Camino Primitivo
MINKE WINK
Na onze tocht langs de noordkust van Spanje verlaten we de drukte van de steden en trekken we het binnenland in. Vanuit Oviedo begint de Camino Primitivo, de oudste pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. De bergen van de Cordillera Cantábrica rijzen voor ons op, de valleien zijn stil en het landschap ademt geschiedenis.
De Camino Primitivo is niet de gemakkelijkste route. Hoogtes van 600 tot 1100 meter, smalle bergpaadjes en wisselvallig weer maken het een uitdaging voor lichaam en geest. We kiezen onderweg voor de Ruta de los Hospitales en worden beloond met adembenemende landschappen en uitzichten. Met stip het mooiste stuk van deze route.
Langzaam dalen we af naar de rivieren en valleien, doorkruisen we dorpjes die eeuwenlang onveranderd lijken en bereiken we Lugo, een stad die trots haar Romeinse muren bewaart. Vanaf hier lopen we de laatste 100 kilometer naar Santiago. Het landschap weer en we lopen voornamelijk door de bossen. De Camino Primitivo voegt zich uiteindelijk bij de Camino Francés en het asfalt en de pelgrimsaantallen nemen toe. De laatste kilometers zijn voor ons met name mentaal het zwaarst.
In deze blog neem ik je mee over de Camino Primitivo van Oviedo, langs oude kerken en kleine dorpjes, door valleien en stille bossen, tot het moment dat we de drukte van de Camino Francés weer ontmoeten. Ik deel onze etappes, mijn ervaringen en onze slaapplekken. De Camino Primitivo begint officieel in Oviedo, maar omdat wij vanaf de Camino del Norte de route oppakken, begint deze blog waar we de laatste etappe eindigen. Dat is iets meer dan tien kilometer verder in het dorpje Escamplero.
Dag 1: Escamplero – Salas (35km)
Het is nog donker en mistig buiten als we vroeg in de ochtend vertrekken. De eerste kilometers lopen we in een stuk door naar Grado. Onderweg wordt het steeds lichter en de mist trekt steeds wat meer weg. In Grado duiken we een cafeetje in voor een goede pauze. Daarna lopen we weer verder. De mist heeft nu helemaal plaatsgemaakt voor een knalblauwe lucht. We lopen de stad weer uit en mogen meteen klimmen. We klimmen tot het hoogste punt op 300 meter in El Tesno. Onderweg genieten we van prachtige uitzichten op de bergen. Daarna dalen we weer en komen we door het superschattige bloemrijke dorpje San Marcelo. Vervolgens lopen we door het dorpje Doriga met mooie kerk en daarna komen we in het dorpje Cornellana. Bij de plaatselijke supermarkt halen we wat eten en tegenover de supermarkt op een stuk grond eten we alles op. We lopen verder langs een klooster dat in de steigers staat.
We klimmen een stuk over de weg en lopen daarna door kleine dorpjes gedeeltelijk over de weg en gedeeltelijk door het bos. De laatste kilometers naar de herberg in Salas persen we er nog even uit. We kiezen voor een tweepersoonskamer met aparte bedden voor wat meer privacy en comfort. Na zo’n lange dag hebben we dat wel verdiend. We gaan even douchen en daarna een drankje drinken bij een barretje in het centrum. Daarna eten we pizza en salade in een andere bar. We genieten intens van het eten, maar ik merk dat ik ook echt kapot ben. Na het eten gaan we dan ook meteen terug naar de kamer en slapen.
Dag 2: Salas – Campiello (33km)
Terwijl de zon langzaam opkomt, klimmen we veel door het bos. De lucht kleurt lichtroze met schapenwolkjes. We komen langs een kerkje dat open is en kijken even binnen. Uiteindelijk komen we aan in het dorpje La Espina waar we een bar induiken voor een kopje koffie. Daarna lopen we weer verder. We halen nog wat eten bij de supermarkt en eten dit ter plekke op. We lopen weer veel over een bospad en genieten van mooie uitzichten onderweg. Het pad is vooral rustig kabbelend. Niet zoveel klimmen meer gelukkig. En weer lopen we langs een kerkje dat open is. Uiteraard kijken we even binnen.
