We lopen verder tot we de eerste wijngaarden zien net voor het dorpje Montbré. Bij de kerk in het dorp gaan we even op de trap zitten en werken we wat zoute pinda’s naar binnen. Daarna lopen we verder langs de wijngaarden naar het dorpje Rilly-la-Montagne. Daarna is het een kort en pittig klimmetje naar boven. We belanden al snel in het bos en worden meteen belaagd door muggen. Al snel zien we een bordje met omleiding staan. De alternatieve route gaat over wat meer rechte wegen en niet door het dorpje Germaine. We lopen weer verder door het bos waar serieus geen eind aan lijkt te komen. Als we eindelijk weer een beetje in de bewoonde wereld aankomen, lopen we langs een mega chique champagne hotel met spa. Daarnaast is een mooi uitzichtpunt met uitzicht op de wijngaarden en dorpjes in de verte. Een paar kilometers verder komen we door Hautvillers waar we een terras opduiken voor een biertje. Na een korte pauze lopen we in een rechte lijn door naar het volgende dorpje Mardeuil. Hier vinden we een kampeerplek naast de moestuin van een lieve Fransman. Na een potje havermout met eiwitten en een halve avocado duik ik moe en ontzettend voldaan m’n tent in.
Dag 7: Mardeuil – Montmort-Lucy (30km)
We pakken de tent en onze spullen weer in en vervolgen de tocht. We lopen naar de champagne stad Epernay. Het is vroeg en nog rustig in de stad. Alleen de bakkerijen en wat koffietentjes zijn open. Bij een lokaal cafeetje drinken we een bakje koffie met melk. Daarna lopen we verder in een rechte lijn de stad uit. Via Pierry en Moussy lopen we de bewoonde wereld uit. Terug naar de wijngaarden. Het is meteen een pittig klimmetje naar een prachtig kerkje op een heuvel. De zon schijnt en voor het eerst sinds dagen is de lucht weer eens blauw in plaats van grijs. We lopen een stuk langs de wijngaarden en gedeeltelijk over de weg totdat we bij een prachtig uitzichtpunt aankomen. Hier is ook water, een wc en voldoende picknickbankjes. We nemen een wat langere pauze en genieten van onze broodjes.
Daarna lopen we verder langs de wijngaarden en een stukje door het bos. In het fancy dorpje Morangis vinden we een bankje waar ik mijn laatste muffin opeet. Daarna gaat de route kilometers lang door het bos. Het pad is lang, recht en blubberig. We moeten steeds uitwijken voor plassen water en door hoog gras banjeren. Nergens een plek om even te rusten. Echt een pittig stuk. Ik ben blij als we uiteindelijk het bos uit strompelen en weer op een asfaltweg lopen. Na een vrij uitgebreide pauze langs de weg, lopen we de laatste kilometers naar de gite waar we vannacht gereserveerd hebben. Als we daar aankomen zien we Mia en Maria op het terras zitten. Gezellig! ’s Avonds eten we samen met gastvrouw Catherine en haar dochter. Niet veel later duik ik m’n bedje in. Morgen weer een dag.
Dag 8: Montmort-Lucy – Lachy (27km)
’s Ochtends vroeg zitten we met z’n allen aan het ontbijt. Daarna gaan we weer op pad. De eerste kilometers lopen we over een asfaltweg naar het dorpje Montmort-Lucy. Nu zitten we weer op de route. Al snel lopen we weer op een boerenpad met hoog gras. Het pad is kilometers lang rechtdoor en voornamelijk door het gras. Zwaar en dodelijk saai. En we worden belaagd door muggen. Als we na vele kilometers eindelijk uit het grasland kruipen en bij de verharde weg aankomen, besluiten we een kleine omweg te maken naar het dorpje Baye. Even een pauze inlassen. Maar behalve een bakker is hier niks open. Dan maar noodgedwongen een baguette halen. Bij de kerk, die op instorten staat, gaan we zitten om te eten. Daarna lopen we weer verder. Het dorp weer uit. Al snel lopen we weer door het bos. Dit keer even een stukje grindpad. Ook wel fijn. Maar het geluk is van korte duur want na een stukje asfalt klimmen we langs een oud kerkje weer een bos vol muggen in. Uiteindelijk komen we weer op een asfaltweg die ons naar het piepkleine dorpje Soizy-aux-Bois brengt.
