Camino Finisterre en Muxía
MINKE WINK
Na het bereiken van Santiago de Compostella kiezen veel pelgrims ervoor om hun tocht voort te zetten naar Finisterre en Muxía, twee bijzondere bestemmingen aan de ruige Atlantische kust van Galicië. Deze verlengde route, vaak zo’n 90–120 kilometer vanaf Santiago, staat bekend als het pad naar het einde van de wereld en biedt een unieke combinatie van natuur, cultuur en traditie. Dit is de enige officiële camino in Spanje die in Santiago begint in plaats van eindigt.
Finisterre, wat letterlijk ‘einde van de wereld’ betekent, was in de Middeleeuwen een belangrijk pelgrimsoord. Hier kun je genieten van adembenemende uitzichten over de oceaan en je tocht symbolisch afsluiten. Muxía ligt iets noordelijker en is bekend om de Santuario da Virxe da Barca, een heiligdom dat volgens de legende door de apostel Jacobus is bezocht. Tijdens deze route wandel je over oude paden, door groene landschappen, langs kleine vissersdorpjes en prachtige kliffen. Fysieke inspanning wordt op deze route gecombineerd met reflectie en de schoonheid van de Atlantische kust in Galicië.
Wanneer ik na het bereiken van Santiago mijn rugzak weer oppak en de stad uitloopt, voelt het alsof ik aan een nieuw hoofdstuk begin. Opnieuw volg ik de gele pijlen, maar dit keer wijzen ze me niet naar een heilige stad, maar naar het einde van de wereld. In deze blog neem ik je mee op mijn camino naar Finisterre en Muxía. Ik deel mijn ervaringen, de route die ik loop en de plekken waar ik overnacht.
Dag 1: Santiago de Compostella – Negreira (21km)
Ik pak mijn backpack van de grond op het plein en loop verder. De stad uit. Ik volg de pijlen die me naar Finisterre sturen. Tot mijn verbazing ben ik vrij snel de stad uit en bevind ik me weer in de rust en natuur. Ik loop gedeeltelijk door het bos en gedeeltelijk over de weg langs een paar huizen. In het kleine plaatsje Roxos vind ik een lokaal barretje voor ontbijt. Na een lange pauze loop ik weer verder. Er zijn veel pelgrims om me heen, maar ik vind het niet erg vervelend.
Ik loop afwisselend door het bos en over de weg. Op een gegeven moment moet ik een aantal kilometers klimmen. Een pittig stuk want het is inmiddels ook echt al bloedheet. Gestaag klim ik door. Na de klim daal ik een stuk en vervolgens loop ik over een prachtige middeleeuwse brug in Ponte Maceira. Het uitzicht aan beide kanten is echt top. De kilometers daarna tot aan Negreira loop ik op een saaie weg. Ik laat het centrum van Negreira al snel weer achter me want de pelgrimsherberg ligt iets buiten het centrum. Na een kleine klim, kom ik daar uiteindelijk compleet bezweet aan. Gelukkig is er nog een bed vrij en er is een koude douche.
Ik start de eerste etappe van deze camino eigenlijk in Milladoiro dat 8 kilometer voor Santiago de Compostella ligt. Zo zorg ik ervoor dat ik vroeg in de ochtend op het pelgrimsplein aankom en daarna meteen door kan lopen richting Finisterre en Muxía. Santiago de Compostella is een prachtige stad en zeker de moeite waard om nog 1 of 2 dagen te blijven. Omdat ik hier al eerder ben geweest, besluit ik meteen door te lopen richting Finisterre. Hierdoor voeg ik de 8 kilometer van Milladoiro naar Santiago de Compostella toe aan de eerste etappe van ongeveer 21 kilometer.
Dag 2: Negreira – A Picota (28km)
Het wordt een warme dag vandaag en dus ga ik weer lekker vroeg op pad. Ik loop met mijn hoofdzaklamp in het donker door het bos. Langzaam wordt het licht en zie ik de zon boven de mist verschijnen. De route gaat weer afwisselend door het bos en door kleine dorpjes. Het is echt het platteland van Galicië waar ik doorheen loop met landbouwgrond, koeien en boerderijen. Het is heuvelachtig en rustgevend. Ik geniet er intens van.
