Mijn ervaring met de Everest Base Camp trekking

SANDRA WINK

De trekking naar Everest Base Camp is een van de mooiste wandeltochten ter wereld. Het is verreweg de bekendste trekking in Nepal, maar daarnaast ook een van de pittigste. Ik heb nog nooit eerder een trekking in Nepal gedaan en besluit er gewoon voor te gaan. Hoe heb ik de Everest Base Camp trekking ervaren? En wat moet je echt weten voordat je aan deze bijzondere wandeltocht begint?

Wanneer Minke op het idee komt om de EBC trekking te gaan doen, denk ik direct: challenge accepted! Enthousiast vertel ik Richard over onze plannen en ook hij ziet het wel zitten. We boeken tickets, plannen de 13-daagse trekking en… Ja. That’s it. Echt research naar wat ons te wachten staat doe ik niet. Omdat Minke al een paar weken voordat de trekking begint in Nepal is, stuurt ze ons zo nu en dan informatie over wat we bijvoorbeeld mee moeten nemen. Verder ga ik er (zoals bij elk avontuur) zonder veel verwachtingen in. Misschien maar beter ook, want als ik wist wat ons te wachten stond dan had ik het waarschijnlijk niet aangedurfd.  

Zenuwen voor vertrek

Pas een paar weken voor vertrek Google ik eens ‘EBC trekking’. Termen als ‘dodelijkste vliegveld ter wereld’ en ‘hoogteziekte’ grijpen direct mijn aandacht. In mij gaan alle alarmbellen af. Vooral de horrorverhalen over hoogteziekte laten me niet los. Mensen die door de hoogteziekte worden afgevoerd met helikopters. Niet naar Base Camp kunnen komen zonder medicijnen als Diamox. Meer dan 300 lijken die op de Mount Everest liggen (oké, dat is richting de top van de berg, maar toch). Bezorgd app ik Minke met de vraag waar we in godsnaam aan beginnen. Minke zit dan al een paar weken zen te zijn in Nepal en zegt: ‘Als je ervan overtuigd bent dat je dit kunt en geen hoogteziekte krijgt dan kun je het en krijg je geen hoogteziekte. Your life is the creation of your mind’. Oké, zweverig, denk ik. Maar goed. Relax. Als de EBC trekking zo gevaarlijk zou zijn dan is het echt niet zo toegankelijk. Hetzelfde geldt voor de vlucht naar het dodelijkste vliegveld Lukla. Toch beginnen de zenuwen te komen zodra we aankomen in Kathmandu, de hoofdstad van Nepal. Het is al jaren geleden dat ik voor het laatst in Azië ben geweest, en dat is even wennen. Voor Richard is het de eerste keer in dit continent en hij kijkt zijn ogen uit als we in het minibusje al hobbelend door het chaotische verkeer manoeuvreren. Het krioelt van de scooters, mensen en dieren. We slapen in het gemoedelijke guesthouse van Ilse en Shiva aan de rand van de stad. Hier is het een oase van rust. Door hun gastvrijheid voelt het direct als thuiskomen.

Het avontuur tegemoet

Twee dagen en een Delhi Belly later (Richard krijgt een voedselvergiftiging) zitten we om 2 uur ‘s nachts in een busje richting Ramechhap. De Everest Base Camp trekking gaat nu echt beginnen. We rijden op een slechte weg met talloze haarspeldbochten en stuiteren alle kanten op waardoor even bijslapen er niet in zit. Uren later sta ik stijf van de zenuwen naar de mini vliegtuigjes te kijken die een voor een opstijgen. Het oorverdovende geluid van de propellers geeft me de rillingen. Na een uur zijn wij aan de beurt en proppen we onszelf met onze gids en 12 andere passagiers in het vliegtuigje. We stijgen op en met klotsende oksels kijk ik strak uit het raam. We vliegen letterlijk tussen de bergen in plaats van eroverheen en ik kijk mijn ogen uit. Wát een uitzicht! De besneeuwde bergtoppen zijn een goede afleiding en zorgen ervoor dat ik al mijn zorgen vergeet. Ik voel me opeens zó dankbaar en gelukkig. Kom maar op met dit avontuur!

Spitsuur in de bergen

Daar staan we dan. Op 2800 meter hoogte in Lukla, het startpunt van onze trekking. Een andere wereld. Er is geen verkeer hier. Op het enige looppad zijn dragers (die een bewonderingswaardige hoeveelheid spullen aan hun hoofd hangen), ezels en yak’s (die net zoveel spullen dragen), en hikers, heel véél hikers. Zoveel drukte had ik niet verwacht. Omdat er maar één pad is, loop je de mensen tegemoet die al vanaf Everest Base Camp weer terug hiken. Alle nationaliteiten komen voorbij. Jonge wandelaars, fitte wandelaars, groepen Aziaten en veel oudere wandelaars, allen gewapend met wandelstokken en gehuld in de nieuwste wandeluitrusting. Oké, als zij naar Base Camp kunnen lopen dan moet het ons zeker lukken. Ik heb er alle vertrouwen in. Of is het mijn ego die me dit wijs probeert te maken?

