Camino Portugues
MINKE WINK
De Camino Portugues start in het hart van Portugal. Vanuit de kathedraal van Lissabon zet ik mijn eerste stappen en laat ik de levendige stad achter me. Ik volg de rivier de Taag noordwaarts en met elke stap verandert het decor. Van stedelijke wijken naar rustige landbouwvelden, stille dorpjes, geurige eucalyptusbomen en charmante bospaadjes.
De officiële route van Lissabon naar Porto volgt vaak de oude Romeinse wegen. Onderweg doorkruis ik steden met een rijke historie, zoals Santarém met zijn pelgrimspad naar Fátima, en Tomar met het imposante Convento de Cristo, ooit het bolwerk van de Tempeliers en vandaag Werelderfgoed van de UNESCO. Naarmate ik noordwaarts trekt, nemen de hoogteverschillen toe en maakt het stedelijke landschap plaats voor glooiende heuvels en rustgevende natuur.
In Porto wordt het drukker en kun je kiezen voor de binnenlandse Camino Central of de Camino Portugues Costal langs de Atlantische kust. Beide routes leiden uiteindelijk naar Galicië, waar de paden samenkomen op weg naar Santiago de Compostella. En dan is er ook nog de Camino Espiritual, een alternatieve route door sprookjesachtige bossen en langs prachtige dorpjes als Combarro.
In deze blog neem ik je mee over de Camino Portugues van Lissabon naar Porto. Vanaf Porto volg ik de kustroute en vervolgens de alternatieve spirituele route tot het punt waar alle routes weer samenkomen op de centrale route naar Santiago de Compostella. Ik deel mijn ervaringen, de route en de slaapplekken.
Dag 1: Lissabon – Alhandra (30km)
Ik sluit de deur van m’n appartement in Lissabon en ga ik op pad. Ik loop eerst anderhalve kilometer naar de Sé kathedraal, het punt waar de Camino Portugues officieel van start gaat. Achter deze kathedraal ligt de levendige wijk Alfama. Zo vroeg op de ochtend is het er nog rustig. Ik loop verder, in een bijna rechte lijn de stad uit. Als ik bij Parque das Naçöes aankom, wordt de route interessanter. Vanaf hier loop ik langs het water naar het noorden. De route leidt me door Parque Tejo naar de start van een kilometers lange boardwalk. Links industrie en bebouwing, rechts een natuurgebied en de Taag. Na ongeveer 7 kilometer kom ik bij het eindpunt van de boardwalk. Ik ben nu bij Praia dos Pescadores en hier is een cafeetje waar je even pauze kunt nemen. Ik besluit om door te lopen. Vanaf hier volg ik een wandelpad dat al snel wat meer het binnenland ingaat en uiteindelijk een stuk langs het spoor loopt. Door het station van Alverca steek ik het spoor over en ben ik vrijwel meteen in het dorp.
Na een korte stop op een bankje volg ik de pijlen die me het dorp weer uitsturen. De route wordt steeds minder interessant, zeker als ik de laatste kilometers langs een drukke weg moet lopen naar mijn eindbestemming voor vandaag. Ik ben blij als ik eindelijk Alhandra op een bord zie staan, maar ik ben er nog niet helemaal. Het laatste stukje is pittig en ik loop gestaag door. Uiteindelijk kom ik in het dorp aan en al snel heb ik de herberg gevonden.
Deze etappe kun je ook in tweeën splitsen en na 7 kilometer kun je in Hi Hostel in Parque de Naçöes slapen. Je hebt dan ook de tijd om wat meer van Lissabon te zien en hoeft niet op de eerste dag 30 kilometer te lopen.
Dag 2: Alhandra – Azambuja (24km)
Vroeg in de ochtend maak ik me klaar en daarna ga ik op pad. De eerste kilometers loop ik over een aangelegd fiets- en wandelpad dat langs het water loopt. Links van me loopt het spoor en aan de rechterkant de rivier de Taag. Zo nu en dan duikt er een mooie muurschildering op aan de linkerkant. Na een paar kilometer arriveer ik in het dorpje Vila Franca de Xira. De route loopt niet door het dorpje zelf, alleen door het park. Net zo snel als dat ik het dorp bereikt heb, loop ik er ook alweer uit. Hierna wordt de route vrij saai omdat ik kilometers langs de weg moet lopen. Het is steeds oppassen voor tegemoetkomend verkeer dat me gelukkig wel de ruimte geeft, maar echt ontspannend wandelen is het niet. Uiteindelijk steek ik het spoor over in het dorpje Carregado.
Na Carregado volgt er weer een stuk over de weg. In het volgende dorpje Vila Nova da Rainha besluit ik om even op een terrasje uit te rusten. Daarna loop ik het dorp uit via het station en de laatste 6 kilometer loop ik over een rechte weg langs het spoor. Uiteindelijk arriveer ik in het dorpje Azumbuja, mijn eindbestemming.
