Camino del Norte + Primitivo
MINKE WINK
Na onze tocht door de Pyreneeën staan we aan de noordkust van Spanje. De Camino del Norte strekt zich uit langs de Atlantische Oceaan, van Irun tot ver voorbij Gijón. Hier geen lange, stille bergkammen, maar een weg die constant op en neer golft, met afwisselende uitzichten op woeste kliffen, stranden, groene valleien en pittoreske dorpen. Het is een camino die vraagt om doorzettingsvermogen want het klimmen en dalen is onophoudelijk.
De steden langs de route geven telkens een ander gezicht van Noord-Spanje. San Sebastián en Bilbao trekken ons met hun cultuur, musea en de lokale keuken. Maar ook kleine parels als Santilliana del Mar, Laredo en Comillas hebben elk hun eigen charme. Er zijn voldoende pelgrimsherbergen en dorpjes onderweg om uit te rusten, maar het is intens druk op de route met pelgrims en (lokale) vakantiegangers. Een slaapplek vinden is soms een uitdaging.
Voor ons wacht halverwege een nieuwe wending. In Villaviciosa verlaten we de Camino del Norte en volgen we de Camino Primitivo. Deze oude route leidt ons door de bergen van Asturië, voorbij Oviedo, richting Santiago de Compostella. Hier verandert het landschap weer met meer bos, heuvels en stille valleien. Het is een camino die ons het echte binnenland van Spanje laat zien.
In deze blog neem ik je mee langs onze tocht over de Camino del Norte en verder over de Camino Primitivo. Van de eerste stappen langs de Atlantische kust, door steden en dorpen vol geschiedenis, tot de stilte en ruige schoonheid van Asturië. Ik deel mijn ervaringen, onze etappes en de plekken waar we slapen.
Dag 1: Irun – San Sebastian (26km)
Vanuit Hendaye steken we de grens over met Spanje en een paar kilometer verder zijn we al in Irun, het startpunt voor de Camino del Norte. We slapen nog een nachtje in de pelgrimsherberg in Irun voordat we aan dit nieuwe hoofdstuk van onze wandeltocht beginnen. Na het ontbijt, omringt door nieuwe frisse pelgrims, gaan we weer vroeg op pad. We mogen meteen al klimmen totdat we bij de kerk in Guadalupe aankomen. We nemen binnen een kijkje en pauzeren hier even. Al snel staan we voor de keuze. De Jaizkibel beklimmen of de gemakkelijke route nemen die iets langer is, maar wel minder klimmen. Het regent niet dus we gaan klimmen. En daar krijgen we geen spijt van. Ondanks dat het bewolkt is worden we beloond met prachtige uitzichten.
Na kilometers klimmen door het heuvelachtige landschap en dalen door het bos, komen we aan in het kleine dorpje Pasaia. Hier stappen we op een klein bootje dat ons naar de overkant van het water brengt. We nemen nog even een korte pauze en eten onze broodjes met camembert. Daarna mogen we weer klimmen. Traplopen zelfs. Maar gelukkig worden we al snel weer beloond met mooie uitzichten. Uiteindelijk komen we aan in San Sebastian. Het is zo druk in de stad. Er zijn overal vakantiegangers. We lopen naar door naar ons hostel om onze spullen te droppen. Aan het eind van de middag doen we nog een rondje stad en strand voordat we weer terugkeren naar ons hostel en vroeg ons bed induiken.
Dag 2: San Sebastian – Askizu (29km)
Als de stad nog ligt te slapen, zijn wij alweer onderweg. We lopen langs het strand over de boulevard. Daarna verlaten we de stad en mogen we meteen een klim maken. Daarna volgt een kilometers lang recht stuk met minimaal klimmen en dalen en af en toe een uitzicht op de oceaan. We dalen vervolgens af naar het dorpje Orio. Op het centrale pleintje ploffen we neer op een bankje. Daarna lopen we weer verder. Het is nog maar een paar kilometer klimmen en dalen naar surftown Zarautz. Gelukkig blijven we hier niet slapen. Het is mega druk met toeristen en het strand ligt vol. We lopen over de boulevard naar het einde van het strand. Hier vinden we een vrijwel leeg terras waar we even gaan zitten voor een biertje. Daarna lopen we verder langs de kust naar het dorpje Gretaria. Het is een prachtig stuk lopen. Ik geniet intens van de uitzichten en het geluid van de golven die tegen de rotsen klappen. In het dorpje Gretaria lonkt het strand. Het is een stuk rustiger dan in Zarautz en er zijn geen golven. We duiken de zee in. Daarna trekken we onze kleren weer aan en gaan we op zoek naar eten. We eten bij een soort afhaaltentje een broodje en tosti. Nu kunnen we er weer tegenaan.
