Mijn reis naar een nieuwe baan
TINEKE WINK
De eerste keer na het behalen van mijn rijbewijs zit ik met zweethanden achter het stuur. Ik moet wennen aan de kleine Peugeot ten opzichte van de luxe lesauto. Ineens is optrekken voor het stoplicht een probleem, waar ik tijdens een les nog nooit moeite mee heb gehad. Het stoplicht voor me springt van groen, naar rood, naar weer groen. Ik sta echter nog steeds stil. Achter me hoor ik getoeter. Het zweet breekt me uit. Het liefst zou ik nu ter plekke door de grond willen zakken. Uiteindelijk kiest de bestuurder achter me de rijbaan naast me en haalt me in. Ik kan weer enigszins op adem komen.
De koppeling rustig op laten komen en halverwege gas bijgeven werkt niet. Dat heb ik al vaak geprobeerd. Ik druk de koppeling en het gas bijna tegelijk in en scheur naar voren. Hebbes! Nog iets meer finetunen, maar ik rijd in ieder geval. Ik heb mijn handen nog steeds strak aan het (enigszins glibberige) stuur, maar ik voel de spanning wel iets wegebben. Tot de invoegstrook naar Leeuwarden steeds dichterbij komt. Hoe moet ik gaan invoegen tussen het aanstormende verkeer? In ieder geval niet met een slakkengangetje, zoals de bestuurder voor me doet. Daardoor ga ik ook met gematigde snelheid de snelweg op. Een van de regels die ik leerde bij autorijden: flink doorgassen op de invoegstrook. Maar dat gaat lastig als de bestuurder voor je dat niet doet. Gelukkig gaan veel automobilisten al naar links, waardoor ik veilig kan invoegen.
We zijn nu een half jaar verder en ik zit nu al veel relaxter achter het stuur. Elke keer als ik nu de vluchtstrook nader heb ik de volgende mantra in mijn hoofd: het einde van de vluchtstrook is geen afgrond. Als je geen ruimte hebt om in te voegen mag je gewoon de vluchtstrook gebruiken. Uiteindelijk komt het ook nooit voor dat ik aan het einde van de vluchtstrook stil moet blijven staan. Vaak maken automobilisten wel ruimte voor je. Inmiddels zing ik keihard mee met de radio en kan ik in gedachten verzinken, zonder de aandacht te verliezen op de weg. Ik besef nu pas wat ik al die jaren heb gemist toen ik nog geen rijbewijs had. Het geeft zoveel vrijheid en bespaart heel veel tijd. Vooral nu in het voorjaar vind ik het heerlijk om een auto (nu nog geleend) tot mijn beschikking te hebben en naar alle vlooienmarkten in Bakkeveen en Hemelum te rijden. Dan kan ik mijn aankopen ook in de auto kwijt.
Werken op de markt
In mijn laatste persoonlijke blog vertelde ik over mijn struggles met werk. Ik zal je vertellen hoe het sindsdien verlopen is. In de zomer van 2024 stop ik na een half jaartje met de peuteropvang in IJlst, maar blijf nog wel vier middagen op de BSO werken. Op dat moment voelt die keuze goed, omdat ik niet meer de hele dag met kinderen wil werken maar het nog niet volledig los wil laten. Ik heb leuke groepen en geniet van het werken in de buitenlucht. Zeker in de zomermaanden. Omdat ik niet van 16 uur per week rond kan komen, moet ik er wel een baan bij zoeken. Ik kan mijn baan op de BSO combineren met invalwerk op diverse locaties in Friesland, maar ik kan er ook totaal iets anders bij zoeken. Voor dat laatste voel ik veel meer, ik wil immers niet meer de hele dag met kinderen werken. Maar wat zoek je er dan bij? Ik solliciteer op een leuke parttime baan bij de bibliotheek waar thuiswerken ook tot de mogelijkheden behoort.
Helaas kom ik na het eerste gesprek niet meer verder in de selectieprocedure. Vervolgens vind ik een baan op de markt, voor elke vrijdag. Ik zou er mijn vrije dag voor moeten opgeven, maar het betekent wel dat ik van maandag tot en met donderdag in de ochtend vrij heb. Een vriendin van mij werkt ook op de markt en zij is er heel positief over. Maar ze werkt dan ook geen 12 uren per dag, zoals bij deze kraam wel het geval is. Ik merk dat het fysiek heel zwaar is om van 6 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds aan het werk te zijn. De eerste drie uren ben je bezig met de kraam op te bouwen. Daarna komt het verkoopgedeelte tot een uur of vijf. Dat is leuker, zeker als er wat rustige momenten tussendoor zijn en je tijd hebt om zelf een kopje koffie op de markt te halen of een heerlijk stukje kaas te eten. En tijd om een beetje te ouwehoeren, ook niet geheel onbelangrijk. Maar de drukke momenten nemen de overhand. Ik heb geen overzicht wie er als eerst aan de beurt is. Mijn koffie wordt lauw en ik moet mijn saucijzenbroodje naar binnen schrokken. Er zijn vast mensen die lekker gaan op hectiek, maar ik ben daar niet een van.