Daarna gaat de route al snel weer door het grasland en lopen we naast de graanvelden en het bos weer verder. Als we eindelijk in het dorpje Lachy aankomen, nemen we een kijkje bij het stadhuis en de kerk. Achter het stadhuis ligt een perfect grasveld waar we prima onze tent neer kunnen zetten. Er is zelfs een overdekt stukje met picknickbank. We zetten onze tas neer en kijken bij de kerk ernaast of die open is. Verbazingwekkend genoeg is de deur open. Er hangt zelfs een briefje waarop staat dat pelgrims welkom zijn. We halen onze tassen weer op en besluiten om in de kerk te gaan slapen. Moe en voldaan kruip ik die avond mijn slaapzak in. Hopelijk houden de kerkklokken me niet teveel wakker vannacht.
Dag 9: Lachy – Allemanche-Launay-et-Soyer (27km)
Heel bijzonder om wakker te worden op de grond in de kerk. We pakken onze spullen weer in en gaan we weer op pad. Als we het dorp uitlopen, komen we meteen weer in hoog gras terecht. Daarna lopen we weer een stukje door het bos. De muggen zijn weer aanwezig en het gras is zeiknat. Een lekker begin van de dag. Het laatste stukje tot aan Sézanne gaat weer door een bos over een blubber pad. We komen weer uit bij de wijngaarden en zien Sézanne al liggen. We verlaten de route en lopen de stad in. In Sézanne ploffen we neer in een café voor 2 bakken koffie. Daarna lopen we de stad weer uit en al snel belanden we weer tussen de wijngaarden. Prachtig!
In het dorpje Vindey pakken we de route weer op. Over een lange rechte weg lopen we naar het volgende dorpje Saudoy. De route daarna is kilometers door het platteland langs graanvelden. Ik ben blij als we eindelijk in Allemanche-Launay-et-Soyer aankomen. We mogen hier de tent opzetten bij Alain en Anne Maclin in de tuin. Als we de tent hebben opgezet komen ze net aanrijden. We gaan met ze in de tuin zitten en krijgen een biertje. Genieten! Niet veel later komt Floor aanlopen. Ze kampeert hier ook. We verplaatsen de tuintafel naar de garage zodat we droog kunnen zitten eten. Samen met Floor zitten we in de garage aan onze maaltijden en praten we bij over de afgelopen dagen. Als de lucht dreigend donker begint te worden gaan we tanden poetsen en kruipen we de tent in.
Dag 10: Allemanche-Launay-et-Soyer – Méry-sur-Seine (16km)
We eten een droge baguette en gaan weer op pad. We laten de route even links liggen en lopen in een rechte lijn naar het volgende dorpje Anglure. In het dorpje vinden we een café waar we koffie kunnen drinken. Daarna lopen we weer verder. We lopen langs het water tot we in het dorpje Bagneux aankomen. Het ziet er verlaten uit. We lopen er doorheen en via een rechte asfaltweg komen we weer bij een kanaal. Canal de la Haute Seine gaan we volgen tot aan Troyes, maar niet vandaag. In het dorpje Clesles zoeken we nog even een bankje op bij het stadhuis. We eten onze laatste baguette met plakjes chorizo. Daarna lopen we weer naar het kanaal dat we volgen tot het dorpje Méry-sur-Seine. Het is fijn om even niet over eindeloze plattelandswegen met hoog gras en door blubber bossen te banjeren. Het kanaal is mooi om te zien omdat het vol ligt met waterlelies. Aan beide kanten zijn veel bomen en in sommige van deze bomen hangt een creatief gemaakt vogelhuisje.
Vroeg in de middag arriveren we al bij de pelgrimsherberg. Brigitte leidt ze ons rond in de herberg. Het is echt top! Boven zijn geen stapelbedden, maar losse bedden. Er is een badkamer met warme douche. En beneden is een keuken met alles wat je nodig hebt. Perfect! We halen boodschappen voor het avondeten en de rest van de dag blijven we in de herberg terwijl de regen op het raam tikt.