Dag 3: Azambuja – Santarém (33km)
Na een ontbijt van yoghurt met noten, havermout en rozijnen ga ik op pad. Het begint net licht te worden en het is nog heerlijk rustig op straat. Ik steek het spoor over en laat Azambuja achter me. Al snel sla ik af naar een grindpad langs het kanaal. Een heerlijk pad dat ik een tijdje mag volgen. Het pad eindigt op een rustige autoweg met aan weerszijden landbouwgrond die ik kilometers lang volg totdat ik in het piepkleine dorpje Reguengo aankom. Na een korte pauze op de dijk loop ik verder langs de dijk naar het volgende dorpje Valada. Hier plof ik neer op een terrasje en bestel een cola. Daarna loop ik het dorpje weer uit en volg ik de weg naar het volgende dorpje. Ik loop nog steeds op de autoweg, maar gelukkig is er niet veel verkeer.
In het dorpje Porto de Muge stop ik weer even bij een bankje naast de openbare wc. Hierna is er 16 kilometer helemaal niks qua services. De autoweg verandert gelukkig in een soort grindpad en dat loopt een stuk lekkerder. Ik loop langs vele wijngaarden en andere stukken landbouwgrond. Het laatste stuk is zwaar. Ik kom weer terecht op een autoweg en de laatste kilometers is het klimmen naar boven. Het is warm, ik heb dorst en ik ben kapot. Maar ik ben er bijna. Als ik uiteindelijk in Santarém aankom, plof ik neer op het eerste en beste terrasje. Na een pauze met ijsthee loop ik de meters naar mijn slaapplek. Een superfijn hostel met stevige stapelbedden en gordijntjes voor privacy.
Deze lange etappe kun je ook opsplitsen. In het dorpje Valada na 12 kilometer ligt een pelgrimsherberg. In het dorpje Porto de Muge (na nog eens 4 kilometer) ligt een guesthouse waar je ook ontbijt en diner kunt bijboeken.
Dag 4: Santarém – Golegã (30km)
’s Ochtends vroeg loop ik het dorp weer uit en al snel beland ik op een wandelpad naar beneden. Ik steek het spoor over dat vlak langs de huizen door het dorp loopt en daarna een oude brug. Vervolgens loop ik kilometers over een grindpad langs de wijngaarden. Een heerlijke route zo op de vroege ochtend. De laatste kilometers loop ik over een rustige autoweg tot ik het kleine dorpje Vale de Figuera bereik. Bij het eerste lokale café aan de weg plof ik op het terras voor een pauze met koude cola. Daarna loop ik weer verder.
De volgende kilometers loop ik over een zandpad door het platteland. Links, rechts, voor en achter me zie ik alleen maar landbouwgrond afgewisseld met wijnvelden en sporadisch een boerderij of landhuis. De zon schijnt volop en er is nergens schaduw. Ik ben dankbaar voor de wind die voor wat verkoeling zorgt. Na ongeveer 12 kilometer kom ik aan in het volgende dorpje Azinhaga. Hier rust ik weer even uit op een terrasje in de schaduw.
De laatste 8 kilometer naar Golegã zijn pittig. Ik loop naast de autoweg in de brandende zon. Ik ben blij als ik eindelijk in Golegã aankom. Een paar minuten later check ik in bij de camping. Ik mag mijn tent opzetten bij het grasveld naast het toiletgebouw.
Ik slaap zelf op de camping, maar in Golegã is ook een pelgrimsherberg en een hostel. Je kunt deze etappe iets inkorten door in Azinhaga (8 kilometer eerder) te verblijven in een pelgrimshostel of ietsje luxer in een guesthouse met buitenzwembad. De volgende dag kun je dan naar de pelgrimsherberg in Asseiceira (na 25 kilometer) lopen in plaats van nog verder te gaan naar Tomar.
Dag 5: Golegã – Tomar (31km)
Het is nog schemerig als ik de camping achter me laat. Het is heerlijk rustig op straat en nog lekker koel. Gelukkig maar, want zodra ik het dorp uitloop, volgt de route de eerste kilometers de autoweg totdat ik in het piepkleine São Ceatano aankom. Een verlaten dorp met veel vervallen huizen. Vooral aan het einde van het dorp lijkt het een beetje een lugubere boel met alleen maar verlaten huizen in een straat vol mooie bomen. Een bizar tafereel. Ik loop verder over een verlaten weg en al snel kom ik terecht in het dorpje Atalaia. Hier is wat meer leven, maar helaas geen café op de route. Na een korte pauze op een bankje loop ik weer verder.
Ik loop een stukje over de autoweg totdat een pijl me een bosachtig gebied in wijst. Kilometers lang loop ik door dit gebied waarbij ik af en toe even pittig moet klimmen en dalen. Uiteindelijk kom ik aan in het dorpje Grou waar naast een bijzonder modern kerkje, maar een paar huizen staan. Een paar kilometer verder weer over de autoweg en ik beland in Asseiceiras. Hier is gelukkig wel een cafeetje met terras en ik twijfel geen seconde. Niet veel later vertrek ik ook voor het laatste stukje naar Tomar. Het is inmiddels behoorlijk warm geworden. Ik moet nog 11 kilometer. De eerste kilometers volg ik de autoweg door het nietszeggende dorpje Guereira totdat ik uiteindelijk bij het spoor aankom. Daarna volg ik een grindpad dat naast het spoor loopt. De route is niet erg interessant. Het grindpad eindigt in het dorpje Casal Marmelo en vanaf hier loop ik de laatste kilometers weer grotendeels over de weg totdat ik in Tomar aankom, een rustige en sfeervolle stad met een mooi centraal plein en een kasteel in de heuvels.