Uiteindelijk komen we aan in het ietwat modern uitziende dorp Tineo. Onze voeten doen pijn. We lopen langs een rustige bar waar we op het bankje tegen de muur neerploffen voor een drankje. We hebben ook trek en bestellen een plato combinado. Even een lange pauze, daar zijn we wel aan toe. Wat daarna volgt, is een prachtige route met mooie uitzichten op de bergen om ons heen. Wauw! Genieten met zere voeten. De laatste kilometers lopen we over de weg en uiteindelijk komen we bij de herberg aan. Er zijn veel pelgrims, maar we kunnen gelukkig nog twee beneden bedden claimen in de hoek. We gaan eerst douchen en lopen daarna naar het winkeltje aan de overkant van de weg voor boodschappen. We eten wat op het terras buiten bij de herberg. Daarna ga ik in bed liggen en probeer te slapen terwijl buiten nog een groep Spanjaarden luidruchtig zit te kletsen. Ook dat is de camino.
Dag 3: Campiello – La Mesa (32km)
Het is nog donker buiten en de eerste pelgrims zijn alweer vertrokken. We pakken onze tas en verplaatsen onszelf naar de hal. In de gemeenschappelijke keuken drinken we een kopje koffie en eten we ons ontbijt. Daarna gaan we ook op pad. De eerste kilometers lopen we half in het donker over de weg naar het volgende dorp Borres. De enige bar hier is nog dicht en dus lopen we verder. Niet veel later komen we bij de splitsing waar we kunnen kiezen uit de Hospitales route en de route naar Pola de Allande. We hebben natuurlijk niet voor niks de afgelopen dagen zoveel kilometers gelopen. Het is prachtig weer en dus gaan we uiteraard voor de Hospitales route. Die begint met een lange klim die niet steil is. We zijn niet de enigen op de route. Voor en achter ons lopen meerdere pelgrims. De route is echt schitterend. Geweldige uitzichten over de bergen en af en toe passeren we wat koeien en ruïnes van oude pelgrimsziekenhuizen. Heel bijzonder. Uiteindelijk komen we bij het punt waar beide routes weer samenkomen. We komen niet veel later langs nog een oud pelgrimsziekenhuis. Het lijkt een soort dorpje met kerkje alleen in ruïnes en onbewoond. Wel bijzonder om te zien. We komen nog langs een kerkje net voor het dorpje Lago waar we nog even pauzeren. Ik merk dat ik best wel kapot ben en de tocht pittiger is dan ik dacht. Met muziek in mijn oren loop ik de laatste kilometers tot Berducero. We komen langs de herberg waar de eerste pelgrims alweer fris gedoucht hun was ophangen. Wij gaan nog even verder. Bij een bar waar het iets rustiger oogt, ploffen we neer voor een drankje en een welverdiende pauze. Hierna is het nog een paar kilometer lopen naar het dorp waar wij slapen.
Het eerste stuk is nog even klimmen en de laatste kilometers dalen we geleidelijk over de weg. Niet het meest boeiende stuk omdat we weer moeten opletten voor eventuele auto’s. We zien het dorp en daarna de herberg al liggen. Het is een fijne plek met tuin, uitzicht op de bergen, zwembad en een ruime gedeelde kamer. Er is ook een bar en restaurant. Er zijn meerdere pelgrims, maar het voelt hier wel een stuk rustiger. We kiezen een stapelbed in de hoek en gaan even douchen. Daarna gaan we buiten op het terras zitten met een drankje. Daarna duik ik als eerste mijn bed in want ik kan mijn ogen amper nog openhouden.