Na ongeveer 8 kilometer stop ik bij een herberg voor koffie en een broodje. Daarna loop ik weer verder. Net voorbij Portocamiño heb ik de keuze om een alternatieve route te pakken die niet over asfalt gaat en waar geen verkeer is. De keuze is snel gemaakt. De volgende kilometers loop ik over een grindpad door het platteland. Ik kom niemand tegen, ook geen andere pelgrims. In Vilaserío komt het pad weer samen en zie ik weer pelgrims. Er is een cafeetje, maar ik besluit verder te lopen. Het is nog vroeg, maar nu al bloedheet. Met muziek in m’n oren loop ik lekker door ondanks de hitte.
De volgende kilometers zijn een beetje rechttoe rechtaan, maar wel over rustige wegen. In het piepkleine dorpje Santa Mariña stop ik even bij de herberg voor een koude cola. Nadat ik een beetje ben afgekoeld, loop ik weer verder. Net voorbij het dorpje A Gueima sla ik af en pak de alternatieve route naar A Picota. Ik volg de groene pijlen en mag gelijk een paar kilometer klimmen over een rustige asfaltweg. De uitzichten zijn geweldig, ik kan kilometers ver het Galiciaanse landschap bewonderen. Via een grindpad daal ik deels door het bos totdat ik in het dorpje A Picota aankom. Ik loop naar het hotel en kan gelukkig meteen inchecken. Na een koude douche lig ik de rest van de middag bij het zwembad. ’s Avonds eet ik bij de plaatselijke pizzeria.
Omdat ik zelf behoefte heb aan een fijn en betaalbaar hotel met zwembad kies ik voor de alternatieve variant naar A Picota. Je kunt ook de originele route lopen en in de herberg in Lago slapen. Dit maakt de etappe ietsje korter.
Dag 3: A Picota – Cee (25km)
In de ochtendmist volg ik de groene en gele pijlen het dorp uit. Ik loop een stuk langs de weg en sla vervolgens af het bos in. Uiteindelijk kom ik weer terug bij de weg en bij de Ponte Olveira komt de route weer samen. Ik blijf naast de weg lopen tot het dorpje Olveira. Hier zijn een aantal herbergen met bar, maar ik besluit nog even verder te lopen.
De route leidt me het bos in en vervolgens maak ik een flinke klim. Ik loop op hoogte door een bosachtig gebied. Het is jammer dat het nog steeds mistig is want ik vermoed dat de uitzichten hier prachtig zijn. In het piepkleine O Logoso neem ik even pauze bij een herberg met bar. Ik bestel een koffie en wederom een broodje met ham en kaas. De mist is ineens weggetrokken en de zon schijnt fel. Na een paar kilometer over de weg kom ik langs de laatste bar tot aan mijn eindbestemming Cee. Ik ben verzadigd en loop verder.
Ik kom op het kruispunt waar de route splitst. Links gaat naar Muxía en rechts naar Finisterre. Ik sla rechtsaf. Na nog een klein stukje langs de weg lopen sla ik af een grindpad in. Kilometers lang volg ik dit grindpad. Onderweg kom ik een standbeeld tegen van een weerwolf. Volgens de legende heeft een Armeense bisschop in deze regio een gevaarlijk wild beest gezien die vermoedelijk pelgrims aanviel. Een beeldhouwer uit Santiago de Compostella kreeg de opdracht om dit figuur na te maken. Een bijzonder verhaal en dito standbeeld.
Na een klimmetje loop ik op hoogte over het grindpad. Ik geniet van prachtige uitzichten op het landschap van Galicië en de oceaan in de verte. Wat een prachtige route is dit! Als ik op een gegeven moment afdaal, komt de oceaan steeds dichterbij. Eenmaal weer helemaal beneden ben ik in het kustdorpje Cee en ga ik op zoek naar mijn hostel vlakbij het strand.
Dag 4: Cee – Finisterre (15km)
De helft van de kamer is al vertrokken als ik wakker word. Ik maak me klaar en eet m’n Griekse yoghurt met koekjes. Daarna ga ik ook op pad. Ik loop langs het strand en volg de weg langs de kust tot het dorpje Corcubión. Hier gaat de route weer landinwaarts en loop ik een stukje door het bos. Daarna volg ik de autoweg tot aan de dorpjes Estorde en Sardiñeiro de Abaixo.
