Camino del Norte – De etappes
MINKE WINK
Camino del Norte is een route van bijna 850 kilometer langs de noordkust van Spanje. Een stuk rustiger dan de klassieke Camino Francés, maar ook fysiek uitdagender door de hoogteverschillen in het landschap. Het is een afwisselende route met onderweg de mooiste uitzichten. De Camino del Norte start in Irun op de grens met Frankrijk en eindigt in Santiago de Compostella. Onderweg loop je door de regio’s Baskenland, Cantabrië, Asturië en Galicië.
De meeste pelgrims doen 30-34 dagen over deze route. Wij liepen de Camino del Norte in 31 dagen en wandelden gemiddeld 26 kilometer per dag. We hebben geen echte rustdagen gepakt, maar liepen soms een etappe van 15 kilometer zodat we de rest van de dag bij konden komen. Hierdoor zaten er ook etappes tussen van meer dan 30 kilometer en deze waren soms wel echt zwaar. Als je meer tijd hebt kun je het iets rustiger aandoen en eventueel wat meer rustdagen pakken in mooie steden als Bilbao en Santander.
In deze blog deel ik de etappes die wij hebben gelopen en onze accommodaties onderweg.
Dag 1: Irun – San Sebastián (26km)
De Camino del Norte start in het Baskenland op de brug in Irun die de grens tussen Spanje en Frankrijk markeert. Nadat we de stad uitgelopen zijn, volgen we een plattelandsweggetje naar de eerste kerk op de route. Hierna komen we aan bij een splitsing. Rechtdoor is de officiële Camino die loopt over de berg Jaizkibel. Linksaf kunnen we de alternatieve route volgen langs de berg. Bij mooi weer is het aan te raden om het officiële pad te volgen voor spectaculaire uitzichten. Omdat het regent pakken we de alternatieve route omdat het officiële pad erg modderig en glad is. Halverwege de route passeren we het dorpje Pasaia waar we met een klein bootje het water oversteken. Vervolgens klimmen we een steile trap omhoog en brengt een heuvelachtig bospad ons naar het surfstrand in San Sebastián. Via de boulevard lopen we het historisch centrum van deze prachtige stad binnen.
Dag 2: San Sebastián – Zarautz (22km)
De stad maakt weer plaats voor platteland en kilometers lang lopen we over een asfaltweg door een groen, heuvelachtig landschap langs boerderijen en vee. Daarna lopen we weer een stuk door het bos langs de kust. Asfaltweg en bospad wisselen elkaar af op deze etappe. Onderweg passeren we het kleine dorpje Orio waar we het water oversteken en het pad niet veel later weer in het bos verdwijnt. De laatste kilometers worden we beloond met prachtige uitzichten voordat we op het strand van Zarautz arriveren.
Dag 3: Zarautz – Deba (22km)
De route tot aan het dorpje Getaria is vlak en gaat langs de kust. Vanaf Getaria is het klimmen en dalen door het platteland. De uitzichten zijn prachtig, vooral wanneer we het dorpje Zumaia in de verte zien liggen. Vanaf Zumaia loopt het pad veelal door heuvelachtig platteland met af een toe een stukje door een bos of langs de grote weg. Het stuk naar het dorpje Itziar is een pittige klim. Daarna dalen we weer af naar Deba, een gezellig dorpje met een dorpsplein vol leuke terrasjes. Er is hier maar één herberg en deze bevindt zich in hetzelfde gebouw als het treinstation van Deba.
Dag 4: Deba – Markina (26km)
Het eerste stuk vanuit Deba is vooral klimmen door het bos. De uitzichten zijn weer fenomenaal. Groene heuvels, bossen en kleine boerderijen. Na 8 kilometer komen we aan in het piepkleine dorpje Orlatz. Er is een klein kerkje, één restaurant en misschien 5 huizen. Gelukkig hebben we voldoende snacks mee op deze etappe want het restaurant is niet open. Tijdens de volgende 16 kilometer naar Markina vinden we geen eetgelegenheden. Vanuit Orlatz maken we een terror klim naar boven. Gelukkig maken de uitzichten een hoop goed. Daarna is de route makkelijker, vooral dalen met af en toe een kleine klim. De herberg in Markina bevindt zich achter de kerk in het klooster.