Dag 4: La Mesa – Vistalegre (12km)
Tussen de pelgrims klimmen we de eerste kilometers het dorp uit over de weg. De route is weer prachtig. Bergen, paarden, koeien en niet veel later hebben we een schitterend uitzicht op de Navia rivier. Daarna dalen we langzaam af en komen we langs een prachtig uitzichtpunt. Het pad gaat steeds meer omlaag en blijft mooie uitzichten bieden. Ik voel m’n knieën wel heel erg. De laatste dagen hebben er fysiek ingehakt. Ondanks de pijn en de vele pelgrims geniet ik nog wel van de uitzichten. Op een gegeven moment komt de indrukwekkende Salime Dam in beeld waar we niet veel later overheen lopen. Daarna is het weer klimmen over de weg.
Al snel komen we langs een hotel, bar en restaurant waar we wat willen eten en drinken. Het terras buiten zit vol met pelgrims en dus gaan we binnen zitten. We zijn beide best wel moe en besluiten om hier te blijven slapen. Het is nog vroeg in de middag, maar we mogen al inchecken. Super fijn! Wat een heerlijke plek met prachtig uitzicht op de Navia rivier en de dam. Echt een bijzondere plek. De rest van de dag doen we niet veel meer dan relaxen op bed en genieten van het uitzicht vanaf het terras. Als de keuken open is genieten we nog van een plato combinado voordat we ons bed induiken.
Dag 5: Vistalegre – Castro (11km)
We genieten nog even van deze prachtige plek en vertrekken pas aan het eind van de ochtend. De eerste kilometers klimmen we over de autoweg. Het is gelukkig rustig met auto’s. Op een gegeven moment gaat het pad door het bos. We klimmen nog steeds gestaag. Na een paar kilometer komen we aan in het schattige dorpje Grandas Salimas. Bij een klein winkeltje naast het gemeentehuis halen we wat eten en een blikje drinken. Op een regenboog bankje iets verderop in de schaduw gaan we een tijdje zitten, eten en uitrusten. Na een lange pauze lopen we verder naar ons eindpunt Castro. Het eerste stuk lopen we over de weg en daarna over een voetpad langs weilanden dat bijna parallel aan de grote weg loopt. Na een paar kilometer zie ik de herberg al liggen. We zijn mooi op tijd. We checken in, krijgen een rondleiding en een kamer met twee stapelbedden toegewezen. Na een douche en de was gaan we in de tuin relaxen. ’s Avonds staat het eten voor ons klaar en met een groepje pelgrims zitten we gezellig aan tafel te genieten van het simpele drie gangen menu. Na deze relaxte dag lig ik na het eten mooi op tijd in mijn bed. Morgen weer een langere dag!
Dag 6: Castro – O Piñeiral (23km)
Onze medepelgrims zijn al in het donker vertrokken en wij starten als laatste aan de etappe. We lopen een stuk over en langs de weg en maken een pittige klim totdat we bij het dorpje O Acebo aankomen. We zijn net de grens gepasseerd tussen Asturië en Galicië en vanaf nu zien we steeds de stenen markeringen met het aantal kilometers erop vermeld. In O Acebo is een bar waar ze te dure broodjes en drankjes verkopen. Net als veel andere pelgrims laten ook wij ons verleiden en nemen hier even pauze met een broodje en wat drinken.
Daarna lopen we over een onverhard pad dat af en toe parallel aan de autoweg loopt. Net voor het dorpje A Fonsagrada mogen we nog even een pittige klim maken. In het centrum van dit troosteloze dorp gaan we naar de supermarkt om wat lunch en avondeten te halen. Bij de kerk staan twee stoeltjes en daarmee is het de perfecte plek om even pauze te nemen en te eten. We hoeven gelukkig nog maar een paar kilometer te lopen. Op een gegeven moment zien we een groot zilveren dak uitsteken. Daar moeten we zijn. We lopen door een weiland met schapen en geiten tot we bij de receptie aankomen. Het is mega druk in het restaurant en het duurt even voordat we geholpen worden. Uiteindelijk komt een bezwete man vanuit het restaurant ons helpen. We krijgen twee sleutels en mogen zelf naar boven lopen. We hebben ons eigen privé hokje met gordijn gekregen en allebei een bed onderin. Na een warme douche eten we in de keuken onze boodschappen uit het vorige dorpje en daarna gaan we horizontaal.