Hierna gaat het pad weer het bos in richting de kust. Ik zie de oceaan al liggen in de verte en wanneer ik dichterbij kom zie ik Finisterre al liggen. De laatste kilometers worden steeds indrukwekkender. Ik loop langs het prachtige Playa Llagosteira en daarna sta ik in het centrum van Finisterre. Maar ik ben er nog niet.
Ik loop het centrum weer uit en volg de enige weg die me naar de vuurtoren aan het einde van de wereld brengt. Het is nog een paar kilometer gestaag klimmen totdat ik eindelijk de 0.000 kilometer paal zie staan met de vuurtoren op de achtergrond. Wauw! Ik ben er. Ik kan letterlijk niet verder lopen want ik zie alleen maar oceaan. Ik maak een paar foto’s en geniet van het uitzicht. Daarna loop ik via een alternatief wandelpad met prachtige uitzichten weer terug naar het centrum van Finisterre om in te checken bij mijn hostel.
Als je bij de vuurtoren en kilometerpaal 0.000 bent geweest, kun je via dezelfde weg weer teruglopen naar het centrum van Finisterre. Je kunt ook via een wandelpad richting San Guillerme terug naar het dorp lopen. Je slaat dan de weg linksaf in en volgt deze voorbij de parkeerplaatsen. Vanaf de weg sla je rechtsaf het wandelpad in bij het bordje San Guillerme. Je blijft het pad rechtdoor volgen totdat je weer in het dorp aankomt. Onderweg geniet je van prachtige uitzichten op de vuurtoren, de oceaan en Praia do Mar de Fóra. Op Google Maps staat dit pad ook goed aangegeven.
Dag 5: Finisterre – Muxía (29km)
Ik pak mijn spullen en maak me klaar voor de laatste wandeldag. Het is bewolkt en miezerig buiten. Het voordeel is dat het gelukkig niet zo warm is. Al snel laat ik Finisterre achter me en wandel ik door het heuvelachtige platteland van Galicië. De route gaat de hele dag door het binnenland en bos en autoweg wisselen elkaar af. Het is heerlijk rustig. Weinig verkeer en weinig andere pelgrims. De meesten lopen in tegengestelde richting vanuit Muxía naar Finisterre. Na ongeveer 8 kilometer stop ik bij een barretje in Castrexe voor koffie en ontbijt. Daarna loop ik weer verder.
Na een paar kilometer kom ik door het piepkleine dorpje Lires met bijzonder veel accommodatie mogelijkheden en een bar. Ik zit nog vol van de koffie en het ontbijt en loop verder. Het blijft bewolkt en miezerig, maar gelukkig is het niet koud. Ik loop veel door het bos en passeer af en toe een klein dorpje. In Morquitián is nog een klein barretje waar ik even schuil voor de regen. Als het weer droog is, loop ik verder. De laatste kilometers naar Muxía.
De route blijft hetzelfde, bos, platteland en af en toe een klein dorpje. En dan ineens zie ik de kust weer en een mooi strand. Ik ben nu bijna in Muxía. Ik volg de autoweg naast de kust totdat ik dit vissersdorpje bereik. Ik wandel door het centrum en blijf de kust volgen totdat ik niet meer verder kan. Bij de 0.000 kilometer paal maak ik een paar foto’s en daarna loop ik naar de indrukwekkende kapel van de Virgen de la Barca die schittert op een rots aan zee. Volgens een oude legende kwam de Maagd Maria met een stenen boot naar de kust van Muxía om de apostel Jacobus (Santiago) moed te geven tijdens het verspreiden van het Christendom in Spanje. De boot zou zijn veranderd in grote stenen die nog steeds bij de kapel liggen. Veel mensen geloven dat deze stenen bijzondere krachten hebben, zoals het genezen van ziektes of het voorspellen van geluk. En dit is het spirituele eindpunt van mijn pelgrimstocht.
Je kunt deze laatste etappe ook nog in tweeën knippen door te overnachten in Lires (na 14 kilometer).
Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om eerst naar Muxía te lopen en daarna naar Finisterre. Je kunt dan bijvoorbeeld na A Picota nog een stop maken in Dumbría in plaats van Cee. Tot aan Hospital volg je dezelfde route en vlak daarna sla je af richting Muxía. Dit punt staat goed aangegeven en is niet te missen.
Als je nog een rustdag wilt plannen aan het einde van je camino dan zou ik aanraden om in Muxía te eindigen. Muxía is een stuk rustiger dan Finisterre en een prachtige en spirituele plek om nog even bij te komen.