Slapen in theehuizen

Tijdens de trekking eten en slapen we in zogenaamde theehuizen. Dit zijn houten lodges met 1- of 2-persoonskamers, en vaak een gedeelde wastafel en (hurk)toilet. Er is geen verwarming. In de gezamenlijke ruimte staan houten tafels en banken waar alle reizigers, gidsen en dragers samenkomen. In het midden staat een houtkachel die de ruimte ‘s avonds redelijk opwarmt. Ontbijt, lunch of diner kies je van de menukaart. Er is onwijs veel keuze! Lokale gerechten zoals dal bhat, momo’s en noedelsoep zijn altijd een succes. Westerse gerechten, zoals pizza en sandwiches vallen vaak tegen. We drinken alleen maar thee. Liters thee. Om op te warmen, maar ook om zoveel mogelijk hoogteziekte symptomen te voorkomen. Geen koffie en alcohol, voor Richard en mij een ware detox!

Ons wandelritme

Ons ritme is bijna elke dag hetzelfde. We staan rond 6 uur in de ochtend op, ontbijten om half 7 en beginnen met de hike van de dag rond 7 uur. Ik geniet altijd intens van de eerste uren lopen. We hebben dan veel energie en het lopen gaat ons makkelijker af dan in de middag. Na 5 tot 8 uren lopen, klimmen, rusten en eten komen we vaak uitgeput aan op onze volgende slaapplaats. We ploffen onze spullen dan in de slaapkamers en drinken eerst een enorme pot Black Tea terwijl we bijkomen van de dag. De vrije uurtjes in de middag besteden we aan lezen, spelletjes doen of even bijslapen. Het avondeten staat om half 6 voor onze neus en wanneer we dat hebben opgepeuzeld, kruipen we al snel in onze donzen slaapzak voor een lange (en koude) nacht.

Acclimatiseren

Om zo goed mogelijk te kunnen acclimatiseren, lopen we elke dag hoger en slapen we lager. In twee dagen hebben we bijna 1000 hoogtemeters gemaakt en zijn we op 3500 meter hoogte. De derde nacht is een hel. Richard en ik doen geen oog dicht vanwege de hoogteziekte symptomen. Vooral Richard voelt een enorme druk op zijn borst. Ik kan niet slapen van mijn snelle hartkloppingen. ‘s Nachts zijn de symptomen erger dan overdag. Het komt goed uit dat we de volgende dag een acclimatisatie dag hebben, wat betekent dat we op dezelfde plek blijven slapen. Wel maken we een wandeling naar een hoger gebied zodat ons lichaam beter kan acclimatiseren. Gelukkig is onze nachtrust daarna ook een stuk beter.

Keihard genieten en afzien

Ik heb mijn drone mee maar helaas is het niet toegestaan om te vliegen in dit gebied. Na een tijdje snap ik waarom. Er vliegen af en aan helikopters, en veel daarvan zijn reddingshelikopters. Aan de lopende band worden mensen vanaf een plek in de bergen afgevoerd naar beneden of naar het ziekenhuis. Onderschatten zoveel mensen deze trektocht? We hopen maar dat wij dit wel gewoon lopend kunnen volbrengen…

In de dagen die volgen zijn we heel hard aan het genieten en afzien. Het is een achtbaan van emoties. We zien de omgeving veranderen en de besneeuwde bergtoppen komen steeds dichterbij. De kolkende rivier naast ons wordt kleiner en geluidloos naarmate we meer de bergen intrekken. De groene bossen en bomen verdwijnen langzamerhand en de bergen komen langzaam maar zeker dichterbij. We klimmen over rotsachtige paden en onze conditie lijkt achteruit te gaan. Waar we op 3000 meter hoogte met gemak uren achter elkaar konden lopen, happen we nu tijdens het klimmen constant naar adem.

We lopen van 3500 naar 4300 meter in 3 dagen. Dag 6 is weer een acclimatisatiedag. We klimmen vandaag alleen maar steil omhoog, naar 5100 meter. We hebben last van hoofdpijn, hartkloppingen en gebrek aan zuurstof. Minke heeft het vooral zwaar en we moeten elke 10 stappen stoppen om op adem te komen. Na 3,5 uur klimmen staan we op de top en genieten we van een bijna 360° uitzicht. Wat een overwinning! We zijn omringd door bergen. In de verte zien we gletsjers en felblauwe meren. We dalen direct weer af en vieren de overwinning met thee en popcorn.