Dag 7: O Piñeiral – Castroverde (29km)
Na een kopje koffie en ontbijt gaan we weer op pad. We volgen eerst een stuk de weg en daarna brengt het pad ons wat meer het bos in. We klimmen steeds hoger en als de mist wat meer wegtrekt genieten we van prachtige uitzichten op heuvels vol met bomen. Na een paar kilometer lopen, stuiten we op een huisje waar pelgrims welkom zijn voor ontbijt en koffie. We zijn in het dorpje Paradavella beland. We gaan binnen zitten en genieten van koffie met cake en vitamientjes in de vorm van sinaasappelsap en een fruitsalade. Daarna lopen we weer verder, gedeeltelijk door het bos en gedeeltelijk over de weg. We moeten veel klimmen en dalen en lopen gestaag door.
Na de zoveelste klim komen we een donativo tafel tegen met fruit en verse limonade. Heerlijk! We pakken wat fruit en limonade en gaan even zitten. Inmiddels schijnt de zon volop en genieten we van prachtige uitzichten op het groene Galicië. Uiteindelijk komen we aan in het dorpje O Cádavo, voor de meeste pelgrims het eindpunt van vandaag. Er zijn genoeg slaapplaatsen hier, maar wij gaan nog even verder. Omdat onze voetjes wel wat rust kunnen gebruiken, nemen we wel even een goede pauze hier. Op een paar plastic stoelen bij een gebouw gaan we zitten en Linda haalt chips en drinken. Na een uitgebreide pauze lopen we weer verder. De zon schijnt en de route is ook fijn door het bos over een grindpad. We komen nog door het piepkleine dorpje Vilalle en daarna arriveren we in onze eindbestemming Castroverde. Omdat het zondag is, is de supermarkt dicht. Er is wel een tankstation open en dus halen we daar maar wat snacks voor avondeten.
Bij ons geboekte hotel worden we hartelijk ontvangen door Mario. De kamer is super fijn en schoon. We hebben zelfs een terras met uitzicht op een kasteel. We gaan douchen en daarna beneden in de bar een drankje doen. Wat een heerlijke plek om de dag te eindigen!
Dag 8: Castroverde – Lugo (21 km)
We doen het rustig aan vanochtend. Na een kopje koffie beneden in het restaurant, pakken we onze spullen en gaan we weer op pad. We laten het centrum achter ons en vervolgen de route. De route is niet erg boeiend en uitdagend vandaag. We lopen veel door het bos en veel over de weg. Af en toe passeren we een klein dorpje waar niks te beleven valt. Het miezert en de lucht is grijs. Na ongeveer een paar kilometer komen we langs een rustruimte waar iemand fruit en koffie uitdeelt op donatie basis. We gaan even zitten en krijgen fruit en een klein kopje koffie met melk. Daarna lopen we weer verder. Het is nu echt rechttoe rechtaan naar Lugo. De kilometers kruipen heel langzaam voorbij. Op een gegeven moment worden we geroepen door de Spaanse vriendengroep die we eerder tegen zijn gekomen. Ze toveren een tarte de Santiago uit hun tas en bieden ons een stuk aan. Dat kunnen we niet weigeren natuurlijk. We gaan er even bij zitten. Ze willen ons volproppen met eten. Dat is ook het enige wat ze in hun tassen hebben. Die wegen echt niks. Lachend en zwaaiend lopen we even later weer verder. Het is nog een paar saaie kilometers tot aan Lugo. Ik ben blij als we hier eindelijk aankomen.
De stad ziet er indrukwekkend uit met z’n stadsmuren. Ons hotel ligt er net buiten en we kunnen inchecken met een code. We gaan even douchen en spullen droppen en maken daarna een rondje door het centrum om wat te gaan eten. Nadat we ons volgegeten hebben, strompelen we weer terug naar het hotel en gaan we horizontaal.
