Tour du Mont Blanc + kamperen
MINKE WINK
De Tour du Mont Blanc (TMB) is een van de bekendste wandelingen ter wereld. In zo’n 170 kilometer wandel je in 8 tot 12 dagen door drie landen, Frankrijk, Zwitserland en Italië, en maak je in totaal bijna 10.000 hoogtemeters. Onderweg ontmoet je wandelaars uit alle delen van de wereld en beleef je een aaneenschakeling van uitzichten die bijna te mooi zijn om waar te zijn. Niet voor niks is de Tour du Mont Blanc een van de populairste wandelroutes ter wereld.
De meeste wandelaars kiezen ervoor om de Tour du Mont Blanc tegen de klok in te lopen. Dan bouw je de eerste dagen wat rustiger op. Wij besluiten het tegenovergestelde te doen. Met de klok mee is de tocht een stuk rustiger, we hoeven vrijwel nooit in ‘treintjes’ te lopen, maar de eerste dagen zijn hierdoor wel meteen flink pittig. Het voordeel is wel dat de laatste etappes een stuk relaxter aanvoelen.
De route is in beide richtingen uitstekend bewegwijzerd. In Frankrijk volg je de rood-witte GR-tekens, in Zwitserland de gele wandelbordjes, en in Italië rood-wit-groene markeringen.
Wij beginnen ons avontuur eind augustus in Les Houches (Frankrijk), waar we de auto voor lange tijd parkeren onder de kabelbaan Prarion. Vanaf daar starten we bepakt en bezakt onze tocht. We hebben niets vooraf gereserveerd en lopen de route volledig op de bonnefooi. Voor de overnachtingen gebruiken we een mix van campings, hotels en wildkamperen met onze tent. Dat geeft veel vrijheid, maar ook wat extra gewicht in de rugzak.
Het is ook mogelijk om in berghutten te slapen. Het is dan wel echt noodzakelijk om deze ruim van tevoren te reserveren. Dit kun je doen via de website de Tour du Mont Blanc. Het voordeel van de berghutten is dat ontbijt en diner vaak inbegrepen zijn en je minder met je mee hoeft te dragen. Het nadeel is dat je etappes vastliggen en spontaan een rustdag nemen vanwege vermoeidheid of slecht weer is dan lastiger.
In deze blog deel ik onze route, slaappplekken en ervaringen op de Tour du Mont Blanc. Als je de klassieke (anti-clockwise) route wilt lopen dan kun je dezelfde etappes aanhouden, maar dan andersom. Houd er rekening mee dat de beklimmingen veranderen in afdalingen en omgekeerd. Sommige etappes worden hierdoor zwaarder of niet.
Dag 1: Les Houches – Le Brévent (8km )
Omdat we nog wat dingen moeten regelen, vertrekken we pas aan het eind van de ochtend vanuit Les Houches. Bepakt en bezakt klimmen we vanuit het bos urenlang 1300 meter naar een kleine hut in de bergen. Het is zwaar, maar de uitzichten worden steeds beter. We zijn helemaal kapot als we eindelijk aankomen bij de hut. Tijd voor een welverdiende pauze. Daarna klimmen we nog een klein stukje verder. Aan het eind van de middag vinden we een perfecte spot om de tent op te zetten. Eten en slapen. Morgen weer een dag!
Dag 2: Le Brévent – Tré-le-Champ – (15km)
Onder een strakblauwe lucht worden we wakker. We pakken onze spullen in en klimmen nog een stukje verder tot Le Brévent op 2525 meter. Eenmaal boven genieten we bij de top van de kabelbaan van een geweldig uitzicht op de Mont Blanc. Wauw! Wat een beloning na al dat geklim. De volgende uren dalen we af naar een restaurant in een lager gelegen ski gebied. Ondanks de woekerprijzen bestellen we een riante maaltijd. We hebben echt wat extra calorieën nodig. Bomvol nieuwe energie lopen we weer verder over een mooi pad naar de volgende hut. Het is druk met wandelaars en toeristen. Onderweg moeten we een tijdje wachten samen met een groep andere wandelaars omdat er een reddingsactie wordt uitgevoerd. We zien de helikopter een paar keer heen en weer vliegen om een aantal mensen op te pikken. Heftig. Niet veel later komen we bij de hut waar we even pauze nemen met een drankje.