Dag 5: Markina – Muxika (32km)
Het eerste stuk van deze etappe is easy peasy zonder klimmen en dalen. Binnen no-time passeren we het piepkleine dorpje Bolibar en daarna lopen we afwisselend door het bos en over platteland weggetjes. In het kleine plaatsje Munitibar is een pleintje met terras waar we een korte pauze nemen. Daarna is het nog meer klimmen en dalen, maar niet zo erg dat we helemaal uitgeput raken. Na een pittiger klimmetje komen we aan bij een kerkje waar we weer even uitrusten. Daarna is het nog 6 kilometer naar het kleine stadje Gernika, de oude hoofdstad van het Baskenland. We lopen nog 6 kilometer verder naar een fijne herberg op de route.
Dag 6: Muxika – Bilbao (26km)
We lopen voornamelijk door het bos en over plattelandsweggetjes totdat we het dorpje Larrabetzu bereikt. Na Larrabetzu wordt de route erg saai. We lopen kilometers langs de weg en passeren nietszeggende dorpjes als Lemaza en Zamudio. Na het dorpje Zamudio is het nog 7 kilometer lopen naar Bilbao met een pittige klim in het vooruitzicht. Als we deze klim eindelijk getrotseerd hebben, zien we niet veel later de stad Bilbao al liggen. Een paar kilometer verder komen we aan in het centrum van deze trendy stad. Vlakbij het Guggenheim museum ligt een prima hostel.
Dag 7: Bilbao – Pobeña (26km)
Via het bekende Guggenheim museum lopen we langs het water en steken we de rivier over voor de alternatieve route naar Portugalete, een stad aan het einde van de rivier. Deze route is wat korter dan de officiële route en makkelijker omdat we niet hoeven te klimmen en dalen. Het eerste stuk is prachtig als we nog in de stad zijn en langs het water lopen. Daarna wordt de route wat saaier omdat we kilometers lang over industrieterrein lopen totdat we bij de zogenaamde transportbrug in Getxo aankomt. De Vizcayabrug is een brug die de Spaanse plaatsen Portugalete en Las Arenas verbindt over de Nervión rivier. Het is ‘s werelds oudste zweefbrug, gebouwd in 1893. De Vizcayabrug werd ontworpen door Alberto Palacio, een van Gustave Eiffel’s leerlingen. Aldus Wikipedia. Al met al een bijzondere constructie die wel wat weg heeft van een horizontale Eifeltoren. Leuk om te zien. Onder aan de brug hangt een gondel die ons naar de overkant van het water brengt. Vanaf Portugalete is het nog 11 kilometer lopen naar Pobeña. Deze hele route loopt over een asfaltweg met amper schaduw.
De herberg in Pobeña is klein en alle bedden staan heel dicht bij elkaar, maar voor een donativo is het prima.
Dag 8: Pobeña – Castro Urdiales (16km)
Een trap net buiten het dorpje brengt ons naar de kustweg. De eerste kilometers lopen we heerlijk langs de kust met prachtige uitzichten. We spotten zelfs een kudde berggeiten. De kustweg loopt tot aan het mini dorpje Ontón. Hier staan maar een paar huisjes, een kerk en heel veel moestuinen. Vanuit Ontón pakken we de kustroute naar Castro Urdiales in plaats van de langere route die meer via het binnenland loopt. We zijn inmiddels in de provincie Cantabrië aangekomen. In het volgende dorpje Mioño zijn een paar cafeetjes en nemen we een korte pauze. Daarna lopen we via een tunnel en een stuk door het bos naar een asfaltweg die ons naar het dorpje Castro Urdiales brengt. De herberg in Castro Urdiales is helaas gesloten, maar gelukkig zijn hier ook een aantal goedkope hotels.
Dag 9: Castro Urdiales – Santoña (33km)
De eerste kilometers lopen we over asfalt langs verlaten huizen en troosteloze dorpen als Cerdigo. Het volgende dorp Islares oogt niet veel levendiger, maar hier is wel een grote camping met café. In het dorpje Pontaron kiezen we voor de kortere route die over de weg gaat. Er is genoeg ruimte en er komen weinig auto’s langsrijden dus dit is prima te doen. Vervolgens leidt het pad ons weer langs de kust naar het dorpje Laredo. De uitzichten op dit kustpad zijn werkelijk adembenemend. Vanaf Laredo lopen we een aantal kilometers over het strand en de boulevard totdat we niet meer verder kunnen en we de boot moeten pakken naar het dorpje Santoña.