Het is nog een paar kilometer lopen naar onze eindbestemming. We hebben een privékamer in een herberg geboekt voor wat rust en privacy. Na een pittig klimmetje komen we hier bezweet en behoorlijk uitgeput aan. Wat een fijne plek!
Dag 3: Askizu – Mutriku (22km)
We worden rustig wakker en starten pas wat later met wandelen. Na een paar kilometer lopen, komen we in het dorpje Zumaia. Bij de bakker nemen we even pauze op het terras. Hierna kunnen we kiezen voor de alternatieve kustroute, een prachtige route met mooie uitzichten. Echt genieten! Na een pittige klim zitten we op het hoogste punt vol in de wind te genieten van de uitzichten en onze baguette. Na een tijdje komen we weer op de officiële route. Bij een mooi kapelletje net voor Deba nemen we nog even pauze en vullen we onze flessen bij. Daarna dalen we steil af naar Deba. In de schaduw bij de kerk in Deba nemen we nog even pauze en proosten we op de camino.
We moeten nog een paar kilometer klimmen en dalen totdat we bij de herberg aankomen die we gereserveerd hebben. Het is hier lekker druk. Overal zijn pelgrims en hangt was te drogen. We liggen in een soort schuur zonder zuurstof. Het is echt super warm. Ik kies snel het laatste stapelbed dat nog vrij is en schrijf onze namen op de bordjes. Na een douche en de was gaan we naar de bar voor een drankje. Het eten is even later ook klaar en we verschuiven naar de eetzaal waar we een tafel kiezen. Na het eten zitten we nog even buiten met een aantal pelgrims totdat het genoeg afgekoeld is om hopelijk een beetje te kunnen slapen.
Dag 4: Mutriku – Ziortza-Bolibar (27km)
Na een verrotte nacht laten we de herberg achter ons en beginnen we in het donker al met wandelen. We lopen half door het bos en half door wat meer open gebied. De zon komt langzaam op. Het is prachtig hier. Geen uitzichten op de oceaan, maar op de groene heuvels in het binnenland. En hier en daar een huisje. Al snel komen we door het piepkleine dorpje Orlatz dat in de vallei ligt. Hierna is het een pittige klim naar boven. Eenmaal boven eten we wat stokbrood en lopen we al snel weer verder. De volgende kilometers zijn wat meer vlak en het loopt heerlijk met de prachtige uitzichten.
Uiteindelijk komen we aan in Markina waar we een café induiken voor koffie en wat eten. Daarna lopen we verder en de volgende kilometers gaan wat vlakker langs een klein riviertje. Voorbij het dorpje Ziortza-Bolibar mogen we nog even een klim maken naar het klooster waar we gaan slapen. Als we hier aankomen, zien we al dat we niet de enigen zijn. We besluiten onze tent op te zetten in de enorme tuin voor wat rust en privacy. Na een korte douche, neem ik nog een kijkje in de prachtige kerk naast het klooster. ’s Avonds rijdt de priester een enorme pan met pasta de eetzaal binnen waar we samen met de andere pelgrims van genieten. Na het eten praten we nog een tijdje met onze medepelgrims voordat we onze tent induiken.
Dag 5: Ziortza-Bolibar – Muzika (24km)
Het is nog schemerig buiten en we zetten snel een bakje koffie in de steeds drukker wordende keuken. We praten even met een aantal pelgrims die ook al wakker zijn. Als onze koffie op is, breken we de tent af en pakken we onze spullen. De route gaat het binnenland in naar het kleine dorpje Munitibar. Het enige café in het dorp is helaas nog dicht. Niet veel later komen we in het kleine dorpje Zarrabenta een bar tegen waar we even pauzeren. We genieten van een kop koffie en een broodje en lopen daarna weer verder. Een lokale man vertelt ons dat we een pelgrimsmenu kunnen krijgen voor een prikje bij het eerste restaurant in Geurnica.