Dag 11: Méry-sur-Seine – Troyes (30km)
We pakken onze spullen in en gaan naar beneden naar de keuken voor het ontbijt en om een pot filterkoffie te zetten. Na het ontbijt lopen we het dorp uit en zijn we meteen weer bij het kanaal. Dat kanaal moeten we 25 kilometer volgen. De eerste 9 kilometer tot ons eerste rustpunt (een bankje) zijn nog leuk. Daarna is het eigenlijk best wel saai. We hebben de pas er stevig in en stoppen alleen voor korte pauzes bij een bankje. We eten onze pasta van gisteren op. Ik ben blij als we uiteindelijk aan het einde van het kanaal zijn. Zo, dit was pittig. We zijn er helaas nog niet. Het is nog zeker 5 kilometer lopen naar het centrum van Troyes waar onze studio ligt. Als we eindelijk in het centrum aankomen, kijk ik mijn ogen uit. Wat een leuke stad! Prachtig, die typische huizen. De laatste meters strompelen we naar onze studio. Als we hier met een code de sleutel uit het kastje halen en de deur openen, is het even schrikken. De gang is smal, pikdonker en ruikt heel muf. Gelukkig is onze studio op de 2e verdieping verder prima. We gaan meteen douchen en verzamelen dan onze kleding voor de wasserette. Alles moet uitgewassen worden en dus zitten we even later naakt in onze regenkleding te wachten op de wasmachine en de droger. Als alles weer schoon is, lopen we via de studio door naar de supermarkt. Met een open fles wijn en baguette in de hand lopen we terug naar de studio. Niet veel later liggen we op bed met al onze lekkernijen. Heerlijk! Ontspanning.
Dag 12: Troyes – Sommeval (23km)
Na een rustdag in Troyes lopen we vroeg in de ochtend weer de stad uit. De route gaat door een park en we worden door verschillende mensen toegesproken met een bon courage. Zo leuk! Het volgende stuk van de route gaat weer langs graanvelden over rechte trekkerspaden. De grond is modderig en binnen no time hangt er weer een plakkaat van modder onder onze schoenen wat het lopen vermoeiender maakt. In het eerste dorpje ploffen we neer naast de kerk om wat te eten. Daarna lopen we weer verder over de trekkerspaden naar het volgende dorpje. We zien het dorpje in de verte al liggen en ook een donkere wolk die steeds dichterbij komt. Als we aankomen in Laines-au-Boix begint het net te regenen. We rennen naar een klein afdakje en komen Mia en Maria hier weer tegen. We kletsen even bij en wachten tot het ophoudt met regenen. Een rechte weg met klein klimmetje brengt ons vervolgens naar het volgende dorp en daarna gaan we het bos in. Net voordat we echt het bos ingaan, begint het snoeihard te regenen. De grond verandert in blubber en door de regen ploeteren we verder. Op een gegeven moment komen we Mia en Maria weer tegen. We blijven bij elkaar in de buurt, gaan stapje voor stapje vooruit en proberen niet uit te glijden. Over het pad loopt inmiddels een stroom water.
Als we uiteindelijk het bos uitlopen voelt het als een overwinning. De zon schijnt opeens weer en we hebben een prachtig uitzicht op het dorpje waar we slapen. We zijn er bijna. We zwaaien Mia en Maria gedag en lopen naar de pelgrimsherberg. Als we hier eindelijk aankomen ben ik zo opgelucht dat ik de rest van deze zware dag meteen weer vergeet. We drinken een kopje koffie in de zon terwijl onze schoenen staan te drogen. Daarna douchen en eten. We hebben het huisje voor onszelf en ondanks dat er geen bedden zijn, zijn we er helemaal blij mee. Alles wat we nodig hebben is er. Een wc, keukentje en warme douche. De matjes op de grond en we liggen lekker binnen. Na het eten duiken we vroeg ons bed in.
Dag 13: Sommeval – Ervy-le-Châtal (22km)
We pakken onze spullen in en na een kopje oploskoffie gaan we op pad. Zodra we het dorp uitlopen, komen we weer op een trekkerpad. Het is mistig en het gras is nat. Dat betekent dus meteen weer natte voeten. In het eerste dorpje nemen we een korte pauze in een bushokje. Daarna lopen we een stuk door het bos tot we bij het volgende dorpje Eaux-Puiseaux aankomen. Op een bankje naast een troosteloze kerk rusten we weer even en eten we wat. Vanaf hier is het nog 11 kilometer lopen en we besluiten dat in een keer te doen zodat we mooi op tijd op onze eindbestemming zijn. We hebben nog geen slaapplek geregeld, maar in het boekje van Mia stond dat er een pelgrimsherberg in Ervy-le-Châtal is en een camping. De route is verder vrij saai. De laatste kilometers lopen we over een rechte asfaltweg naar Ervy-le-Châtal.