Dag 10: Santoña – Guëmes (22km)
De eerste kilometers lopen we langs een gevangenis, het strand van Bernia en heel veel verlaten huizen. Daarna staan we voor de keuze of we de heuvel gaan beklimmen om een stuk langs de kust te lopen of dat we de weg blijven volgen. Via de weg is korter, maar via de kust is indrukwekkender. Het is helaas slecht weer en daarom lopen we via de weg. Hierna loopt de route over plattelandsweggetjes naar het dorpje Bayero. Onderweg passeren we veel boerderijen en worden we aangestaard door de koeien in de wei. Net buiten het dorpje Bayero ligt een enorme camping met café en terras waar we even pauzeren. Daarna loopt de route weer verder over rustige landweggetjes totdat we aankomen bij de beroemdste slaapplek op de Camino del Norte. De herberg van Güemes. Opgericht door priester Ernesto samen met talloze vrijwilligers.
Dag 11: Guëmes – Boo de Pielagos (30km)
Na een aantal kilometers over een asfaltweg komen we terecht op een pad langs de kust. De eerste kilometers over dit pad zijn heerlijk. De uitzichten zijn prachtig en het is fijn om even niet over asfalt te lopen. In Somo pakken we de ferry naar Santander, een mooie stad aan het water. In een rechte lijn lopen we de stad uit en na kilometers over asfalt langs de weg komen we eindelijk aan in het dorpje Boo de Pielagos waar ons hostel ligt.
Dag 12: Boo de Pielagos – Santillana del Mar (24km)
Vanaf het hostel lopen we naar de treinhalte op een paar honderd meter afstand. De trein brengt ons naar de overkant van de rivier. Het voelt misschien een beetje als valsspelen, maar anders moeten we 8 kilometer omlopen via een niet interessante route. Lopen over de spoorbrug is geen optie want het schijnt dat je hier een fikse boete voor kunt krijgen. De eerste kilometers zijn relaxt over een plattelandsweg langs kleine dorpjes. Daarna lopen we voornamelijk langs de weg en langs een enorme fabriek. De laatste 8 kilometer lopen we weer over gemoedelijke plattelandsweggetjes naar het dorpje Santillana del Mar. Het landschap is groen en heuvelachtig met hier en daar een boerderij. Santillana del Mar is een pareltje op de Camino del Norte. Hier lijkt de tijd stil te staan. Niet voor niks komen hier dan ook veel toeristen. In de herberg in Santillana del Mar slapen we in een prachtig gebouw in een oude nonnen slaapcel.
Dag 13: Santillana del Mar – Comillas (23km)
De gele pijlen brengen ons wederom over plattelandsweggetjes door verschillende kleine dorpjes. Voor een ontbijtje stoppen we even in het kleine dorpje Caborredondo na 7 kilometer lopen. Op een gegeven moment kunnen we een alternatieve route kiezen door het kleine dorpje Cóbreces met bovenop de heuvel een prachtige roze kathedraal. Hierna komen we al snel aan bij een prachtig strandje. Na het strandje is het even een flinke klim naar boven waarna het pad weer langs kleine dorpjes loopt. De route vandaag is heerlijk! Uiteindelijk komen we aan bij het prachtige strand van Comillas. Het centrum en onze slaapplek liggen nog een kilometer verderop.
Dag 14: Comillas – Unquera (26km)
Het eerste stuk lopen we langs de kust, langs een paar mooie stranden. Daarna lopen we langs het prachtige dorpje San Vicente de la Barquera. Bij helder weer zie je hier de bergketen Picos de Europa op de achtergrond liggen. Helaas is het bewolkt en zien we er niks van. De laatste kilometers lopen we half langs het spoor totdat we in het dorpje Unquera aankomen. Dit dorpje is totaal niet aantrekkelijk, maar hier is wel een goedkoop hotel voor wat meer rust en privacy.
Dag 15: Unquera – Llanes (30km)
Vanuit Unquera maken we een klim naar het kleine dorpje Colombres. We zijn nu in de provincie Asturië. Daarna lopen we een stuk langs de weg tot het dorpje La Franca. Hier vinden we een café voor koffie en ontbijt. We kunnen ervoor kiezen om de weg te blijven volgen of een alternatief kustpad te pakken. In het dorpje Pendueles hebben we weer de mogelijkheid om wat te eten of drinken in een klein cafeetje. Daarna kunnen we weer een alternatieve route langs de kust volgen tot aan het dorpje Llanes. De uitzichten zijn hier werkelijk adembenemend. In Llanes nemen we een kijkje bij de haven met zijn enorme kleurrijke blokken en een klein, gemoedelijk strandje. Dit is een van de leukste plekken om te verblijven op de Camino del Norte!