Na een paar kilometer klimmen en dalen door het bos komen we aan in deze ietwat grauwe stad met zijn heftige geschiedenis. We vinden al snel het desbetreffende café waar de lokale man alweer op het terras zit met een biertje. Hij zwaait naar ons en we lopen naar binnen. Het menu is simpel, maar precies wat we nodig hebben. Na het menu lopen we nog even naar de supermarkt voor wat extra eten voor vanavond. Daarna lopen we de laatste kilometers naar de herberg. We zetten onze tent in de verste hoek in de tuin op een vlak stukje. ’s Avonds drinken er nog wat rode wijn en kletsen we nog even gezellig met wat andere pelgrims voordat we onze tent induiken.
Dag 6: Muzika – Bilbao (26km)
Vroeg in de ochtend kruipen we de tent uit voor koffie en ontbijt. De eerste pelgrims zijn al vertrokken en de rest maakt zich klaar. We gaan niet veel later ook op pad. De route brengt ons gedeeltelijk over asfalt en gedeeltelijk door het bos naar het dorpje Larrabetzu. We ploffen neer in een bar waar even geen andere pelgrims zijn voor een bakje koffie en een broodje.
We lopen kilometers over een rechte weg langs een autoweg langs industrie en door de nietszeggende dorpjes Lemaza en Zamudio. Na Zamudio mogen we nog een fikse klim naar boven maken. Eenmaal boven zien we niks van het uitzicht door de mist en bewolking. We lopen weer naar beneden, langzaam de stad in die steeds een beetje meer zichtbaar wordt. Sommige stukken gaan zo steil naar beneden. Ver buiten het centrum nemen we nog even pauze in een lokale bar. Daarna lopen we het laatste stuk naar ons hostel. We gaan douchen en even horizontaal. Daarna naar de wasserette om onze kleding te wassen. Onderweg naar de wasserette halen we eten bij de supermarkt dat we opeten in de wasserette. Lekker efficiënt. Na de was lopen we terug naar het hostel en duiken we ons bed in.
Dag 7: Bilbao – Pobeña (22km)
Na een rustdag in Bilbao lopen we op onze nieuwe schoenen de stad weer uit. We wandelen het eerste stuk langs de rivier door industrieel gebied. Onderweg stoppen we even in een lokaal cafeetje voor een kopje koffie terwijl de bouwvakkers al aan hun eerste biertje zitten. We lopen weer verder. Kilometers langs het water tot we in Gexto aankomen. Hier steken we de rivier over in de gondel van de bijzondere Viccaya brug. Prachtig om te zien en een leuke ervaring! Aan de andere kant van de rivier zijn we in Portugalette en duiken we meteen weer een barretje in voor een 0.0 biertje.
We lopen het drukke Portugalette uit en komen op een lange asfaltweg voor fietsers en voetgangers. Kilometers lang lopen we over deze weg. Het is echt veel asfalt lopen vandaag. Bij een picknick spot rusten we nog even en daarna lopen we de laatste kilometers naar La Arena. De weg is lang en saai. In La Arena gaan we naar de mini supermarkt voor wat drinken en boodschappen voor avondeten. Op een bankje bij het pleintje voor de supermarkt nemen we even pauze. Daarna lopen we de laatste anderhalve kilometer over de boardwalk langs het strand naar de herberg in het dorpje Pobeña. We zetten onze tent in de achtertuin op en even later registreren we ons bij Jesus en druk ik een tientje in de donatie box. Daarna douchen en de tent inrichten. Het krioelt hier van de pelgrims, maar omdat we niet in de slaapzaal liggen, hebben we er amper last van. We pakken de plastic stoelen en een tafel en gaan in het gras voor de herberg zitten. Niet veel later smeren we onze wraps en genieten we van dit culinaire hoogstandje. Daarna duiken we niet te laat onze tent in.
Dag 8: Pobeña – Islares (25km)
Vroeg in de ochtend pakken we onze spullen in en breken de tent af. We drinken onze koffie terwijl de eerste pelgrims buiten hun tassen inpakken. Niet veel later gaan we ook op pad. We moeten meteen een trap beklimmen, maar komen wel uit op een prachtig kustpad. De zon komt op en ik geniet intens van de uitzichten. Er staan ook een paar schattige ezels. We vervolgen de weg naar het dorpje Onton. Behalve een kerk, wat huizen en moestuinen is hier niet zoveel. Bij de splitsing kunnen we kiezen uit de kustroute of de binnenland route. We kiezen voor de kustroute, ook al lopen we dan een groot gedeelte over de weg. Na een paar kilometer wandelen over de weg, komen we aan in het dorpje Mioño waar we neerstrijken op een terras voor koffie.