Dag 6: Tomar – Alvaiázere (32km)
Ik ga weer vroeg op pad. Al snel ben ik de stad weer uit en loop ik over een smal wandelpad langs de rivier. Opeens staat er een wild zwijn voor mijn neus, midden op het pad. Ik schrik me rot. Ik blijf even stokstijf staan en loop dan rustig naar achteren. Het zwijn is ook geschrokken en maakt zich uit de voeten. Na het bospad volgt een kilometers lang stuk over een rustig grindpad tot aan het dorpje Casais. Hier is een café open op de vroege ochtend, maar ik besluit nog even door te lopen. Ik loop over een rustige weg naar het dorpje Calvinos. Hier is ook een café, maar deze is helaas dicht. Ik loop verder over rustige wegen door stille dorpjes.
Op een gegeven moment kan ik kiezen uit twee richtingen. De korte, maar pittige route naar Portela of de langere en makkelijkere route via Areias. Ik ga voor de kortere route en ik mag meteen een fikse klim maken door het bos. Het is benauwd vandaag en het wordt steeds warmer. Uiteindelijk kom ik aan in het dorpje Portela de Vila waar niks te beleven is. Ik loop het dorp uit en na een lang stuk over de weg neem ik even pauze bij een busstop. Inmiddels heb ik al 19 kilometer in de benen. Nog 13 kilometer te gaan. Gelukkig gaat de route al snel weer van de weg af het bos in. Na een paar kilometer klimmen en dalen door het bos kom ik weer bij een grote weg uit. Een kilometers lang, saai, en recht stuk over de weg volgt. Het is bloedheet en ik heb het echt even zwaar. Gelukkig duikt er in het dorpje Cortiça een herberg op waar ik even kan rusten en wat kan drinken.
Daarna smeer ik me in met zonnebrandcrème en ga weer op pad. De laatste kilometers zijn pittig. Ik heb het super warm en m’n voeten en schouders doen pijn. De route is gelukkig wel uiterst charmant. Ik loop over kinderkopstraatjes door een aantal piepkleine dorpjes waar de tijd lijkt stil te staan.
Kapot en bezweet kom ik uiteindelijk aan bij mijn slaapplek in Alvaiázere. Ik heb voor een prikje een hotelkamer geboekt en gisteren besloten dat ik hier twee nachten blijf.
Alvaiázere heeft ook een camping en een pelgrimsherberg.
Dag 7: Alvaiázere – Rabaçal (32km)
Na een rustdag in Alvaiázere vertrek ik de volgende ochtend weer lekker vroeg. Het is bewolkt, maar gelukkig is het droog. En het is een stuk koeler dan de afgelopen dagen. Dat is fijn!
De eerste kilometers loop ik weer over de weg en is niet echt interessant. Het is gestaag klimmen tot aan het dorpje Vendas. Daarna wordt de route interessanter als ik over grindpad door het bos loop. Geplaveide straatjes en bospaden wisselen elkaar af tot het grotere plaatsje Ansião. Onderweg passeer ik een aantal piepkleine dorpjes en kerkjes. In Ansião rust ik even uit op een bankje en eet ik mijn boterhammen met pindakaas. Er zijn hier ook een aantal cafeetjes en supermarkten.
Na een paar kilometer over de weg, loop ik vervolgens weer over grindpaden door het bos. Af en toe kom ik andere wandelaars tegen die de andere kant oplopen naar Fátima. Het is af en toe wat klimmen en dalen, maar het is goed te doen. Na een pittig klimmetje kom ik uiteindelijk aan in het dorpje Avorge. Bij het eerste restaurant ga ik zitten voor een wat langere pauze onder het genot van een glas cola. Het is bijna lunchtijd en het stroomt hier vol met locals. Ik loop weer verder. De volgende kilometers loop ik grotendeels over wandelpaden door een heuvelachtig natuurgebied met lage struiken. Langs wijngaarden, olijfboomgaarden en een charmante molen bereik ik uiteindelijk de herberg in Rabaçal.
Dag 8: Rabaçal – Coimbra (28km)
Na een ontbijtje van bananen, yoghurt, havermout en noten vertrek ik weer mooi op tijd. Ik loop het dorpje uit en de autoweg maakt al snel plaats voor grindpad door de natuur. Een fijn begin van de dag. Ik passeer het dorpje Zambujal en loop daarna een stuk over een rustige asfaltweg. Aan mijn linkerkant doemt opeens een creatieve oase op. Het is een rustpunt voor pelgrims waar je koffie, thee en koekjes kunt pakken. Er is zelfs een klein kapelletje waar je kunt bidden. Als ik m’n kopje thee op heb, loop ik weer verder.