Dag 16: Llanes – Ribadesella (31km)
Als we Llanes uitlopen, komen we niet veel later op een pad langs stranden en kliffen. We wijken ietsje van de route af om een kijkje te nemen bij een ruïne op een klif. Vanaf hier hebben we een prachtige uitzicht op de andere kliffen en een verlaten strand. We lopen verder gedeeltelijk over de weg en gedeeltelijk over onverharde wegen. We komen langs een mooie witte kerk die aan een meertje ligt en vervolgens wandelen we een stukje door het bos, totdat we weer bij een weg aankomen die langs een prachtig strand loopt. Een mooie afwisselende route! In het kleine dorpje Naves stoppen we even voor een hapje en een drankje. Daarna loopt het pad afwisselend door bos en langs weilanden totdat we een prachtig kerkje op een heuvel bereiken. Via het kleine dorpje Cuerra komen we aan in Ribadesella.
Dag 17: Ribadesella – Villaviciosa (38km)
Langs het strand lopen we Ribadesella weer uit. De eerste kilometers zijn een steile klim naar het mini dorpje San Esteban de Leces. Vervolgens lopen we verder naar het dorpje Vega dat aan het strand ligt. Over een smal paadje lopen we verder langs het strand. Wederom een route met prachtige uitzichten. Na de kustroute lopen we langs een autoweg naar het dorpje Colunga. Hier zijn genoeg cafés en restaurants voor een pauze momentje. Na Colunga lopen we naar Sebrayo via een pad dat deels over de weg en deels door de bossen loopt. Sebrayo is een heel klein dorpje met weinig faciliteiten. Er is één herberg, maar deze is niet altijd open. We kiezen ervoor om door te lopen naar het levendige ciderdorp Villaviciosa. Cider is de specialiteit in Asturië en deze wordt telkens door de ober in een hoge boog in de glazen geschonken. Een leuke culturele ervaring!
Dag 18: Villaviciosa – Gijón (30km)
De eerste kilometers lopen we over een verlaten weg langs een paar slaperige dorpjes. Op een gegeven moment moeten we een pittige klim maken. In het piepkleine dorpje Peón dat achter de klim ligt, pauzeren we even bij een café. Vervolgens lopen we weer deels over asfalt en deels door het bos naar camping Deva. Hier is een herberg voor pelgrims, maar we kiezen ervoor om door te lopen naar de stad Gijón. De route hiernaartoe vanaf de camping is niet erg boeiend en gaat voornamelijk door woonwijken. Eenmaal aangekomen in de stad pakken we de route langs het kanaal tot aan het strand en lopen we via de boulevard naar het centrum. Gijón is een gezellige, niet te drukke stad met heel veel ciderbars.
Dag 19: Gijón – Avilés (25km)
Een saaie en tikje deprimerende route op de Camino del Norte. Het grootste gedeelte van het pad gaat langs industriegebied en langs een drukke autoweg. De eerste kilometers lopen we langs een rechte weg de stad uit. Als we de stad uitlopen, komen we langs industrieterrein en een aantal vervallen huizen. Na een klim omhoog loopt het pad wat meer door de natuur. Na een aantal kilometers gaat de route daarna weer verder langs een drukke autoweg totdat we de stad Avilés bereiken.
Dag 20: Avilés – Muros de Nalón (22km)
Via het historische centrum van Avilés lopen we de stad weer uit. Het eerste deel van de route is niet heel boeiend en al snel komen we aan in het dorpje Piedras Blancas. Hier pauzeren we even kort op één van de terrasjes op het pleintje. Vervolgens lopen we een stuk door het bos naar het dorpje Soto del Barco waar een pelgrimsbar aan de rand van dit dorp ons uitnodigt voor een hapje en een drankje. Hierna lopen we het laatste stuk over de rivier en een heuvel op totdat we bij het hostel in Muros de Nalón aankomen. Dit fijne hostel heeft een grote tuin met hangmatten en een bar met de lekkerste hamburgers.