Dag 7 en 8 zijn de laatste loodjes naar de top (oké, Base Camp voelt voor ons al als de top van Everest). Dit zijn de zwaarste dagen. Ons energielevel gaat omlaag en we merken dat we vermoeid raken. We lopen van 4300 naar 5364 meter. Nog een kilometer de hoogte in. Er is geen boom meer te bekennen. Op 5 kilometer hoogte is er nog maar 50% zuurstof in de lucht. Tijdens het klimmen gaan we als 3 trage schildpadden omhoog. Voetje voor voetje, denk ik constant. Focus op de ademhaling. Mijn hart bonst tegen mijn borstkas. Gek genoeg heb ik geen hoofdpijn. Ik heb verder nergens last van. Ik was zo bang voor de hoogteziekte, maar des te hoger ik kom des te zekerder ik me voel. Alleen als ik ‘s nachts naar de wc ga en terug kruip in mijn slaapzak, bonkt mijn hart nog een paar minuten na. Mijn eetlust is ook goed, ondanks dat de smaak minder is. Net zoals het eten in een vliegtuig, denk ik. Richard en Minke proeven bijna niets meer en hun eetlust is weg, ondanks de trek. We eten nu alleen nog maar knoflooksoep of sherpa stew (een Tibetaanse soep) tegen de symptomen. Richard heeft weer een helse nacht achter de rug en overweegt zelfs met de ambulance helikopter weer terug te gaan. Toch gaan we door. Waarom? Tsja, we zijn nu al zo ver gekomen. Die paar kilometers nog…

De laatste kilometers

Vanaf het laatste dorpje Gorakshep op 5100 meter hoogte is het nog maar een paar uur lopen naar Everest Base Camp. Richard en Minke zijn na de lunch kapot. Ik voel me hyper en kan niet stilzitten. We gaan gewoon. Verstand op 0 en gaan. Stapje voor stapje over de rotsblokken. Soms met handen en voeten. We lopen langzaam, héél langzaam. Ik kijk om me heen en waan me op een andere planeet. Ook mentaal voel ik me in een andere wereld. Ik begin zelfs wat te spacen, alsof ik high ben. Is dit de hoogte? Minke is er ook niet helemaal meer bij. En Richard kijkt strak naar de grond en focust zich alleen maar op het lopen. Sneller dan ik had verwacht zie ik Base Camp in de verte liggen. Ik focus me weer op de rotsen onder me en loop stapje voor stapje verder. Het volgende moment dat ik opkijk, zijn we er. Huh? Oké. We zijn er. Er ligt een grote steen met de tekst: Mount Everest Base Camp 5364 meter. We staan letterlijk aan de voet van een berg. Mount Everest ligt daarachter, daarvan zie je alleen het puntje. Aan de ene kant alleen maar rotsen, de andere kant gletsjers. We knuffelen. Maken foto’s, video’s en eten een Snickers.

Everest Base Camp

Er zijn geen bergbeklimmers, dat is wel jammer. We zijn buiten het bergklimseizoen. Verder kun je letterlijk niet meer lopen, tenzij je een bergbeklimmer bent. We zien euforische mensen om ons heen. Ik voel me nog een beetje vaag en besef nog niet helemaal dat we het hebben gehaald. Op de terugweg naar onze slaapplek besef ik langzaam maar zeker wat we hebben gedaan. Het dorpje Gorakshep is weer in zicht en ik pak Richard zijn hand vast. We lopen de zon tegemoet. Ik word plots overspoelt door een intens geluksgevoel. Als een golf gaat het door me heen. Gelukkig heb ik een zonnebril op, want de tranen rollen over mijn wangen. Dít moment. Ik ben zo trots en dankbaar. Op mezelf, op Richard en Minke. Dankbaar dat we dit samen hebben gedaan. Deze ervaring is vanaf dit moment een herinnering voor het leven.

Steeds primitiever

We slapen een nacht in Gorakshep op 5100 meter voordat we weer teruggaan. Des te hoger je komt, des te kouder en primitiever alles wordt. De wc’s zijn vies en het kraanwater is vaak bevroren in de ochtend. Dat zegt wel wat over de kou in de nacht. Gelukkig houden onze gehuurde dons slaapzakken ons lekker warm met temperaturen tot -14 graden ‘s nachts. Ook de prijzen van eten, drinken en producten gaan omhoog. Ook wel logisch, want de enige manieren om voorraden in dit gebied te krijgen is lopend of met een helikopter. Onderweg kom je dan ook altijd tientallen dragers, yak’s en ezels tegen. De hoeveelheid en het gewicht dat ze dragen is bijna onmenselijk.