De route volgt een prachtig wandelpad van een paar kilometer tot de ruïnes van Conímbriga. Daarna wordt de route wat minder interessant. Ik merk dat ik richting de stad loop want het gebied wordt steeds meer bewoond en ik loop alleen maar over asfaltwegen. In het dorpje Cernache stop ik nog even voor een pauze op het terras. Daarna loop ik de laatste kilometers naar Coimbra. Tot aan Palheira gaat de route grotendeels door de natuur. De laatste kilometers zijn pittig met klimmen en dalen over de weg. Na weer een klim ben ik in Santa Clara en zie ik eindelijk de prachtige stad Coimbra liggen. Ik ben er nu echt bijna. Ik daal af naar de stad en als ik de brug oversteek ben ik middenin het oude centrum. Hier ligt ook het hostel waar ik vannacht slaap.
Van deze laatste 2 lange etappes kun je ook 3 kortere etappes maken door te overnachten in Alvorge (na 23 kilometer), Condeixa-a-Nova (na 20 kilometer) en Coimbra (na 17 kilometer).
Dag 9: Coimbra – Sernadelo (25km)
Vroeg in de ochtend laat ik Coimbra achter me en loop langzaam de stad uit. Ik loop kilometers op of langs de weg door een paar kleine dorpjes totdat ik in Trouxemil een kleine supermarkt met terras tegenkom. Tijd voor een pauze. De rest van de route is niet veel interessanter. Behalve een klein stukje door de natuur loop ik alleen maar over of naast de weg. In het kleine dorpje Mala is weer een klein cafeetje, maar ik besluit om verder te lopen. Het voordeel van deze minder boeiende route vandaag is dat er wel weer wat meer cafeetjes onderweg zijn in de kleine dorpjes waar je kunt stoppen.
Voorbij het dorpje Lendiosa volgt nog een kort stukje wandelpad door de natuur en langs een aantal wijngaarden. Daarna ben ik weer in de bewoonde wereld en in bij het eerste café dat ik zie, plof ik neer op het terras. Na een tijdje loop ik weer verder naar Mealhada.
Dag 10: Sernadelo – Águeda (23km)
Vroeg in de ochtend vertrek ik terwijl de meeste pelgrims nog liggen te slapen. De route is een beetje vergelijkbaar met gisteren. Veel asfalt en weinig natuur. Ik loop door slaperige dorpjes waar behalve een kerk of kapel niet veel meer te zien is. In het kleine dorpje Aguada de Baixo stop ik even voor een pauze en eet ik m’n empanada van gisteren. Hier is ook een cafeetje met terras, maar die sla ik nog even over. Ik loop verder en al snel beland ik op een lange saaie autoweg door een soort industrieterrein. Niet echt interessant. Daarna volgen nog een paar kleine dorpjes.
In het laatste dorpje zie ik de stad Águeda al liggen. Ik daal af en een paar kilometer verder zit ik op het eerste terras over de brug in het centrum. Even bijkomen, al was het niet echt een zware dag. Na een lange pauze loop ik het laatste stukje naar de herberg waar mijn medepelgrims een voor een binnen druppelen.
Dag 11: Águeda – Albergaria-a-Nova (23km)
Na een snel ontbijt van yoghurt en bananen ga ik op pad. Het eerste stuk loop ik langs de snelweg om terug op de camino te komen. Ik loop nog steeds op asfalt, maar wel op veel minder drukke wegen. Ik loop door een paar kleine dorpjes waar de locals rustig hun dingen doen op deze zondagochtend. Veel mensen liggen waarschijnlijk ook nog te slapen. Een paar dorpjes verder kom ik terecht in een Eucalyptusbos, eindelijk een stukje semi-natuur en geen asfalt. Ik geniet intens. Na dit bos arriveer ik in Albegaria-a-Velha waar ik nog wat extra eten koop bij de supermarkt. Op een bankje in het parkje in het dorp eet ik m’n broodjes en neem ik nog even pauze.
Na een goeie pauze loop ik weer verder richting het noorden. Zodra ik het dorp uit ben loop ik al snel weer tussen de eucalyptusbomen. Behalve een klein stukje over de weg is de rest van de route tot aan Albergaria-a-Nova door het bos. Mooi op tijd kom ik aan bij de herberg, waar de eerste pelgrims al zijn gearriveerd. Na een koude douche en een wasje ga ik op een ligbedje bij het zwembad liggen.
Dag 12: Albergaria-a-Nova – Airas (31km)
Ik ga weer vroeg op pad. De route vandaag is niet heel boeiend. Het is te merken dat ik steeds dichter bij de stad kom want de hele route is alleen maar over de weg door verschillende dorpen en amper natuur. Het goede nieuws is dat de route erg goed is aangegeven en dat er onderweg genoeg cafeetjes zijn om even te pauzeren. Ik pak m’n eerste pauze na 13 kilometer in de stad Oliveira de Azeméis. Na een drankje en hapje loop ik weer verder. Het is bloedjeheet vandaag en ik loop de hele dag met muziek om de route en warmte wat draaglijker te maken. Af en toe is het even pittig klimmen om vervolgens weer af te dalen. Ook steek ik een aantal keer het spoor over en loop ik zelfs een stukje vlak naast het spoor. Dat voelt een beetje ongemakkelijk, maar als ik de route op mijn kaart bekijk, loop die toch echt langs het spoor.