Dag 21: Muros de Nalón – Soto de Luiña (15km)
Het eerste dorpje dat we passeren is El Pito. De route loopt gedeeltelijk over de weg en gedeeltelijk door het bos. Onderweg genieten we van een paar mooie uitzichtpunten.
Uiteindelijk komen we aan bij een super schattig geel huisje waar we welkom wordt geheten door Helena, de vrouw des huizes. Dit is één van de fijnste pelgrimsherbergen op de Camino del Norte. Helena en haar man creëren hier echt een thuisgevoel en zorgen voor ontbijt en avondeten. Ze wonen zelf naast de herberg en eten gezellig mee met de pelgrims. Helena doet zelfs de was voor ons. Zó lief! Alles is op basis van donatie. Het is goed dat we van tevoren een plekje hebben gereserveerd want er zijn niet veel bedden in deze herberg.
Dag 22: Soto de Luiña – Canero (31km)
Het eerste stuk van de route is best wel steil en al snel staan we voor de keuze. Pakken we de kustroute of de bergroute? De bergroute betekent één dikke klim en daarna weer dalen. Maar wel 18 kilometer lang geen dorpjes. De kustroute is non-stop klimmen en dalen, maar wel met dorpjes tussendoor. Deze route gaat half door het bos en half over asfalt langs wat huizen en af en toe een dorpje. We kiezen voor de kustroute en maken een kleine omweg naar een viewpoint met uitzicht op Playa Silencia, een prachtig strand. In de dorpjes Santa Marina en Cadavedo stoppen we even bij een cafeetje.
De laatste kilometers naar eindbestemming Canero lopen we over de weg. Behalve een paar huizen en een herberg met uitzicht op een viaduct is er niks te beleven in Canero. Wel is er een klein strand in de buurt waar we genieten van een prachtige zonsondergang.
Dag 23: Canero – Navia (30km)
Vanuit Canero lopen we in één stuk door naar het prachtige dorpje Luarca, dat 10 kilometer verderop ligt. De perfecte plek voor een rustmoment. Tijdens deze etappe hoeven we gelukkig niet heel veel te klimmen en dalen. De route brengt ons met name over asfalt door het platteland en af en toe een stukje bos tot aan het dorpje Navia.
Dag 24: Navia – Ribadeo (33km)
Na een korte klim vanuit het dorp is de route daarna voornamelijk vlak. We lopen langs landbouwvelden en af en toe een huis of boerderij. Na 10 kilometer komen we aan in het dorpje La Caridad waar een aantal cafeetjes zijn. Daarna hebben we weer de optie om voor de kustroute of de binnenlandse route te kiezen. De kustroute valt een beetje tegen. We zien weinig kust en vooral veel platteland. Het dorpje Tapia de Casariego is wel een klein hoogtepuntje op deze route. Op een terrasje aan de kleine haven pakken we even een momentje rust. Het pad loopt verder langs een mooi strand en komt uiteindelijk bij een brug aan die ons naar de overkant naar het dorpje Ribadeo brengt. Dit is het laatste kustdorpje op de Camino del Norte.
Dag 25: Ribadeo – Lourenzá (28km)
We verlaten de kust en lopen vanaf Ribadeo het binnenland van Spanje in. We zijn aangekomen in de volgende en laatste provincie op de Camino del Norte, namelijk Galicië. Deze provincie is super groen, een stuk kouder en veel minder bewoond. Het pad gaat voornamelijk over plattelandswegen en gedeeltelijk door het bos, maar wel over een asfaltweg. We komen een tijd lang geen dorp tegen en ook auto’s zien we hier amper. Na een flinke klim komen we aan bij een pelgrimshotel met café waar we een grote kop cappuccino bestellen. Daarna is het klimmen en dalen tot het dorpje Lourenzá.
Dag 26: Lourenzá – As Paredes (28km)
De eerste 9 kilometer lopen we langs slaperige dorpjes naar het historische Mondoñedo. Tegenover de kathedraal in het centrum ploffen we neer op het terras voor een korte pauze. Een aanrader, want de volgende 12 kilometer is er geen eetgelegenheid op de route. Na Mondoñedo staat ons een heftige klim te wachten. Gelukkig is dit tevens de laatste klim op de Camino del Norte. Daarna loopt het een stuk relaxter over een uitgestorven pad door niemandsland met prachtige uitzichten. Even helemaal weg van de bewoonde wereld, kilometers lang. Heerlijk! Het eerste stukje bewoonde wereld is het dorpje Abadín. Behalve één bar en herberg is hier niet zoveel.