Ik heb het liever iets te rustig, dan te druk. Helemaal niks doen vind ik niks aan, maar continue van piek- naar piekmoment gaan al helemaal niet. Waar ik dan wel lekker op ga, is het gevoel achteraf. Alsof je drie lesjes spinning achter elkaar hebt gedaan of een vulkaan hebt beklommen, zo kapot ben je. Na zo’n dag geef ik mijn tintelende voeten rust op het balkon met een heerlijk drankje. Dus mocht je daar van houden, dan zou ik je zeker een baan op de markt aanbevelen. Maar ik ga toch liever voor fysieke uitputting in een sportschool in plaats van op een markt.
Konijnenhokjes in de kinderopvang
Ik moet dus toch over een andere invulling na gaan denken en zo kom ik toch weer bij invalwerk in de kinderopvang uit. Ik vraag aan de organisatie waar ik werk of ze me willen toevoegen aan de invalapp. Ik hoef niet bang te zijn dat ik geen invallocaties kan vinden want de app stroomt elke dag over met berichtjes. Het lijkt me echter wel vermoeiend om elke dag naar een andere locatie te gaan.
Dus op het moment dat er een aanbod komt van een locatie in Wytgaard grijp ik die met beide handen aan. Ik kan daar twee ochtenden per week invallen omdat een medewerker met zwangerschapsverlof gaat. Het is ook mooi dichtbij Leeuwarden. Zo heb ik in ieder geval 24 uur per week die ik altijd aan kan vullen met invalwerk op andere locaties. Werk ik toch weer de hele dag met kinderen, dus wat is er nu feitelijk veranderd? Nou dat ik nu veel meer vrijheid en minder verantwoordelijkheid heb. Ik hoef geen oudergesprekken meer te voeren of naar vergaderingen in de avond. En ik vind het fijn dat ik ook wat meer afwisseling heb en verschillende collega’s. Ik heb het ook naar mijn zin in Wytgaard, een leuke locatie waar kinderen in ‘konijnenhokjes’ buiten slapen.
Ondertussen heb ik het wel minder naar mijn zin bij de BSO. De groepen worden groter en drukker en er is meer onrust tussen de kinderen. Ik voel dat ik niet meer op mijn plek zit in de kinderopvang. Eigenlijk had ik dat gevoel voor mijn reis naar Midden-Amerika al, maar toen ben ik toch weer teruggegaan naar de kinderopvang. Het is dus hoog tijd voor een baan in een andere sector. Voordat ik op vakantie ga doe ik nog wat sollicitaties de deur uit.
Het prachtige Cornwall
Het is september als ik weer naar Cornwall ga met mijn vriend. Onze vakantie bestaat voornamelijk uit wandelen en IPA’s drinken op terrasjes van leuke pubs. Ik ben echt van dit deel van Engeland gaan houden. Ik houd van de kleurrijke vissersdorpjes, de groene heuvels en de blauwe zee die altijd op de achtergrond aanwezig is.
In Cornwall word ik gebeld door een onbekend nummer. Ik mag op gesprek komen bij de RUG in Groningen. Ik ben gelijk enthousiast, de baan frontoffice medewerker met daarnaast pedel (het vervullen van een ceremoniële rol tijdens promoties), lijkt me erg leuk. Maar het reizen is wel een nadeel. Na de vakantie ga ik op gesprek. Het gesprek voelt goed van beide kanten, maar de diensten zijn onregelmatig (of vroege of late diensten) en ik kom dan in de knoop met de trein. Na afloop krijg ik te horen dat ze me wel als frontoffice medewerker zien en dat ik het wellicht eens bij Campus Fryslân kan proberen. Ook onderdeel van de RUG, maar dan kleiner met minder opleidingen en midden in de binnenstad van Leeuwarden.
Familietripjes in Europa
Maar eerst heb ik nog een klein familite tripje naar Roemenië op de planning staan. Evi gaat ook mee, die dan nog geen acht maanden oud is. Het is zo leuk om haar er nu ook bij te hebben. Je kan niet jong genoeg beginnen met reizen.