Door een lange tunnel vol graffiti lopen we naar Castro Urdiales. We ploffen neer op een terras en bestellen een plato met een wijntje. We genieten intens in dit gezellige straatje. Na deze lange siësta lopen we weer verder. Als we het dorp uitlopen, horen we iemand roepen. Het is Gaya, een medepegrim die we al een paar keer eerder zijn tegengekomen. Ze loopt met ons mee naar Islares, naar de camping waar we onze tent neer willen zetten. We lopen nog een mooi stukje langs de kust en een stuk over de weg. Uiteindelijk komen we bij de camping aan. Het is echt super druk hier. Er is geen plek meer om onze tent neer te zetten, maar we kunnen nog wel een tent huren met bedden. Helemaal prima! Niet veel later komt Eduordo, een Italiaanse pelgrim ons vergezellen in de tent. Samen met Gaya gaan we nog even naar het strand om de zonsondergang te bekijken op deze drukke, maar mooie plek.
Dag 9: Islares – Santoña (23km)
Samen met Gaya gaan we weer vroeg op pad. Het eerste stukje lopen we langs de weg en dan moeten we de keuze maken voor de kustroute of de officiële weg. We kiezen voor de kustroute en Gaya gaat met ons mee. Eduordo haalt ons in en besluit ook voor de alternatieve route te gaan. We gaan over de brug naar de andere kant van het water. Daarna lopen we een stukje door het bos totdat we in het dorpje Oñion aankomen. We drinken een kopje koffie en daarna lopen we weer verder. Nog een stukje over de weg en dan slaan we af naar de kustroute. Al snel zien we een bord waar een route langs de kust op afgebeeld staat. Het is de mineraalroute die staat aangegeven met zwarte pijlen. Dus die gaan we volgen. We lopen nog een stukje door het bos en komen al snel op een kustpad met de eerste prachtige uitzichten op de oceaan en een mooi strand. Daarna is het een pittig stuk klimmen. Gestaag klimmen we door. Het wordt steeds warmer en warmer. Eenmaal boven genieten we van een prachtig uitzicht. Uiteindelijk komen we bij het punt waar we weer op de officiële camino zitten. We nemen even pauze in de schaduw lopen dan verder naar Laredo. Het is een prachtige route langs de kust. De laatste kilometers dalen we. We stoppen nog even bij een huis waar we koude drankjes kunnen bestellen. Perfect! Even wat suiker in het lichaam. En wat schaduw.
We gaan langs de herberg waar Gaya wil blijven. Er zijn al veel mensen als we er aankomen, maar er is nog wel plek. We lopen samen met Eduardo verder op zoek naar eten. We vinden al snel een restaurant met platos combinados voor een chill prijsje. Perfect! Daarna lopen we verder over de boulevard achter het strand. Aan het einde van het strand vertrekt de boot naar Santoña. In het centrum van Santoña voelen we pas hoe heet het eigenlijk is omdat er geen wind is. We halen wat snacks en water bij een klein winkeltje en lopen het laatste stuk naar de herberg.
Dag 10: Santoña – Guëmes (22km)
We pakken onze spullen en maken ons klaar voor de dag. Beneden drinken we buiten nog een kopje koffie uit de automaat en dan gaan we op pad. We laten Santoña achter ons en lopen langs de weg. Daarna lopen we langs een lange en hoge muur van de gevangenis totdat we bij het strand komen. We kiezen voor de kustroute en slaan linksaf. Over smalle paadjes met links en rechts lage bosjes met doorns klimmen we naar boven. We hebben een prachtig uitzicht op het strand. We lopen naar beneden tot we op het strand uitkomen en daarna lopen we een heel stuk over het strand.
De volgende kilometers gaan over de weg naar het dorpje Noja. Het is erg toeristisch, maar spreekt ons niet echt aan. We lopen verder landinwaarts. We passeren huizen en weilanden. De route is niet heel erg boeiend. Uiteindelijk komen we aan bij de kerk in Castillo. Niet veel later komen we in het levendigere dorpje San Miguel de Meruelo. Al snel zien we een bar en ploffen we neer voor koffie, rode wijn en tortilla’s. We nemen even pauze. Daarna pakken we een kortere route over de weg naar de herberg waar we nog voor de lunch arriveren. We krijgen soep, salade, wijn en water. Helemaal top! Na de lunch ga ik even in bed liggen en de rest van de middag doen we niet veel meer dan rondhangen. We spreken Eduardo ook nog even. In de avond is er een presentatie over de herberg en de camino. Ik tel zeker 70 pelgrims. Na de presentatie gaan we met z’n allen eten. We zitten buiten aan lange tafels. Het is heel gezellig en het eetmoment gaat eigenlijk best wel snel voorbij. Na het eten praten we nog even met een aantal medepelgrims. Daarna duik ik mijn bed in.