We kunnen hier overnachten, maar we kiezen ervoor om verder te lopen naar één van de mooiste herbergen op de Camino del Norte. De herberg is een oud huis (16e eeuw) dat van binnenuit helemaal is gerenoveerd, terwijl het er van buiten nog steeds uitziet als een traditionele Galicische boerderij. Een geweldige plek om te relaxen en uit te rusten zowel binnen als buiten in de grote tuin met zwembad.
Dag 27: As Paredes – Vilalba (15km)
De wat grotere stad Vilalba ligt op slechts 15 kilometer afstand van de herberg en daarmee is dit voor ons een rustige wandeldag. Het pad loopt voornamelijk door het bos en af en toe passeren we een huis of boerderij. Ook komen we langs een kerk met een bijzondere begraafplaats, kenmerkend voor deze regio. In Vilalba is een pelgrimsherberg, maar wij kiezen voor en eigen studio voor wat rust en privacy. Er zijn genoeg opties in deze stad.
Dag 28: Vilalba – Miraz (34km)
Het pad verdwijnt meteen het bos in zodra we Vilalba uitlopen. Door een bosrijk gebied lopen we in bijna 20 kilometer naar het dorpje Baamonde. Hier is een cafeetje waar we even een rustmoment pakken. Net na Baamonde ligt het 100 kilometer punt en vanaf hier is het nog maar een paar dagen lopen naar Santiago de Compostella. Vanuit Baamonde lopen we verder over asfalt door bosrijk gebied met hier en daar een dorpje. In het kleine dorpje Miraz ligt een fijne herberg op donatiebasis.
Dag 29: Miraz – Sobrado dos Monxes (25km)
Net als de vorige dagen gaat de route voornamelijk door bosrijk gebied over asfalt en af en toe kiezelsteentjes. Af en toe wandelen we door een mini dorp met een paar huizen. Na 10 kilometer lopen, komen we langs de eerste herberg waar we even uitrusten en koffie bestellen. Na nog eens 10 kilometer lopen, stoppen we nog een keer bij een bar aan de weg. Niet veel later komen we aan in Sobrado. Bij binnenkomst zien we de prachtige kerk en het klooster al liggen. Als pelgrim ben je meer dan welkom om in het klooster naast de kerk te overnachten. Ook kunnen we hier het avondgebed bijwonen. Een bijzondere ervaring op een prachtige plek!
Dag 30: Sobrado dos Monxes – Calle (30km)
De eerste 10 kilometer lopen we aan één stuk door naar het kleine dorpje Boimorto. Hier vinden we een bar voor koffie en broodjes. Daarna is het nog eens 10 kilometer lopen naar het dorpje Arzúa. De omgeving is nog steeds hetzelfde. Asfaltweg afgewisseld met bospaden in een bosrijke omgeving en af en toe door een verlaten dorp. Het verschil is nu wel dat er meer rustplekken, prullenbakken en koffietentjes onderweg zijn. Vanaf Arzúa wandelen we namelijk het laatste stuk naar Santiago de Compostella over de populaire Camino Francés. In het kleine dorpje Calle is een fijne herberg die ook dienstdoet als bar en restaurant.
Dag 31: Calle – Santiago de Compostella (30km)
De laatste wandeldag! De eerste 10 kilometer lopen we in één keer naar O Pedrouzo voor een korte pauze. Onderweg komen we steeds meer pelgrims tegen. Op de Camino Francés is het namelijk een stuk drukker dan op de Camino del Norte. Door de drukte en het gebrek aan uitzichten is de route niet erg indrukwekkend. Monto de Gozo is het laatste dorp voordat we Santiago de Compostella bereiken. Hier is een enorme herberg met 400 bedden waar je de laatste nacht kunt verblijven om zo de volgende ochtend vroeg naar Santiago te lopen. Het enorme complex ziet er wat ons betreft erg ongezellig uit en nu we toch al zo ver zijn, lopen we door naar Santiago.
We lopen de laatste kilometers veel langs de weg en door buitenwijken. Eenmaal aangekomen in het historische centrum horen we de doedelzak al wanneer we door de poort naar het plein lopen. Links van ons bevindt zich de iconische kathedraal van Santiago de Compostella. Het moment is echt magisch wanneer we tussen de pelgrims op dit eindpunt aankomen. Wat een avontuur!
