Een eerlijke blog over Lake Atitlan
TINEKE WINK
Op veel blogs lees je jubelverhalen over Lake Atitlan. Dit meer in Guatemala wordt omringd door gigantische vulkanen en gezellige dorpjes. Er zijn mensen die hier weken blijven plakken en nooit meer weg willen. Hoe dan? Een week was voor ons meer dan genoeg. In deze blog lees je waarom we dat zo voelden. En wat er tegelijk wel leuk is aan Lake Atitlan. Voor maximaal een weekje dan.
De prijzen zijn Europees
Voor een cappuccino in een koffietentje betaal je als snel € 2,50. Wil je er plantaardige melk in dan betaal je er vaak nog wel een euro bovenop. Al is koffie sowieso duur in Midden-Amerika, toch hebben we in Flores en Antigua koffietentjes ontdekt waar je cappuccino voor € 1,50 kunt krijgen. Een croissantje of chocoladebroodje kost ook € 2,50 en voor een heel brood betaal je bijna drie euro. Ook de prijzen in de mini supermarkt zijn schrikbarend hoog. Ik vond zelf koffie zetten ook niet echt een optie met zakken koffie voor minimaal € 10 per stuk. Een grote supermarkt is lastig te vinden bij Lake Atitlan, tenzij je Panajachel als uitvalsbasis hebt. Dat is echter het minst gezellige dorpje aan Lake Atitlan. Alleen al vanwege de prijzen zou ik hier niet weken willen blijven plakken. Dan kan ik net zo goed een winter in Europa zitten waar het tenminste luxer is dan hier. Maar voor een weekje is het best fijn om wat Europese producten te kunnen krijgen. Het brood bij Circles Café in San Marcos is heerlijk vergeleken met het supermarktbrood dat vol met suikers zit. Je kunt hier ook een potje pesto (€ 5 per potje!) kopen. Duur, maar verrukkelijk. Is ook wat waard. Voor maximaal een weekje dan.
Je kunt niet vrij wandelen tussen de dorpjes
Nou ja het kan wel, maar het wordt niet aangeraden. Op Alltrails lees je schrikbarende verhalen van mensen die het toch wagen om zonder gids tussen de dorpjes te hiken. Ze worden beroofd of achternagezeten door locals met een machete. Nu zullen de mensen met positieve ervaringen misschien minder snel een review schrijven, maar we nemen het risico toch maar niet. Zeker omdat de laatste recensies allemaal van deze strekking waren. Ik heb geen zin om mijn GoPro of telefoon af te moeten staan. Of getraumatiseerd te raken omdat iemand me dreigt neer te steken. Toch wel jammer, want het is veel fijner om zelf de vrijheid te hebben om mooie hikes te kunnen maken in de natuur.
Gelukkig is er een andere manier om van de verschillende dorpjes aan het meer te genieten. Dat doe je door ‘dorpjes te hoppen’ per boot. Ontzettend leuk om te doen, want je geniet onderweg van prachtige uitzichten. Je krijgt hier een Côte d’Azur gevoel van al het groen en de huisjes die tegen de heuvels aangeplakt liggen. De bootjes vertrekken elk half uur en je betaalt zo’n 25 quetzal per enkele reis, maar hier kun je vaak nog wel 5 tot 10 quetzal van afdingen. Zeker als het dorpje maar op 15 minuten vaarafstand ligt. Vanuit San Marcos bezoeken we de dorpjes San Juan, San Pedro en Santa Cruz. San Juan is het meest authentieke dorpje, het is er chaotisch en kleurrijk. San Pedro is het meest toeristische backpackersdorpje en Santa Cruz is een oase van rust. Iets te rustig wat ons betreft. Wij waren blij met San Marcos als uitvalsbasis. Voor ons persoonlijk het meest relaxte dorpje van de vier bekende dorpjes.
Er is niet super veel te doen
Je kunt yoga doen, in het meer zwemmen of suppen. Je kunt andere dorpjes bezoeken of een hike doen (met een tour), maar dan houdt het wel een beetje op. Over het algemeen hangen mensen hier maar wat rond. Wat natuurlijk ook helemaal oké is en waar ik normaal gesproken ook altijd heel goed in ben, maar nu voelde het hier zelfs voor mij een beetje doelloos. Misschien omdat ik ouder word? Of omdat ik een ‘been there done that?’ gevoel krijg van het zoveelste hippiedorpje? Ik heb geen idee. Het is heerlijk om jezelf een paar dagen onder te dompelen in het niks doen: een beetje koffie drinken, lezen en rondhangen. Maar na een paar dagen kriebelde het wel om weer wat meer te doen. Misschien als je een mega hectisch leven hebt in Nederland dat je dan wel goed tot rust komt hier. Juist omdat je er zo weinig kunt doen zul je niet snel last krijgen van fomo.
De hippie cultuur slaat een beetje door
San Marcos is het hippiedorpje van Guatemala. Zodra je hier met de boot aankomt is dat meteen duidelijk: overal vegetarische restaurants, de geur van wierook, aanplakbiljetten voor yoga en locals die (gehaakte) hippiekleding verkopen. Het voelt een beetje te allemaal. Veel mensen zijn stylish gekleed waardoor het een modeverschijnsel wordt. Er zullen vast mensen rondlopen met de werkelijke idealen van de flower power tijd, maar over het algemeen krijg ik dat gevoel hier niet zo. Ik denk dat veel mensen op zoek zijn naar het commune gevoel en het vinden van zichzelf. Ik vind hippiedorpjes altijd heel erg leuk, maar hier voelt het ietwat gemaakt. Misschien ligt het ook wel aan mezelf en ben ik nu wat minder onder de indruk van dit soort hippiedorpjes. Wat wel heel erg fijn is voor mij als ochtendmens: ’s avonds gaat hier vroeg het licht uit. Na een vegetarische maaltijd met een kombucha als drankje kruipen de meeste mensen hier vroeg onder de wol. Hierdoor is het na een uur of negen al heerlijk rustig. Op weinig plekken heb ik zo lekker geslapen als hier. Wil je wel naar een feestplek? Dan heb je meer succes in San Pedro, waar er genoeg bars zijn om de hele avond los te gaan.
Al met al zou ik het zeker nog wel aanraden om naar Lake Atitlan te gaan, maar probeer je verwachtingen wel enigszins te temperen. Als je het geen probleem vindt om meer dan gemiddeld uit te geven, weinig te doen en je onder te dompelen in de hippiecultuur: ga hier zeker heen. Als je een actieve week wilt en je hebt niks met hippies: skip deze plek dan. Het meer is trouwens wel prachtig.
Wil je na dit verhaal nog steeds naar Lake Atitlan? Dan raad ik je aan om bij Venga Atitlan te overnachten. De prijs voor een kamer is hier redelijk, er is een fijne buitenkeuken, een zithoek, en een sauna die je voor een paar uurtjes privé kunt huren. Je kunt hier ook supboards huren en yogalessen volgen.