Dag 11: Guëmes – Boo de Piélagos (30km)
Na het ontbijt gaan we weer op pad. We volgen de mooie kustroute naar Somo. Onderweg zien we heel veel pelgrims en andere mensen. We komen uiteindelijk op het strand in Somo uit en lopen een stuk over het strand. Het is zwaar en het strand is best vol met toeristen. In het water liggen tientallen surfers die een surfles volgen. Na een paar kilometer zijn we er wel klaar mee en verlaten we het strand. We lopen door het centrum van Somo naar de haven vanwaar de boot vertrekt naar Santander. Eenmaal aangekomen in Santander duiken we een hamburger restaurant in voor een goede pauze. Daarna lopen we weer verder want we willen de stad uit. In een rechte lijn lopen we de stad uit. De weg is saai en het is alleen maar asfalt lopen. Het miezert en dat maakt het ook niet veel beter. Opeens zien we een bordje met pelgrimsrustplaats bij de Volkswagen dealer. We gaan eens kijken. Een lieve vrouw wijst ons naar de koffie, drankjes en potten vol met snoepjes. We krijgen een kop koffie van haar en mogen pakken wat we willen. Wat leuk dit!
Na de koffie en een paar snoepjes lopen we weer verder. We passeren het dorp Santa Cruz de Bezana en komen uiteindelijk bij een kerk aan in het dorpje Mompía. De kerk is dicht helaas. Er is wel gras om de kerk en een muur, maar omdat het nog redelijk vroeg is en het midden in het dorp is, voelen we het niet echt om hier te gaan wildkamperen. We besluiten verder te lopen op zoek naar een geschikte plek. Het is teveel bewoonde wereld en we voelen het niet echt. We komen langs een restaurant en zien dat het ook een hotel is. Eigenlijk is het buiten ons budget, maar het is al laat en we besluiten er toch maar een kamer te boeken in plaats van verder te lopen.
Dag 12: Boo de Piélagos – Santillana del Mar (22km)
We worden rustig wakker en gaan naar beneden voor een kopje koffie met croissant. Daarna gaan we inpakken en pas wat later in de ochtend vertrekken we. De route gaat bijna alleen maar over asfalt vandaag en het blijft de hele ochtend miezeren en regenen. Met muziek in mijn oren loop ik van dorp naar dorp over niet boeiende asfaltwegen. Het eerste dorpje dat we passeren is Arce. Bij een tankstation halen we wat te eten en daarna lopen we weer verder. Het water over en door het dorpje Oruña. In het volgende dorpje Mar stoppen we even bij een lokale bar voor koffie, een broodje en een stukje taart. We komen door het dorp Requejada en hierna steken we het spoor over terwijl er een enorme fabriek voor ons opdoemt. We lopen kilometers langs een weg en de auto’s razen ons voorbij. Op een gegeven moment zien we 2 gele pijlen. Eentje naar rechts voor de lange route en eentje naar links voor de korte route. Beide gaan over asfalt en dus kiezen we de korte route en lopen we de laatste kilometers weer langs of op een weg.
Uiteindelijk arriveren we in Santillana del Mar in de herberg. We hebben onze eigen kamer in een oude nonnencel. We vragen of we een extra nacht mogen blijven en dat kan. Super fijn! We hebben behoefte aan een rustdag en dit is een hele fijne plek daarvoor.
Dag 13: Santillana del Mar – Oyambre (31km)
Na een rustdag in dit mooie dorpje gaan we bomvol nieuwe energie weer op pad. We lopen stevig door via het dorpje Caborredondo tot Cobreces. Daar doen we een colaatje bij een lokale bar. Daarna lopen we weer verder. We lopen langs een prachtige roze kathedraal en daarna via een druk strand maken we een pittige klim naar boven. De lucht is strakblauw en de zon schijnt. De Picos de Europa zijn te zien. Wat een dag, nu al! We lopen door de dorpjes La Iglesia en Pando.