Oververhit kom ik uiteindelijk aan in de stad São João de Madeira. Ik pauzeer even op een terrasje nog voordat ik het centrum inloop om even af te koelen. Daarna loop ik weer verder. Na een paar kilometer laat ik de stad achter me en loop ik door verschillende wijken verder. De laatste kilometers loop ik langs de snelweg, mega deprimerend in de hitte. Ik ben opgelucht en blij als ik uiteindelijk de accommodatie bereik in Airas. Het hotel ziet er vanbuiten niet erg aantrekkelijk uit, maar ik krijg een eigen kamer voor heel weinig geld en die is helemaal prima. Ik ga douchen en was m’n kleren. Daarna loop ik naar de aangrenzende bar en plof ik neer op het terras met een welverdiend biertje.
Dag 13: Airas – Porto (26km)
Vroeg in de ochtend ben ik alweer vertrokken. Ik kan merken dat ik dichterbij de stad kom want ik loop voornamelijk door wijken, langs de autoweg en af en toe wat industriegebied. Na het dorp Grijo wordt het even wat beter met rustigere weggetjes. In het dorpje Perosinho plof ik oververhit op een terras voordat ik weer verder loop.
Al snel gaat de route een stuk door het bos, een welkome afwisseling. De laatste kilometers loop ik in een rechte lijn de stad Porto binnen. Uiteindelijk kom ik bij de Pobte Luís I brug en mag ik genieten van een prachtig uitzicht op de stad. Wauw! Ik blijf het een schitterende stad vinden. Ik loop de brug over en hoor ineens buen camino, wat leuk. Het is best wel intens om zo de stad in te lopen want overal zijn toeristen en is er verkeer. Gelukkig heb ik mijn hostel snel gevonden en niet veel later sta ik onder de koude douche. Ik ga nog even naar de supermarkt om eten te halen wat ik in de keuken opeet. Het is een geweldig hostel, maar wel groot en een beetje druk. Nadat ik m’n salade en 3 stuks fruit heb gegeten, ga ik dan ook weer terug naar m’n kamer.
Deze laatste 2 dagen kun je ook in 3 kortere etappes doen en overnachten in São João da Madeira (na 20 kilometer), Grijó (na 19 kilometer) en Porto (na 18 kilometer).
Dag 14: Porto – Vila do Conde (33km)
Ik sluip de kamer uit, maak me klaar en ontbijt in mijn eentje in de keuken. Daarna ga ik op pad. Vanaf het hostel loop ik naar de kathedraal waar de camino vanuit Porto officieel van start gaat. Via de kathedraal loop ik over trappetjes en door smalle straatjes naar beneden totdat ik bij het water van de rivier de Douro aankom. Vanaf hier is het makkelijk. Ik hoef alleen maar de rivier te volgen de stad uit. Een heerlijk begin van de dag. Ik zie eerst nog nergens markeringen, maar er is maar een weg langs het water. Na een paar kilometer zie ik het eerste strand liggen van de velen die nog volgen. Het is erg mistig en daardoor niet zo warm.
Al snel zie ik ook de eerste pelgrims al voor en achter me lopen. Dit stuk van de Camino Portugues is duidelijk een stuk drukker. Dat is even wennen. Op een gegeven moment gaat de route over in verschillende boardwalks die ik kilometers lang volg. Het ene na het andere strand doemt op aan mijn linkerkant. De markeringen zijn inmiddels ook goed zichtbaar. Uiteindelijk bereik ik het vissersdorpje Praia de Angeiras. Hier duik ik even het terras op voor een wat langere pauze. Daarna loop ik weer verder over de boardwalks.
Ik loop door het kleine dorpje Vila Chá en vervolgens weer een lang stuk over de boardwalk tot ik bijna in Vila do Conde ben. De laatste kilometers verlaat ik de boardwalk en loop ik dit kuststadje binnen over de brug naar de herberg.
Je kunt deze etappe ook opsplitsen en overnachten in Labruge (na 24 kilometer). Vanuit Labrugge kun je de etappe wat langer maken door verder te lopen dan Vila do Conde en te overnachten in Próvoa de Varzim (na 14 kilometer).
Dag 15: Vila do Conde – Marinhas (28km)
Het is nog heerlijk rustig op straat als ik het stadje weer uitloop. Binnen no time ben ik in Póvoa de Varzim waar ik een kilometers lange boulevard langs het strand volg. Bij een bakkerij drink ik een kopje koffie voordat ik weer verder ga. De boulevard veranderd weer in een boardwalk die af en toe wordt onderbroken door een stukje weg. Ik neem even pauze op een muurtje met uitzicht op de oceaan.
Na de kilometers lange boardwalk keert de route wat meer landinwaarts en ik passeer het kleine dorpje Apúlia. Hier is een mooie kerk waar de deur openstaat en ik kijk even binnen. Het is tot nu toe een van de weinige kerken op de camino waar ik naar binnen kan. Na een korte pauze loop ik weer verder door het platteland totdat ik in het dorpje Fão aankom. Dit dorp ligt aan een rivier die uitmondt in de oceaan. Ik loop de brug over en niet veel later ben ik in het levendige Esposende. Ik loop door het dorp en nog een stuk over een boardwalk langs het water. Na nog een paar kilometer en ik ben bij mijn accommodatie in Marinhas. Ik slaap bij locals thuis die een zwembad en fijne tuin ter beschikking hebben. De rest van de middag lig ik dan ook op een bedje naast het zwembad. Omdat de supermarkt dicht is, eet ik die avond in een lokaal restaurant ertegenover.