Dag 9: Lugo – San Román de Retorta (19km)
Na een rustdag in Lugo gaan we wat later in de ochtend weer op pad. We lopen weer door de stadsmuur van Lugo en langs de indrukwekkende kathedraal. Aan de andere kant lopen we het centrum weer uit en volgen we de gele pijlen. We lopen over een mooie oude brug en komen niet veel later langs een kerkje dat open is. We zitten in de laatste 100 kilometers naar Santiago en dus gaat het de komende dagen druk worden. We maken een klein klimmetje en laten hiermee de stad Lugo achter ons. De eerste kilometers lopen we voornamelijk langs en over de weg totdat we in het dorpje O Burgo een rustpunt tegenkomen met een frisdrank- en snoepautomaat. We gaan zitten bij een picknickbankje en halen een drankje uit de automaat en praten met een paar medepelgrims. Daarna lopen we weer verder. De route gaat gedeeltelijk over de weg en gedeeltelijk door een prachtig sprookjesbos. Voordat we het weten zijn we aangekomen bij onze herberg.
Dag 10: San Román de Retorta – Melide (27km)
Het is pikdonker in de kamer en iedereen ligt nog te slapen. Ik heb heel slecht geslapen met drie snurkers in de kamer. Ik strompel het bed uit en pak m’n spullen. We gaan beneden ontbijten en niet veel later staan we buiten. De route is een beetje hetzelfde als gisteren. We lopen door het platteland over de weg en af en toe door stukjes bos. Links en rechts zien we veel eucalyptus bomen. We slaan de schaarse pelgrimsbarretjes vandaag over en gaan in een bushokje onze leftovers van het ontbijt opeten. Daarna lopen we weer verder. Er zijn veel pelgrims op de weg. We lopen af en toe in een soort treintje, maar heel vervelend is het niet. De route is vooral erg saai en het weer helpt ook niet echt mee. Mentaal is het pittig. De laatste kilometers zijn echt heel saai en pittig. Uiteindelijk komen we eindelijk in Melide aan. Net buiten het centrum duiken we een lokale bar in voor ons overwinningsdrankje. Daarna is het nog maar een paar minuten lopen naar de herberg.
Als we hier aankomen worden we begroet door Antonio in een geur van wierook met zen muziek op de achtergrond. Wat een ontvangst, ik hou ervan. We kiezen een bed in de hoek. Na een warme douche gaan we naar de supermarkt voor avondeten. Dat eten we beneden op. We praten nog even met een paar medepelgrims. Het is best koud en dus kruip ik na het eten onder de dekens in mijn bed.
Dag 11: Melide – Calle (22km)
We worden vrij laat wakker en iedereen is al vertrokken. We gaan naar beneden even rustig ontbijten en koffie drinken. We doen lekker rustig aan. Op een gegeven moment zegt Antonio dat we weg moeten omdat hij moet schoonmaken. We gaan snel naar boven, maken ons klaar en pakken onze tas in. We lopen lachend de deur uit omdat we eerst nog helemaal de verkeerde kant opgaan. Verder valt er niet zoveel meer te lachen vandaag. Het regent. En het stopt niet met regenen. We lopen flink door op karakter. In Melide komen de Primitivo en de Francés samen. En dus lopen we meteen al in de drukte. Ik neem de omgeving amper in me op door de regen. We lopen af en toe door stukjes bos, maar verder is de route echt niet boeiend. Uiteindelijk komen we zeiknat aan in Arzúa, een grote plaats waar het stikt van de pelgrims, herbergen, barretjes en zelfs souvenirwinkels met schelpen en andere meuk. Wat een wereld. We zijn kapot en duiken een bar in om wat te eten en drinken. Even een lange pauze en een beetje opdrogen. De natte kleren moeten na een lange pauze toch weer aan en we lopen weer. Nog steeds met een flink tempo. Uiteindelijk komen we aan bij onze geboekte herberg. Ik heb het koud en ga eerst onder de warme douche staan. Daarna kruip ik in m’n slaapzak het wiebel stapelbed in. Even afzonderen en uitrusten. De kamer ligt bezaaid met natte spullen en onze kleding hangt aan het stapelbed. Zelfs onze tas is nat. Hopelijk kunnen we beide een beetje goed slapen vannacht.