Niet veel later komen we aan in het drukke Comillas. We halen een broodje en drinken bij een bakkertje en lunchen in een hoekje in de schaduw op het plein. Daarna lopen we verder totdat we in Oyambre terecht komen. Er is een mooi strand en er zijn een aantal campings, maar alles is volgeboekt. Ook alle parkeerplekken staan hier vol met auto’s en campers. We belanden op een soort festival terrein waar we een schaduwplek vinden en wat eten en drinken. Wat later op de avond gaan we op zoek naar een slaapplek. We vragen wat rond en belanden uiteindelijk in een prachtige tuin bij een Spaanse vrouw en haar man, die zelf op het punt staan om te vertrekken. We zetten onze tent op en mogen zelfs gebruik maken van de buitendouche. We zien de zon ondergaan en gaan met een gerust hart slapen.
Dag 14: Oyambre – Unquera (21km)
We pakken onze spullen in en zien de zon opkomen. Wat een fijne plek! We vertrekken richting San Vicente de Barquera. Daar vinden we een café waar we koffie kunnen drinken en onze telefoon op mogen laden. We lopen weer veelal over asfalt en klimmen en dalen terwijl we uitzicht hebben op de Picos de Europa. Prachtig! Verder is de route niet heel boeiend. Net voor het dorpje Serdio rusten we nog even op een bankje en eten we ons laatste brood op.
Op een gegeven moment steken we het water over en komen we terecht in het dorpje Pesués. Hier passeren we een snacks en bebidas machine. We scoren een blikje drinken en gaan even zitten. Daarna lopen we de laatste kilometers tot Unquera langs een treinspoor. Al snel komen we aan in het onaantrekkelijke Unquera en lopen we meteen door naar het hotel. De lieve mevrouw laat ons meteen inchecken en we mogen de kamer in. Na een douche gaan we naar de supermarkt om eten in te slaan. De rest van de dag komen we de kamer niet meer uit en relaxen we op bed. We vermaken ons prima en geven ons lichaam de nodige rust. Morgen weer een dag.
Dag 15: Unquera – Llanes (27km)
We worden rustig wakker, pakken onze spullen in en vertrekken. Na een paar kilometer lopen, arriveren we in het volgende dorpje Colombres. Er is hier een barretje open dus tijd voor een kopje koffie. Daarna lopen we weer verder. Al snel komen we in het volgende dorpje La Franca. We gaan weer even zitten bij een bar en bestellen onze tweede koffie. De route gaat vervolgens een stukje langs de weg en wijkt dan af het dorp in en weer uit om vervolgens weer bij de grote weg uit te komen. In het dorpje Buelna volgen we de kustroute naar Llanes. We lopen langs een paar prachtige stranden waar bijna geen mensen zijn. Een heerlijke route!
In het dorpje Pendueles scoren we wat eten bij de plaatselijke mini supermarkt en eten we alles op, op het bankje voor de supermarkt. Met een volle buik gaan we weer verder. De route brengt ons weer wat meer naar de kust. We lopen langs een drukke camping en niet veel later een druk strand. Daarna volgt een prachtig stukje langs kliffen en verschillende blow holes. Het water gaat er helaas nu niet doorheen, maar alsnog is het indrukwekkend om te zien. We vervolgen het pad en steken via een hoog bruggetje een riviertje over. Het ziet er uitnodigend uit. We lopen naar beneden en duiken erin. Nou ja, duiken. Het water is erg ondiep. En mega koud! Fris en wakker lopen we even later weer verder. Na het kleine dorpje Andrin maken we een klein klimmetje totdat we bij een prachtig uitzichtpunt aankomen. We zien een mooie rots in het water en twee prachtige stranden. We lopen het laatste stuk over de weg totdat we het hostel in Llanes bereiken.
Dag 16: Llanes – Piñeres de Pría (24km)
Na een zelfgemaakt ontbijtje en kopje koffie gaan we weer op pad. We lopen langs het strand van Llanes en besluiten een kustroute te pakken en niet de camino tot aan het dorpje Po. We genieten van de zon en de heerlijke uitzichten op de oceaan en de kliffen aan onze rechterkant en de bergen aan onze linkerkant. Het is echt prachtig hier! In Po pakken we de camino weer op en lopen we weer een mooi stukje langs de kust. We wijken even van de route af om een kijkje te nemen bij een ruïne en uitzichtpunt. Daarna lopen we weer verder. We lopen langs het strand in Colerio en duiken hier bij een lokale bar het terras op voor een kopje koffie. Het wordt steeds drukker op het strand en we lopen gauw verder. We passeren een paar campings die tot de nok vol staan met tenten en caravans. De vakantie is blijkbaar nog steeds niet voorbij.