We beginnen in Boekarest voor de grootste spa van Europa. We ontdekken het kleurrijke stadje Brasov en Esther haar thuisbasis Sinaia midden in de bergen. Het is een heel vol programma in slechts vier dagen, maar het wordt een onvergetelijk tripje.
Na thuiskomst besluit ik bij Campus Fryslân binnen te lopen. Helaas is er op dit moment geen vacature, maar ik krijg wel het advies om het over een paar maanden nogmaals te proberen. Wie weet dat er dan wel een vacature vrijkomt. Ondertussen solliciteer ik gestaag verder maar er zijn weinig vacatures die mijn interesse wekken.
Naast werken en solliciteren staat er weer een tripje op de planning. Dit keer naar Lagos in Portugal. Ook kleine globetrotter Evi gaat weer mee. Het is nog steeds zo leuk om met familie op vakantie te gaan. We kunnen heel goed ons eigen ding doen, maar doen ook veel dingen samen. Dit keer huur ik een eigen appartement in het centrum van Lagos met een heerlijk dakterras. De volgende keer gaan we wel met z’n allen in een (groter) vakantiehuis.
Twee maanden later stap ik (na een klein duwtje in de rug van mijn vriend) weer de Campus binnen. Ik heb geluk: nu is er wel een (interne) vacature vrij en mag ik mijn cv sturen. Het duurt vervolgens nog even, de kerstperiode zit er nog tussen, maar dan mag ik halverwege januari op gesprek komen. Een heel positief gesprek en een proefochtend volgen. Als ik hoor dat ik de baan krijg ben ik heel erg blij, eindelijk kan er een nieuw hoofdstuk in mijn leven komen. Een hoofdstuk met hopelijk meer rust.
Inmiddels werk ik al twee maanden op de universiteit en dat bevalt heel goed. De sfeer tussen collega’s is heel ontspannen en gezellig. Het doet me wel wat denken aan mijn tijd bij IKEA, ook daar voelde ik me direct thuis. Al is het hier wel kleinschaliger en gemoedelijker. De mensen die hier werken en studeren komen uit alle hoeken van de wereld, van India tot Mexico. Ook leuk om na zes jaar niet alleen maar vrouwelijke collega’s te hebben, maar ook mannelijke. Dat geeft toch een andere dynamiek.
Mijn werk bestaat onder andere uit het ontvangen van bezoekers, het inboeken van vergaderruimtes en catering, en het bijhouden van de mail. Mijn werk is nu vooral frontoffice gerelateerd, maar in de loop van de tijd zal ik er meer backoffice taken bij krijgen. Ik vind het een verademing om zo dichtbij werk te wonen. Het scheelt zoveel tijd. De woensdag is mijn vrije dag en daar ben ik ook heel blij mee. Het voelt alsof ik twee weekenden in een week heb.
Zon op het balkon
Inmiddels woon ik ook alweer een jaar in Leeuwarden. Het samenwonen was in het begin (en nu soms nog steeds wel) een uitdaging. Zeker als je jarenlang gewend bent om alles op je eigen manier te doen. We wonen ook niet heel groot, met z’n tweeën hebben we 50m meter. We redden het wel, maar ik heb helaas geen ruimte voor een grote inloopkast. Wat wel een droom zou zijn.
Of überhaupt voor een eigen kamer. Maar desondanks ben ik er super blij mee. Waar ik het meest blij mee ben is het balkon op het zuiden. De zon staat er de hele dag op en dan voelt het ook nog eens als een warme kas. Als het buiten 10 graden is, met een straffe wind, dan is het op het balkon vaak windstil met een gevoelstemperatuur van 20 graden. In de zomer brandt je er weg op het heetst van de dag, maar dat is maar één seizoen van de vier. En dan is het park of strand ook altijd een optie. Maar in de andere seizoenen is mijn balkon de beste schroeiplek die je maar kan bedenken.
Nieuwe tripjes in de planning
Na een heerlijke zonovergoten familieweek in mei op Vlieland wordt het eerstvolgende tripje een week naar Roemenië in augustus. Het wordt dan de tweede keer dat ik Esther op ga zoeken. Roemenië heeft indruk op me gemaakt. De rust, de natuur en de bergen zijn fantastisch. Ik kijk er naar uit om in augustus terug te gaan.
Voorheen wilde ik het liefste altijd op een tropisch strand bivakkeren, maar door nieuwe bestemmingen als Guatemala, Roemenië en Cornwall merk ik dat een iets actievere vakantie nu beter bij me past. Mijn ideale reisdag ziet er als volgt uit: een mooie wandeling door de natuur maken, een dorp of stad verkennen en vervolgens genieten van een drankje op een leuk terrasje.