Dag 12: Calle – Monte de Gozo (26km)
Helaas hebben we allebei niet echt top geslapen. We pakken onze spullen en gaan naar de bar in het dorp voor koffie en iets te eten. Daarna gaan we echt op pad. We lopen eerst een stuk langs de weg en door het dorpje Salceda. Nou ja, dorp. Het is meer een weg met aan weerszijden herbergen. De omgeving is de laatste dagen een beetje hetzelfde. In de dorpjes waar we langskomen zijn veel pelgrimscafeetjes. En overal zijn natuurlijk pelgrims. Als we in O Pedrouzo aankomen, hebben we het eerste stuk alweer gehad. We willen uitrusten bij een cafeetje, maar dat blijkt helaas dicht te zijn. Op de stoep voor het café pakken we even pauze en eten we het laatste stuk tarte de Santiago dat we vanochtend uit de bar hebben meegenomen. Daarna lopen we verder door een mooi en groen sprookjesachtig bos. We nemen een lange pauze bij een barretje. We bestellen allebei een pizza en cola. Even een goede bodem leggen zodat we de hele dag door kunnen. Ons lichaam stort een beetje in en geknakt lopen we even later weer verder. Ik heb geen idee wat er de laatste kilometers allemaal gebeurd is. Vooral veel afzien en zere voeten. Het is echt een klaag dag, maar tegelijk is het ook gewoon gezellig. Uiteindelijk komen we aan in de enorme herberg in Monto de Gozo. Het pelgrimsmonument ligt een stukje verderop, maar we trekken het niet meer om daarheen te lopen. We strompelen naar de receptie en niet veel later kunnen we eindelijk in een comfortabel bed liggen. Ik ben misselijk en kapot. Wat een dag!
Dag 13: Monte de Gozo – Santiago de Compostella (4km)
Ik word mega vroeg wakker en probeer nog wat verder te slapen, maar dat lukt amper. We staan op en maken ons klaar voor de dag. Ik knap bijna uit elkaar van de spanning en zenuwen. Na maanden lopen, komen we vandaag eindelijk aan in Santiago de Compostella. Het is zo’n bizar en onwerkelijk gevoel. Het is mistig en schemerig als we vertrekken. Als snel hebben we de rand van de stad bereikt. Het letterbord met Santiago de Compostella vertelt ons dat we er zijn. Een groep Italianen ligt ervoor en een andere pelgrim maakt een foto.
Een paaltje vertelt ons dat het nog iets meer dan twee kilometer is. De laatste kilometers. Ik ben misselijk van de spanning. Linda ziet een cafeetje dat open is en wil iets eten. Ik moet bijna overgeven bij het idee, maar een kopje koffie gaat er nog wel in. We nemen een korte pauze en gaan buiten zitten. Daarna lopen we weer verder. Op een gegeven moment zien we voor het eerst een stukje van de kathedraal. We worden ineens heel emotioneel.
We zijn er nu echt bijna. Als we uiteindelijk door het poortje lopen en het plein opgaan zijn we stil. We zijn er gewoon. We hebben het gedaan. We hebben gelopen van IJlst naar Santiago de Compostella. Van Friesland naar Spanje. Kippenvel…
Van Friesland naar Santiago de Compostella
Samen met vriendin Linda loop ik van Friesland naar Santiago de Compostella. Ben je benieuwd hoe ik deze lange pelgrimstocht heb ervaren? In onderstaande reisblogs neem ik je op volgorde mee langs de verschillende routes die we hebben gelopen.