De route loopt hierna gelukkig wat meer het binnenland in waardoor het ook wat rustiger wordt. We passeren een mooi wit kerkje dat in een soort drooggevallen meer ligt. Apart om te zien. We vervolgen de route gedeeltelijk over de verharde weg en gedeeltelijk door het bos totdat we weer bij een groot strand aankomen. Het is een bijzonder strand want er is een rivier die hier uitmondt in de zee. Hierna gaat de route weer wat meer het binnenland in. In het kleine dorpje Naves drinken we wat bij een plaatselijke bar. In het volgende dorpje Nueva gaan we uitgebreid lunchen.
Na de lunch lopen we de laatste kilometers naar de herberg. Het laatste stukje is een kleine klim naar een kerkje op een heuvel. Hiernaast ligt de herberg waar gelukkig nog voldoende plek is.
Dag 17: Piñeres de Pría – Duesos (23km)
We pakken onze spullen en maken ons klaar voor de dag. Beneden drinken we een kopje koffie uit de automaat en eten we een halve palmera. Daarna gaan we op pad. Het regent en het is mistig. We volgen de pijlen en komen al snel in het dorpje Cuerres. Vanaf hier kunnen we de kustroute pakken, maar omdat het regent en bewolkt is, doen we dat niet. We lopen door over de weg tot aan Ribadesella waar we helemaal natgeregend de eerste beste lokale bar induiken. Even opdrogen en genieten van een kopje koffie en daarna gaan we weer verder. We lopen de brug over en langs een lange weg de stad uit. Na een klein klimmetje komen we langs San Esteban de Leces. Over de weg dalen we weer totdat we in het kleine dorpje Vega aankomen. Langs een paar mooie muurschilderingen komen we vervolgens bij het strand. Er zijn een paar strandbarretjes en een restaurant. Het ziet er allemaal erg troosteloos uit met het weer. We eten even snel wat nootjes en een stuk stokbrood en lopen dan weer verder over een modderig paadje langs de kust.
Niet veel later komen we aan in het dorpje Berbes waar een paar pijlen en letters ons naar de plaatselijke bar wijzen. We ploffen binnen neer aan een tafel. Na een lange pauze lopen we weer verder. We lopen een stukje door het bos totdat we weer bij een strand aankomen. Daarna volgen we weer een stukje kustroute over een glad en modderig pad. We zijn er al snel klaar mee en volgen een asfaltweg die rechtstreeks naar de herberg gaat. Ik ben blij als we hier eindelijk aankomen. We krijgen een bed toegewezen, mogen onze kleding afgeven voor de was en we gaan douchen. Daarna kunnen we relaxen tot het avondeten. Het eten is echt heerlijk. We zijn super dankbaar dat we hier mogen zijn.
Dag 18: Duesos – Barzana (19km)
Na het ontbijt pakken we onze spullen en maken we ons klaar voor de dag. Daarna nemen we afscheid van onze medepelgrims en gaan we op pad. We lopen naar het strand en pakken daar de camino weer op. De eerste surfer ligt al in het water. Het is een beetje mistig, maar gelukkig droog. We lopen over de weg door de piepkleine dorpjes Bueño en Covián en komen al snel in de wat grotere plaats Colunga aan. We komen langs een supermarkt en halen wat eten. Daarna pinnen we geld en gaan we in een barretje zitten voor wat drinken en een lange pauze. Het is maar een kort dagje vandaag. We hebben alle tijd. We laten Colunga weer achter ons en lopen over rustige plattelandswegen verder. Af en toe zien we weer maisvelden en we lopen door een paar piepkleine dorpjes met veel lege huizen. In het dorpje Priesca is nog een herberg en een kerkje waar we helaas niet binnen kunnen kijken omdat er verbouwd wordt. We vinden hier wel een bankje waar we nog even pauzeren en ons stokbrood met ham eten. Daarna is het nog maar paar kilometer lopen. We volgen de camino naar het dorpje Sebrayo. Vanaf hier wandelen we over een smal paadje naar de donativo herberg waar we gereserveerd hebben die een paar honderd meter van de route ligt.
Na een warme douche gaan we naar de naastgelegen bar voor een drankje. Die avond eten we met zijn allen in de herberg. De eigenaar heeft een enorme pan paella voor de pelgrims gemaakt.
