De hoogtepunten van Salvador
MINKE WINK
Salvador ligt in de noordoostelijke staat Bahia, op een korte vlucht (of lange busrit) vanuit zowel Rio de Janeiro als São Paulo. Ooit was het de hoofdstad van het land en tegenwoordig is het de op twee na grootste stad van Brazilië. Volgens velen is Salvador een energieke stad en een van de mooiste van het land. Kleurrijke koloniale gebouwen, heerlijk eten, levendige straten met live muziek en een bruisend nachtleven kenmerken deze stad. Het is een van de meest onderschatte steden van Zuid-Amerika.
Salvador was een van de belangrijkste steden in de Nieuwe Wereld waar grootschalige slavernij werd ingevoerd. De Afrikaanse cultuur is hier nog altijd sterk aanwezig in de mensen, muziek, religies, het eten, de dans en lokale tradities. Daardoor vormt Salvador een bijzondere en fascinerende mix van Afrikaanse en Braziliaanse cultuur.
De stad staat bekend om zijn muziek (zoals samba) en dans, en het carnaval is hier legendarisch. Salvador geldt bovendien als de geboortegrond van capoeira: een dansvechtsport op Afrikaanse ritmes, ontwikkeld door West-Afrikaanse tot slaaf gemaakten als vorm van culturele expressie, zelfverdediging en verzet.
Kleurrijk Pelourinho
De oude stad van Salvador dateert uit de jaren 1500, toen Portugese kolonisten aan de Braziliaanse kust arriveerden. Ze bouwden een groots netwerk van straten en indrukwekkende gebouwen die er nog steeds staan. Ook werden miljoenen mensen uit Afrika meegenomen en tot slaaf gemaakt. Zij werden verkocht en gedwongen te werken op plantages. De Europese architectuur heeft de eeuwen doorstaan en de straten, pleinen en kerken van het historische centrum zijn tegenwoordig UNESCO-werelderfgoed. Dit centrum staat bekend als Pelourinho, wat schandpaal betekent, vernoemd naar de plek waar tot slaaf gemaakten publiekelijk werden gestraft.
Tegenwoordig is het een levendig plein omringd door een kleurexplosie van huizen en zelfs een prachtige lichtblauwe kerk. Dit is de plek waar een groep jongeren (Olodum) bijna dagelijks samen drummen op straat. Het nummer ‘They don’t care about us’ van Micheal Jackson is hier ook opgenomen. In deze authentieke wijk vind je ook talloze barretjes en restaurantjes, waar je verschillende lokale gerechten kunt proberen.
São Francisco kathedraal
In een stad die bekend staat om zijn sierlijke kerken is de Igreja de São Francisco een van de mooiste. De buitenkant is niet echt spectaculair, maar van binnen is deze kerk compleet bewerkt met bladgoud en extreem veel details. Ze zijn hier misschien een tikje doorgeslagen, maar het is wel heel bijzonder om te zien.
Igreja de Nossa Senhora do Rosário dos Pretos
Omdat tot slaaf gemaakten in Brazilië vaak niet welkom waren in de kerken van de koloniale elite, bouwden zij in de 18e eeuw hun eigen kerk. De Igreja de Nossa Senhora do Rosário dos Pretos, met twee klokkentorens en geschilderd in lichtblauw en wit, is een prachtig gebouw dat perfect past in het straatbeeld. De kerk functioneert nog steeds en de diensten vormen een bijzondere mix van katholicisme en traditionele Afrikaanse religieuze invloeden.
Elevador Lacerda
Salvador is een stad op twee niveaus. Om de hoge en lage delen van de stad met elkaar te verbinden, werd in 1873 een lift gebouwd. De Art Deco Lacerda lift brengt honderden mensen per dag in 30 seconden van boven naar beneden en andersom, onderweg genietend van prachtige uitzichten op de baai van de stad. Vanaf het terras op het bovenste plein, Praça Tomé de Souza, heb je een prachtig uitzicht op de zee en haven. De lift is leuk om gezien te hebben maar het ritje zelf is niet heel bijzonder, aangezien de lift vooral wordt gebruikt als openbaar vervoer.
Farol da Barra
Sinds 1698 leidt de zwart-witte vuurtoren van Salvador schepen veilig in en uit de Baai van Allerheiligen vanaf het voorgebergte aan de zuidpunt van de stad. De vuurtoren maakt deel uit van het fort Santo Antônio, samen met het Nautisch Museum, dat een populaire toeristische stop is. Toeristen komen dagelijks de vuurtoren beklimmen om te zien hoe deze wordt in- en uitgeschakeld.
De lokale keuken
De Bahiaanse keuken staat in heel Brazilië bekend als een van de beste. Een van de lekkerste gerechten die ik in Salvador heb gegeten is moqueca: een zeevruchten stoofpot op basis van palmolie en kokosmelk, gecombineerd met witte vis, kreeft of garnalen. Het gerecht werd oorspronkelijk bereid door de inheemse bevolking van Brazilië. In de loop van de tijd kwamen daar nieuwe elementen bij, zoals kokosmelk, die door Portugese kolonisten in Brazilië werd geïntroduceerd, en palmolie, die via tot slaaf gemaakten uit Afrika in de lokale keuken terechtkwam. Moqueca wordt gestoofd in traditionele kleipotten met groenten en verse kruiden en traditioneel geserveerd met rijst.