Als we hier in het centrum aankomen zien we Mia en Maria ineens staan. Mia stopt ermee omdat ze gisteren tijdens een val haar vingers heeft bezeerd. Maria wil wel graag verder lopen en we besluiten met z’n drieën verder te gaan tot aan Vézelay. Bij het toeristen bureau krijgen we te horen dat er helemaal geen pelgrimsherberg is en dat de camping dicht is. Ze weet wel een mooie plek waar we kunnen wildkamperen. We lopen naar de supermarkt voor eten en daarna door naar de kampeerplek. Het is perfect! We zetten de tent op en eten onze kwark en baguette met camembert. Wat een dag. Alles ging anders dan gedacht en gepland, maar het is helemaal goed gekomen. Na het eten duik ik m’n slaapzak in.
Dag 14: Ervy-le-Châtal – Vézannes (24km)
We staan weer vroeg op, pakken onze spullen en lopen terug naar het centrum. Bij het toeristen bureau hebben we afgesproken met Maria en vanaf hier gaan we met z’n drieën op pad. Als we het dorp uit zijn, lopen we meteen een lang recht stuk door het bos. Gelukkig is het pad niet te modderig dus de voeten blijven nog even droog. Als we het bos uit zijn, komen we terecht aan de rand van een klein dorpje waar we even pauzeren. Daarna lopen we weer verder.
De route brengt ons over een asfaltweg door het volgende bos naar het dorpje Flogny-la-Chapelle. We kunnen de route inkorten en dit dorpje overslaan, maar we besluiten toch even het dorp in te gaan om te kijken of we ergens kunnen rusten of misschien zelfs koffie drinken. We hebben geluk! Het café is dicht, maar erachter is een soort lokaal festival gaande. We gaan zitten aan een van de picknicktafels en bestellen een espresso. Daarna gaan we weer op pad. We lopen een lang stuk langs een kanaal. Als we het kanaal verlaten, komen we in het dorpje Roffey. Het lijkt een soort spookdorp, maar er is wel een kerkje, wat gras en bankjes. Hier nemen we nog even pauze. Daarna is het nog 7 kilometer naar onze eindbestemming Vézannes. De route naar Vézannes is prachtig langs graanvelden over een grindpad. We kunnen tot ver om ons heen kijken. Ik voel me echt in Frankrijk hier. We maken nog een klein rondje door het dorpje Bernouil en lopen daarna in een rechte lijn naar Vézannes. Maria slaapt hier in een bed and breakfast. Bij de kerk in het dorp spotten we de perfecte wildkampeerplek. Naast een picknickbankje op een stukje gras. Aan de overkant is een huisje waar we drinkwater kunnen halen. Perfect!
Dag 15: Vézannes – Chablis (12km)
We staan weer vroeg op en pakken onze spullen in. We eten havermout en drinken een bakje oploskoffie. Maria is mooi op tijd bij ons en samen gaan we op pad. We lopen het dorp uit over het treinspoor en net op dat moment komt er een hogesnelheidstrein onder ons doorrazen. De route brengt ons langs de graanvelden in het dorpje Collan. Als we net het dorp uit zijn, moeten we een stuk door hoog gras. Het pad verandert even later in een grindpad en in een rechte lijn lopen we naar Chablis. Uiteraard komen de wijngaarden weer in beeld wanneer we bijna in Chablis aankomen. Als we dit dorpje op een gegeven moment in de verte zien liggen moet ik wel even slikken. Wauw, wat een uitzicht. We kunnen kilometers ver kijken en zien alleen maar wijngaarden en akkers met hier en daar een dorpje. Echt prachtig! Als we in Chablis aankomen, drinken we koffie drinken in een leuk cafeetje. Maria loopt vandaag verder naar het volgende dorp en wij blijven hier. Na een rondje door dit schattige stadje ploffen we neer op een terras voor een biertje totdat we onze accommodatie mogen betreden. We hebben een fijne studio geboekt in het centrum. Na twee dagen wildkamperen is het heerlijk om weer te kunnen douchen en in een bed te slapen.