Dit is een wat duurdere accommodatie, maar met een tuin en zwembad. De perfecte plek om de rest van de dag te relaxen als het mooi weer is. Als je laat aankomt, of als het niet zonnig is, kun je beter doorlopen naar het goedkopere hostel of de pelgrimsherberg verderop in Marinhas. In Esposende zijn ook accommodaties.
Dag 16: Marinhas – Carreço (31km)
Ik ga weer lekker vroeg op pad. De route vandaag is alleen maar door het binnenland en niet langs de kust. Hierdoor is het pad ook een stuk heuvelachtiger dan de voorgaande dagen. Ik passeer het kleine dorpje Mar en in het volgende dorpje Belinho vind ik een bakkerij voor koffie en ontbijt. Tijd voor een pauze. Ik zie de eerste pelgrims al zitten. Het blijft wennen om steeds overal pelgrims te zien. Na een ontbijtje van zoete broodjes en een galão loop ik weer verder.
De route leidt me door een prachtig stuk bos. Aan het einde vind ik zelfs een kleine oase in de vorm van een donatieplek voor pelgrims. Er ligt vanalles, van koffie en thee tot fruit en broodjes. Ik kies wat eten uit en drink een glas melk. Ik laat een donatie achter en loop daarna weer verder. Niet veel later kom ik langs een mooie kerk die helemaal in het teken staat van Sint Jacobus. Via het dorpje Chafé kom ik aan in het volgende dorpje Anha. Hier is ook weer een kerk open waar ik even binnen kijk. Voordat ik het dorpje weer verlaat, plof ik neer op een terras voor een pauze. Daarna loop ik weer verder. Na een paar kilometer over een lange rechte weg kom ik aan bij de brug die me het stadje Viana do Castelo. Ik loop door het centrum en stop even bij de shopping mall voor boodschappen. Ik moet hierna nog 7,5 kilometer lopen tot mijn slaapplek. De route gaat grotendeels over gepleide paadjes die niet erg comfortabel aanvoelen voor mijn voeten. De laatste kilometers luister ik naar muziek en loop ik gestaag door. De hele dag zie ik overal pelgrims en ik merk dat ik daar een beetje klaar mee ben en humeurig van wordt. Uitgeput kom ik uiteindelijk aan bij het hostel waar ik overnacht. Ik mag een bed uitkiezen en na een koude douche voel ik me alweer een stuk beter. Ik was m’n kleren en ga daarna op een bedje naast het zwembad liggen met een biertje. Genieten!
Je kunt ook 8 kilometer eerder in Viana do Castelo overnachten. Hier zijn meerdere hostels en een pelgrimsherberg.
Dag 17: Carreço – A Guarda (24km)
Voordat iedereen wakker wordt, ben ik al vertrokken. Ik loop het dorp uit en al snel loop ik een stuk door het bos. Net voor het dorpje Âncora stop ik bij een foodtruck voor een broodje en koffie. Na een goeie pauze loop ik weer verder. Ik loop door het dorpje en kom aan bij een prachtig strand. Vanaf hier volg ik een prachtig kustpad tot het dorpje Moledo. De uitzichten op de oceaan zijn prachtig en er lopen zelfs wilde geiten en schapen rond.
Vanaf Moledo verandert het pad in een saai stuk rechte weg tot het dorpje Caminhas. Dit is tevens het laatste dorpje in Portugal want vanaf hier steek ik met een boot het water over naar Spanje. Ik drink nog even wat bij het cafeetje aan het water en loop daarna naar het punt vanwaar de boot me op gaat halen. En een paar minuten later sta ik in Spanje. Heel bizar. Binnen een paar meter spot ik de eerste camino paal met het aantal nog te lopen kilometers erop. Deze palen vind je op alle camino’s in Galicië. Heel typerend. Na een paar kilometer kom ik aan in A Guarda en loop ik naar de herberg.
Je kunt er ook voor kiezen om in Caminhas te overnachten en de volgende ochtend met de boot naar de overkant van de rivier te gaan. Dit scheelt 4 kilometer lopen.
Dag 18: A Guarda – Sabarís (34km)
Het is nog donker buiten en dan besef ik dat ik nu in Spanje ben en natuurlijk een uur teruggegaan ben in de tijd. In Portugal is het nu 5 uur ’s nachts. Dat verklaart misschien ook waarom ik me best wel gaar voel. Het eerste halfuur loop ik in het halfdonker het dorp uit en volg ik het pad langs de kust. Daarna loop ik een stuk over de weg tot het piepkleine kustdorpje Portecelo. Hier vind ik een picknickbankje waar ik even pauzeer en wat boterhammen met pindakaas naar binnen werk.