Vanaf hier is het weer een stukje klimmen en daarna alleen maar dalen. Het is zigzaggend steil en we moeten zelfs een aantal stukken met stalen ladders naar beneden klauteren. Met knikkende knietjes gaan we gestaag naar beneden. Het wordt steeds later en we zijn blij als we net voor het donker nog een slaapplek vinden bij een herberg. Na een lange en intense dag duiken meteen onze tent in.
Dag 3: Tré-le-Champ – Le Peuty/Trient (15km)
Na een rusteloze nacht worden we wakker in een zeiknatte tent. Maar verder begint onze dag goed want we mogen mee ontbijten in de herberg. Met de nodige calorieën en bakjes koffie achter de kiezen gaan we vol goede moed weer op pad. We klimmen in een paar uren naar de bergtop L’Aiguillette des Posettes op 2201 meter. Vanaf hier is het nog een klein stukje verder klimmen naar een prachtige hut in de bergen. De uitzichten zijn echt onbeschrijfelijk mooi. We zijn inmiddels in Zwitserland. Langs ons zoeven trailrunners die meedoen aan de Ultra Trail de Mont Blanc. Ze worden toegejuicht door wandelaars en mensen aan de zijlijn. Een leuk spektakel.
Bij de hut is het druk, maar binnen is gelukkig nog genoeg plek. Na een biertje en wat snacks beginnen we aan de lange en pittige afdaling naar het dorpje Trient. Bij een camping met uitzicht op een gletsjer zetten we onze tent op en kunnen we eindelijk uitrusten. Na een warme douche reserveren we alvast ons ontbijt voor de volgende dag om morgen goed te kunnen starten.
Dag 4: Le Peuty / Trient – Champex (16km)
Na een koude nacht in de tent worden we weer vroeg wakker. Om 7 uur wordt het ontbijt geserveerd in de yurt op de camping en daar zijn we natuurlijk als de kippen bij. Daarna gaan we weer op pad. Al snel gaan de dikke lagen kleding uit want we moeten weer klimmen. Onze kuiten staan inmiddels op knappen. Stap voor stap gaan we door het bos weer de hoogte in. We passeren Col de La Forclaz en uiteindelijk komen we aan bij een hut omringd door koeien met bellen. Wat een drukte hier. De geur van taart sleurt ons toch naar binnen en we genieten van een korte pauze.
In de volle zon zetten we vervolgens de afdaling in. Urenlang dalen we over losliggende stenen. De omgeving is prachtig, maar onze benen hebben het heel zwaar. De etappe eindigt in het schattige dorpje Champex aan een prachtig meer. We besluiten om hier een hotel te boeken. Even wat luxe en comfort. Het is tenslotte ook onze vakantie.
Voor wat extra comfort boeken we voor deze nacht een heel fijn hotel met ontbijt. Wil je graag kamperen? Net buiten het centrum van Champex ligt een prima camping.
Dag 5: Champex – La Fouly (15km)
We worden heerlijk uitgerust wakker. Beneden krijgen we een uitgebreid ontbijt met de lekkerste koffie. Wat een goed begin van deze dag. Vandaag is een relaxte(re) wandeldag met niet al teveel hoogtemeters. Vanuit het charmante Champex lopen we eerst door dichte bossen naar het piepkleine dorpje Issert, omringd door bergen en alpenweiden. De omgeving is prachtig en anders dan de voorgaande dagen. We lopen meer door de vallei en door bossen in plaats van over kale toppen met weids uitzicht. In het volgende dorpje Praz-de-Fort is een lokaal restaurant waar we even pauzeren met een enorme mok koffie met warme melk. Genieten!
Daarna is het voornamelijk gestaag klimmen naar het volgende bergdorpje La Fouly, een sfeervol en rustig dorpje in Val Ferret, verscholen tussen hoge pieken en gletsjers. Er hangt een authentieke sfeer met houten chalets, een klein kerkje en een prachtige achtergrond van de Mont Dolent, de berg waar Zwitserland, Italië en Frankrijk samenkomen. In een van die chalets slapen we de komende twee nachten. La Fouly is de perfecte plek voor een rustdag. En met het voorspelde onweer op komst is het fijn om even een eigen comfortabel hutje te hebben.