Dag 16: Chablis – Accolay (26km)
Na een comfortabele nacht laten we Chablis weer achter ons. We lopen het stadje uit en komen meteen langs de wijngaarden terwijl de zon opkomt. Een prachtig gezicht. We komen door het kleine dorpje Courgis en daarna langs nog meer wijngaarden. De route gaat op en af. We passeren nog een prachtig kerkje dat tussen de wijngaarden staat. Het volgende de dorpje is Saint-Cyr-les-Collons. Hier halen we Maria op bij de gemeenteherberg en spotten we een baguette machine, die we inmiddels vaker in Frankrijk hebben gezien. Met een halve baguette in de ene hand en de stokken in de andere hand gaan we met z’n drieën op pad. We hebben lekker de pas erin. De route is prachtig over een grindpad langs graanvelden en andere akkers. We kunnen voor het grootste gedeelte het Franse platteland van bovenaf bewonderen. Heel fijn lopen zo. Het is een vrij lange en rechte weg, maar totaal niet saai. De zon schijnt en er waait een heerlijk windje. Na kilometers lopen, komen we uiteindelijk aan in het dorpje Cravant. Op de hoek is een bar open. Er staat een tafel met 3 plastic stoelen buiten. We twijfelen geen moment. 2 biertjes verder en we gaan weer door. Voor ons is het nog maar een klein stukje tot onze eindbestemming. Dat valt heel erg mee!
Het is nog wel even een pittig klimmetje als we het dorp net uit zijn over een smal bospad. Daarna weer een grindpad naar beneden en we zien het dorpje Accolay in de verte al liggen. We nemen hier afscheid van Maria en lopen naar onze overnachtingsplek. We maken kennis met Paula die al jaren hier in Frankrijk woont en pelgrims opvangt. Heel bijzonder. We krijgen een kop kruidenthee en kletsen verder over de camino. Daarna brengt ze ons naar boven naar een yoga ruimte waar achterin een paar bedden staan. Hier mogen we slapen. Er is beddengoed en ook een douche en wc. Verder zijn er geen andere pelgrims dus we hebben alles voor onszelf. ’s Avonds eten we mee en krijgen we een heerlijk uitgebreid diner voorgeschoteld. Moe en voldaan kruipen we daarna ons bed in.
Dag 17: Accolay – Vézelay (30km)
We vertrekken weer vroeg in de ochtend. We hebben flink de pas erin en komen al snel aan in het dorpje Bessy-sur-Cure. Vanaf hier is het nog een paar kilometer naar Arcy-sur-Cure waar we Maria oppikken. Bij een lokale supermarkt nemen we even een korte pauze. Daarna gaan we met z’n drieën weer op pad. Al snel miezert en daarna regent het. We lopen door het bos, maar gelukkig is het pad niet te modderig. Als we uiteindelijk in het dorpje Lac Sautin aankomen, zoeken we een plekje om even te eten en droog te zitten. Daarna lopen we weer verder. Het is nog een pittige wandeling naar Vézelay gedeeltelijk door het bos met af en toe een klimmetje. Als we op een gegeven moment boven aan een klimmetje komen in het bos, zien we de kathedraal van Vézelay al in de verte liggen op een heuvel. Op een bankje in het dorpje Asquins dat net voor Vézelay ligt, rusten we nog even uit. Daarna beginnen we gestaag aan de laatste klim.
Als we eindelijk voor de basiliek staan zijn we even stil. Wauw, wat een bijzonder moment. We zijn er gewoon. We geven elkaar een knuffel en lopen de kathedraal binnen. Deze is sober en indrukwekkend tegelijk. We vragen een stempel en lopen een rondje door de kerk. Daarna gaan we naar het café op de hoek van het plein voor een drankje. We proosten met een biertje op deze overwinning. Daarna lopen we naar de pelgrimsherberg een paar stappen verderop.
Van Friesland naar Santiago de Compostella
Samen met vriendin Linda loop ik van Friesland naar Santiago de Compostella. Ben je benieuwd hoe ik deze lange pelgrimstocht heb ervaren? In onderstaande reisblogs neem ik je op volgorde mee langs de verschillende routes die we hebben gelopen.