Ik volg een pad langs de kust tot aan de grote weg. Vervolgens volg ik deze weg voor lange tijd. Ik ben niet de enige. Slierten fietsers, auto’s en pelgrims, de weg wordt met iedereen gedeeld. Op een gegeven moment moet ik uitwijken naar rechts en volg ik de route wat hogerop totdat deze weer aansluit op de drukke weg. Onderweg kom ik een camino paal tegen omringd door kleurrijk geschilderde stenen. Aan de weg ligt een camping waar ik even stop. Ik heb behoorlijk trek en ze bieden hier een pelgrimsmenu aan. Ik ga ervoor. Kip met patat, rijst en salade. Wat brood en koffie erbij. Helemaal prima. Na een lange pauze loop ik weer verder.
Ik laat de drukke weg achter me en sla af naar rechts. Ik maak een klimmetje door bosachtig gebied met prachtige uitzichten op de oceaan. Via het kleine dorpje Baredo loop ik naar het levendige Baiona. Ik zie overal pelgrims lopen en de barretjes en straten zijn vol met mensen. Ik vind het een beetje intens en loop daarom nog een paar kilometer door. In Sabarís vind ik een super fijn hostel. Rustig, met gordijntjes en schoon. Perfect!
Ongeveer 3 kilometer voor Sabarís ligt het gezellige Baiona. Hier zijn meerdere hostels. Omdat ik behoefte heb aan wat meer rust, loop ik verder naar het fijne hostel in Sabarís. En dan heb ik morgen een kortere etappe naar Vigo.
Dag 19: Sabarís – Vigo (23km)
Ik ga weer lekker vroeg op pad. De route vandaag is afwisselend door bewoonde gebieden en door het bos. Na de dorpjes Nigrán en Priegue volgt een klimmetje en weer een stuk door het bos met mooie uitzichten onderweg. Hierna begint de drukte en verstedelijking in Coruxo. Ik neem even pauze bij een cafeetje en bestel een cola met een broodje ham en kaas. Daarna loop ik weer verder. Ik volg een wandelpad langs een klein riviertje totdat ik echt aan de rand van de stad ben. Het is even zoeken naar gele pijltjes en ik moet af en toe op de navigatie checken of ik nog goed loop. Na een paar kilometer door de stad kom ik aan bij de pelgrimsherberg.
Dag 20: Vigo – Ponte Sampaio (25km)
In de ochtendschemering ga ik weer op pad. Het duurt wel even voordat ik de stad uit ben en ik moet goed opletten of ik de goede kant op ga. Na een pittige klim laat ik de stad steeds verder achter me. Ik loop kilometers lang op hoogte met prachtige uitzichten op de oceaan en de stad die steeds kleiner wordt.
De autoweg verandert in een mooi wandelpad tot de afdaling naar het dorpje Cedeira. Hier begint de bewoonde wereld weer en ik loop nog een stukje door tot Redondela. Dit is het punt waar de kustroute en de centrale route samenkomen en dat is te merken. Ik zie overal hostels en pelgrims. Ik neem even pauze bij een lokaal barretje.
Ik laat Redondela achter me en na een pittige klim bevind ik me weer op een mooi wandelpad. Uiteindelijk daal ik af naar het wat grotere dorp Arcade waar ook weer een aantal hostels zijn. Ik loop door het dorp een stukje verder naar Ponte Sampaio over de brug. Hier heb ik een fijn hostel gevonden dat ik gisteren heb gereserveerd.
Dag 21: Ponte Sampaio – Combarro (23km)
Ik ben een van de eersten die ’s ochtends heel vroeg vertrekt. Het wordt langzaam licht buiten als ik het dorp verlaat. Na een paar kilometer wandelen over stille weggetjes krijg ik de keuze om de weg te blijven volgen of een alternatieve route te nemen naar Ponteverde. De alternatieve route gaat langs een riviertje dus de keuze is snel gemaakt.
De volgende kilometers loop ik over een prachtig wandelpad tot ik de stad Ponteverde bereik. Hier zijn talloze herbergen en hostels. Ik bevind me duidelijk weer op de centrale route. Ik neem een lange pauze in een cafeetje en bestel koffie en toast met ham en kaas. Daarna loop ik weer verder. De stad uit.
Ik volg de centrale route nog een paar kilometer en sla dan af naar de spirituele variant. De route is goed aangegeven en gaat afwisselend door kleine dorpjes en door het bos. Ik loop langs een groot klooster en een paar kilometer verder beland ik in het charmante Combarro. Ik ben niet de enige hier. Dit dorpje trekt veel toeristen vanwege zijn charme en de oude graanschuren die je hier kunt zien. Voor ik het weet loop ik hutje mutje achter een meute toeristen aan. Op een rustig terras net buiten het centrum ga ik even een tijdje zitten met een drankje. Daarna loop ik naar mijn accommodatie.
Echt super fijn om even mijn eigen kamer te hebben voor een nachtje. Ik ga douchen en wat eten en daarna loop ik een paar rondjes door het dorpje. Ik kijk mijn ogen uit. Wat een schattig dorpje. Ik snap dat het veel toeristen aantrekt.
Ik vind het zeker de moeite waard om in Combarro te verblijven zodat je de tijd hebt om dit charmante dorpje op je gemak te bekijken. A Casa de Santos is een hele fijne accommodatie als je alleen loopt en behoefte hebt aan wat meer privacy. Als je met z’n tweeën bent, houd er dan rekening mee dat de kamers hier klein zijn en er geen deur in de badkamer zit. Ook is er geen WiFi. Er is een herberg in Combarro, maar deze was vol toen ik er was. Verder zijn er alleen hotels in dit dorpje. Sommige wel heel betaalbaar dus wellicht ook een optie, zeker als je met z’n tweeën bent.