In Kathmandu hebben we al een voorraad eten en wc papier ingeslagen, omdat we wisten dat ze hier de hoofdprijs voor zouden vragen. Bovendien zijn de meeste producten in de winkeltjes in de bergen al jaren over datum. Ook voor een warme douche betaal je veel, en dan is het nog de vraag of het daadwerkelijk een warme douche is. Vanwege de kou zien we dit niet zitten, dus we douchen bijna twee weken niet. Een persoonlijk record voor ons allemaal, geloof ik. Mijn haar voelt na een week aan als een stuk vettig touw en ik ben blij dat de muts altijd op kan. Met een washandje en natte doekjes maken we onszelf schoon. Scheren doen we niet. Richard zijn baard heb ik nog nooit zo lang gezien.

Gids en drager

We hebben een gids en een drager mee tijdens de trekking. Richard tilt liever zijn eigen backpack. Echt een mannending, denk ik. het is heel fijn om niet na te hoeven denken over de route en waar en wanneer we stoppen. Zeker op hoge hoogte, als we last krijgen van hoofdpijn en andere symptomen is een gids erg fijn. Vooral Richard krijgt boven de 4500 meter hele erge hoofdpijn en dankzij de Diamox medicijnen (die onze gids mee heeft) gaat het een stuk beter. Hij sleept ons er echt doorheen, maar hij wordt ook steeds strenger. Zo mogen we op een gegeven moment geen middagdutjes meer doen en moeten we altijd een muts dragen (ook tijdens het slapen).

Ondanks de voordelen van een gids overwegen we wel om een keer een trekking zonder gids te maken. We missen het namelijk op een gegeven moment wel om zelf de vrijheid te hebben om te gaan en staan waar we willen. Onze gids staat of zit op een gegeven moment altijd bij ons aan tafel, wil spelletjes spelen en praat veel, héél veel. Nepalezen kennen geen privacy en onze gids loopt vaak vlak voor of achter ons, of hij zit bijna op onze schoot mee te kijken in een telefoon of boek. Als je daar het keiharde geluid van gerochel en gehoest (wat in Nepal heel normaal is) bij optelt dan krijg je soms wel de kriebels. Toch zijn we ook wel blij dat hij onze trekking een stuk comfortabeler heeft gemaakt door alles voor ons te regelen. 

Terug naar beneden

De laatste dagen dalen we af, héél veel af. Van 5100 naar 2800 meter in 4 dagen. Via bijna dezelfde route lopen we naar het beginpunt van de trekking. Halverwege vieren we de overwinning met een biertje en (lekkere!) pizza. We zijn voldaan, gesloopt en we stinken een uur in de wind. Onze kleding zit onder het stof en onze hoofdhuid jeukt als een malle. We zijn klaar om terug te keren naar de bewoonde wereld. Naar een warme douche en schone kleding. De laatste dagen zijn daarom nog vrij pittig, omdat ons hoofd en lijf eigenlijk wel klaar is met de trekking. Ons geduld wordt nog meer op de proef gesteld als we op het vliegveld van Lukhla te horen krijgen dat we vertraging hebben. Bij slecht weer worden alle vluchten gecanceld en het is al de hele ochtend bewolkt. We zitten uren in onzekerheid op het mini vliegveld te wachten en weten niet wanneer en óf we überhaupt nog kunnen vertrekken. Na 5 lange en onzekere uren mogen we dan eindelijk met het laatste vliegtuigje mee naar beneden. Wederom met klotsende oksels kijk ik weer strak uit het raam (waar niks te zien is door de bewolking) en we schudden alle kanten op. Ondertussen wordt er alarmerend ‘terrain, terrain!’ in de cockpit omgeroepen. Niet bepaald een relaxte vlucht. Opgelucht en blij staan we een kwartiertje later weer op de grond in de bewoonde wereld.

Uit de comfortzone

Angst kan je ervan weerhouden om alles uit het leven te halen. De meeste mensen blijven het liefst veilig in hun comfortzone. Logisch, want je brein houdt van routine en wil weten waar het aan toe is om gevaarlijke situaties te voorkomen. ‘Life begins where your comfort zone ends’ is een bekende (reis)quote. Niet dat ik nu non-stop wil gaan parachute springen, maar ik ben wel van mening, dat als je je angsten niet opzoekt je jezelf ook niet de mogelijkheid geeft om je angsten te overwinnen. Wanneer je een van je angsten overwint, voel je je vaak sterker dan ooit. Het geeft mij altijd het gevoel dat ik écht leef. De negatieve gedachtes als ‘ik kan dit niet’ en ‘waar ben ik mee bezig?’ negeren en tóch doorzetten. Dan realiseer ik me dat ik meer ben dan alleen mijn gedachten. En dat mijn gedachten niet bepalen wie ik daadwerkelijk ben en waartoe ik in staat ben. Je kunt je gedachten veranderen door ze het tegendeel te bewijzen en vertrouwen in jezelf krijgen. En dat sluit weer mooi aan op wat Minke me vertelde aan het begin van dit avontuur: ‘Your life is the creation of your mind’.