Vanwege het slechte weer boeken we via Airbnb een chalet voor 2 nachten in La Fouly. Wil je liever kamperen? Dat kan! Er is namelijk ook een camping in La Fouly.
Dag 6: La Fouly – Courmayeur (32km)
Na een heerlijke rustdag kunnen we er weer tegenaan. We laten de chalet en La Fouly achter ons en gaan weer op pad. Het is een prachtige dag om weer te gaan wandelen.
We klimmen gestaag door alpine dorpjes en groene valleien tot we bij de eerste hut komen. Tijd voor een korte pauze. Daarna volgt een mooie route en stevige klim naar Grand Col Ferret op 2537 meter, het dak van de dag en de grensovergang van Zwitserland naar Italië. Achter ons zien we de prachtige Zwitserse valleien en voor ons de imposante gletsjers aan de Italiaanse kant. Indrukwekkend! Tijdens de afdaling naar de volgende hut belanden we in een lange trein van trailrunners. Zigzaggend over alternatieve paadjes proberen we ze te ontwijken. Na een korte pauze bij de volgende hut dalen we verder tot we bij de rivier komen. Vanaf hier is het weer klimmen over smalle paadjes terwijl we de trailrunners proberen te ontwijken. De uitzichten onderweg blijven adembenemend mooi.
Aan het eind van de middag komen we aan bij Rifugio Bonatti waar we willen kamperen. Het mag niet en dus lopen we verder. Op zoek naar een plekje om onze tent op te zetten. Er is nergens een vlak stukje gras te vinden en uiteindelijk belanden we ’s avonds laat met vermoeide benen in een hotel in Courmayeur.
Dit is een terror lange etappe die je het beste kunt opbreken in tweeën. Vanaf Rifugio Bonatti kun je in ongeveer anderhalf uur afdalen naar een camping in Val Ferret. De volgende dag kun je terug klimmen naar Rifugio Bonatti om de route weer op te pakken. Je kunt vanuit Val Ferret ook de bus pakken naar Courmayeur en vanaf daar de route weer oppakken.
In Courmayeur zelf zijn geen campings, maar er zijn wel campings in Val Veny op 5 tot 6 kilometer lopen van Courmayeur. De Tour du Mont Blanc loopt hier niet langs, maar je kunt wel een alternatieve route lopen die weer samenkomt met de officiële route. In Courmayeur zijn wel hotels dus je kunt er ook voor kiezen om een nachtje niet te kamperen, maar in een comfortabel hotel te overnachten.
Dag 7: Courmayeur – Rifugio Elisabetta (17km)
We worden uitgerust wakker en na een uitgebreid ontbijt gaan we weer op pad. En we mogen meteen weer pittig klimmen. Het is druk in Courmayeur vanwege de Ultra Trail de Mont Blanc. We kiezen een alternatieve route naar boven om de trailrunners te ontwijken.
Bij een hut halverwege rusten we even om vervolgens weer verder te klimmen. Na het hoogste punt op 2400 meter dalen we af naar het prachtige Lac Combal. De uitzichten onderweg blijven elke dag adembenemend mooi. Het lijkt soms alsof we in een schilderij lopen zo onwerkelijk is het allemaal. Het helpt wel want de tocht is fysiek echt wel zwaar en het uitzicht na urenlang klimmen doet alle ellende weer vergeten. Bij Lac Combal eten we ons avontuurlijke diner uit een zakje en daarna gaan we op zoek naar een slaapplek.
Het is inmiddels al avond en vlak voor de volgende hut stuiten we op een aantal ruïnes. De perfecte plek om de tent op te zetten. Maar omdat het ontzettend koud en winderig is besluiten we toch de tent af te breken en te verkassen naar de ruïne. Het is een beetje creepy, maar we liggen in ieder geval beschut.
Als je geen zin hebt in de pittige klim vanuit Courmayeur dan kun je in juli en augustus de kabelbaan en stoeltjeslift pakken van Courmayeur naar Col Chécrouit op 1956 meter.