Dag 22: Combarro – Vilanova de Arousa (33km)
Vroeg in de ochtend laat ik Combarro achter me en mag ik gelijk al een pittige klim maken. Gestaag blijf ik de komende kilometers klimmen en de weg verandert in grindpad door het bos. Het is heerlijk rustig en gelukkig niet te warm nog. Na ongeveer 9 kilometer kom ik aan bij het klooster in Armenteira. Tegenover het klooster is een bar waar ik dus is het tijd voor een pauze.
Na twee kopjes koffie met melk en een enorm broodje ga ik weer op pad. Het pad verdwijnt al snel een bos in dat zo uit een sprookje lijkt te komen. Het pad waar ik op loop is de Ruta da Pedra e da Augua. Echt prachtig! Kilometers lang loop ik over dit pad langs een rivier. Ik passeer verschillende oude watermolens en kleine watervallen. Als de rivier breder wordt, maakt het bos plaats voor wijngaarden. Uiteindelijk kom ik terecht in het dorpje Ponte Arnelas waar ik een terrasje vind in de schaduw. Tijd voor een verkoelend drankje. Na een korte pauze loop ik weer verder. Ik loop een stukje over de weg tot het dorpje Mouzos. Vanaf hier brengt de route me over de weg door een paar dorpjes totdat ik de kust weer bereik en het eerste strand zie liggen. Ik volg de kust totdat ik in Vilanova de Arousa aankom. Hier check ik in bij de pelgrimsherberg.
In plaats van in 3 etappes, kun je vanaf Vigo ook in 4 etappes naar Vilanova de Arousa lopen. Je slaapt dan in Redondela (na 16 kilometer), Ponteverde (na 20 kilometer), Armenteira (na 21 kilometer) en Vilanova de Arousa (na 24 kilometer).
In Armenteira is maar één herberg dus het wel aan te raden om deze van tevoren te reserveren als je niet verder wilt lopen.
Dag 23: Vilanova de Arousa – Milladoiro (20km)
In de ochtend loop ik naar de pelgrimsboot die mij samen met tientallen andere pelgrims naar Pontecesures brengt. De tocht duurt anderhalf uur en omdat het bewolkt en koud is, zitten we binnen. Onderweg krijgen we uitleg over de kruizen en torens die onderweg te zien zijn. Met zijn allen vervolgen we de camino te voet weer verder vanaf Pontecesures.
Ik ben inmiddels weer op de centrale route. Ik passeer Padrón, Iria Flavia en Porta dos Mariños. In het volgende plaatsje A Escravitude besluit ik wat te eten in een van de vele barretjes aan de camino. Inmiddels schijnt de zon volop en loopt de temperatuur op. Bos en kleine dorpjes wisselen elkaar af. De route is veel mooier dan ik had verwacht en ook helemaal niet zo druk. Ik ben blij verrast. Na een paar kilometer beland ik in het dorpje Milladoiro. Vanaf hier is het nog 8 kilometer lopen naar Santiago. Het is 33 graden en ik ben helemaal bezweet. Ik plof neer op een terras in de schaduw en bestel een biertje. Het is al 3 uur ’s middags en ik heb eigenlijk helemaal geen zin meer om vandaag nog verder te lopen naar de intensiteit in Santiago. De keuze is snel gemaakt. Ik boek een bed in een hostel met een paar straten verderop en bestel nog een biertje.
Je kunt er natuurlijk voor kiezen om de laatste 8 kilometer door te lopen naar Santiago en daar te overnachten. Als je tijd hebt zou ik aanraden om nog een nachtje in Milladoiro te slapen en de volgende ochtend vroeg naar Santiago de Compostella te lopen. Het is dan een stuk rustiger op het plein voor de kathedraal.
Dag 24: Milladoiro – Santiago de Compostella (8 km)
Het is nog donker als ik naar buiten loop, maar gelukkig wordt het al snel licht. Na een paar kilometer ben ik al aan de rand van de stad. En na nog een paar kilometer over een rechte weg ben ik in de historische binnenstad van Santiago de Compostella.
Het begint nu echt te kriebelen. Ik zie de torens van de kathedraal al en voor ik het weet sta ik op een bijna leeg plein voor de kathedraal. Ik zie slechts een stuk of 10 andere pelgrims. Ik vraag een medepelgrim of ze een paar foto’s van me wil maken en ga daarna achterin op de grond zitten. Het voelt gek om hier te zijn. Dat komt denk ik vooral omdat ik verder ga lopen en dit dus niet mijn eindstation is.
Omdat ik al eerder in Santiago de Compostella ben geweest, voel ik niet de behoefte om hier te blijven. Ik loop dezelfde dag nog verder richting Finisterre en Muxía. Uiteraard kun je ervoor kiezen om wel in Santiago te blijven en hier nog een rustdag te nemen. De stad is fantastisch en er zijn genoeg slaapplekken voor elk budget.