Dag 8: Rifugio Elisabetta – Les Chapieux (16km)
Vroeg in de ochtend worden we wakker. We pakken onze spullen en lopen naar de hut verderop voor de nodige faciliteiten en een kopje koffie. Het geeft ons de tijd om even rustig wakker te worden en te genieten van de omgeving. Met nieuwe energie klimmen we naar de Col de la Seigne op 2516 meter hoogte. Het is het hoogste punt van vandaag met de mooiste uitzichten en de grensovergang van Italië naar Frankrijk. We eten onze baguette aan de Franse kant en dalen daarna weer af. Bij de volgende hut in het dal genieten we van een lunch voordat we nog verder dalen de vallei in.
Uiteindelijk komen we in de middag aan in het dorpje Les Chapieux omringd door bergen. Behalve een paar herbergen, een winkeltje, restaurant en camping is hier niks. Perfect voor ons. Na twee lange wandeldagen hebben we behoefte aan wat rust. We zetten onze tent op en genieten de rest van de middag met een biertje in de zon.
Dag 9: Les Chapieux – Les Contamines (18km)
We worden wakker in de regen en mist. Dat is even schakelen na al die prachtige wandeldagen. Na een paar vers gebakken broodjes en een kop koffie in het winkeltje gaan we vol goede moed weer op pad. Vanuit het slaperige Chapieux beginnen we aan de klim naar de Col de la Croix du Bonhomme op 2479 meter. Het modderige pad slingert omhoog met weidse uitzichten, grazende schapen en een indrukwekkend bergdecor. Ondanks de regen en de mist is het landschap nog steeds prachtig.
Bij de eerste hut pauzeren we even voor een kopje koffie met taart. Na de col volgt weer een hele lange afdaling richting de vallei. We lopen met volle focus over de stenen en hopen maar dat we niet naar beneden glijden. Na een paar uren dalen, stoppen we nog even bij een hut om op te warmen. Daarna is het nog een klein stukje dalen naar het mooie kerkje Notre-Dame de la Gorge waar we nog even een kijkje nemen. Vervolgens lopen we de laatste meters naar de camping die op een paar kilometer voor Les Contamines ligt. De tent staat net op tijd voordat de hemel openbreekt en het keihard begint te regenen en onweren. Na een avontuurlijk diner onder een afdakje op de camping kruipen we in onze slaapzak.
Dag 10: Les Contamines – Les Houches (18km)
Na een regenachtige nacht pakken we onze spullen in om het rondje om de Mont Blanc af te maken. Vandaag is de laatste dag. Door de regen lopen we verder. In Les Contamines stoppen we even voor koffie en ontbijt. De route is vandaag niet echt pittig, maar de regen maakt het zwaar. We merken ook dat we fysiek en mentaal een beetje op zijn en hebben behoefte aan schone kleren, een bed en een douche. Nog een klein stukje. Onderweg komen we frisse en fruitige wandelaars tegen die net beginnen aan hun rondje om de Mont Blanc. Wat een contrast.
We lopen voornamelijk door het bos en de bewoonde wereld. Na een laatste steile klim naar Col de Voza is het klaar. Ik ben misselijk en moe. Na een korte pauze met cola, patat en kipnuggets zetten we de afdaling in naar Les Houches, waar het allemaal begon 11 dagen geleden. De cirkel is rond. Wat een tocht! Niet te beschrijven. Kapot en voldaan rollen we een terras op voor een proost biertje.
Juli en augustus zijn weer technisch de beste maanden voor de Tour du Mont Blanc, maar daardoor ook de drukste maanden. In augustus vindt bovendien de Ultra Trail du Mont Blanc (UTMB) plaats: een spectaculair hardloopevenement waarbij duizenden trailrunners de route in recordtempo afleggen. Heel bijzonder om te zien, maar het zorgt onderweg wel voor extra drukte. September is een rustiger alternatief, al wordt het weer dan snel wisselvalliger en kouder.
Voor de route gebruiken we de app Komoot en het wandelboekje van Cicerone. Dat boekje is echt een aanrader. Je ziet precies hoeveel je moet stijgen en dalen, hoe lang de etappes duren, en welke alternatieve routes of overnachtingsopties er zijn.
De Tour du Mont Blanc is een fysiek uitdagende trekking met veel lange klimmen en dalingen. Een goede basisconditie is geen overbodige luxe. Maar de beloning is groot want elke dag word je getrakteerd op uitzichten die haast te mooi zijn om waar te zijn.