Dag 19: Barzana – Monasterio Vadediós (17km)
Na twee koppen koffie en een paar cakejes zeggen we iedereen gedag en gaan we op pad. Na een paar uurtjes lopen over de weg komen we aan in cider stad Villaviciosa. Al snel zien we witte pijlen met appels op de grond geschilderd. We volgen de pijlen en maken zo een rondje door dit leuke dorp. Alles draait hier om de cider dat is wel duidelijk. We vinden al snel een fijne bar waar we een tijd rustig kunnen zitten. Na een lange pauze lopen we weer verder. Na een paar kilometer komen we aan op de splitsing waar we de Camino del Norte verlaten en afslaan richting Oviedo. Ik krijg het gevoel dat we de kust ver achter ons hebben gelaten als we door het typische groene heuvelachtige landschap lopen. Veel weilanden, heuvels en hier en daar een huisje met graanschuur. Het is prachtig weer en ik geniet intens. Uiteindelijk komen we aan bij het klooster waar we als pelgrims in de herberg mogen slapen. Wat een prachtige plek! ’s Avonds lopen we naar de kerk die speciaal voor pelgrims even op is. Daarna staat het eten voor ons klaar en eten we gezellig met de andere pelgrims buiten. Na het eten kletsen we nog even en niet veel later duik ik mijn bed in.
Dag 20: Monasterio Vadediós – Pola de Suero (18km)
Het ontbijt staat al klaar als we wakker worden. We doen het rustig aan en vertrekken wat later vanochtend. We mogen al gelijk een klim maken en worden beloond met mooie uitzichten. We wandelen door een klein dorpje met een paar huizen die in verschillende kleuren zijn geschilderd. Het ziet er mooi uit. Ook de typische graanschuren komen we steeds weer tegen. Het is heerlijk rustig op de route. Na een paar kilometer lopen komen we bij een drukke weg en nemen we even pauze bij een lokale bar. Daarna lopen we weer verder. We passeren het dorpje La Vega en lopen een stuk over de weg en weer een stuk door het bos. Niet veel later komen we aan in het dorpje Pola de Siero. Het eerste wat we zien zijn lege flats en lege huizen. Het voelt een beetje als een spookstad. Als we dichter in het centrum komen, is er wat meer leven in de vorm van mensen en open barretjes. Omdat het begint te regenen, rennen we naar de enige herberg in het dorp. Vrijwilliger Roberto heet ons welkom en wijst ons een kamer. We gaan even douchen en daarna de stad in op zoek naar de bar waar we volgens de Buen Camino app heel goedkoop een pelgrimsmenu kunnen krijgen. Niet normaal. Vier gangen en een fles wijn. En super lekker! Bomvol verlaten we het restaurant, terug naar de herberg waar we in bed gaan liggen en niet meer overeind komen.
Dag 21: Pola de Suero – Escamplero (28km)
Na een snel ontbijtje vertrekken we weer vroeg in de ochtend. Een paar kilometer verderop komen we aan in het dorpje El Berrón waar we bij een bar neerploffen voor een bakje koffie en een choco broodje. Daarna lopen we weer verder. Uiteindelijk komen we aan in Colloto waar we weer even pauzeren in een lokale bar. Na een koffie, 0.0 biertje en een pinxto lopen we weer verder. Het is nog maar een paar kilometer lopen naar Oviedo. In een lange rechte lijn lopen we de stad in naar de kathedraal, het startpunt van de Camino Primitivo. We nemen een kijkje in de kathedraal en lopen daarna door naar Calle Gascona, de beroemde cider straat. Het wordt tijd om ons onder te dompelen in deze culturele belevenis. We zijn meteen overprikkeld als we deze straat inlopen. Links en rechts, overal cider bars. Er is zoveel keuze! Bij de eerste bar waar we inlopen, worden we meteen welkom geheten. We krijgen een glas cider in onze handen gedrukt die door de barman met een hoge boog is ingeschonken. Hij vraagt of we ook wat te eten willen. We gaan zitten en bestellen kroketjes met ham en patatas bravas. Het is allemaal wat chaotisch, maar zo typisch Spaans. De cider smaakt goed! Hij wordt steeds weer bijgeschonken door een van de vele mannetjes die hier rondrennen. Het wordt steeds drukker en drukker in de bar met alleen maar locals. Steeds meer mensen komen voor lunch en de mannetjes rennen steeds meer en steeds sneller heen en weer. Wat een ervaring!
Na twee flessen cider houden we het voor gezien en lopen we weer verder. We moeten nog een dikke tien kilometer lopen naar de herberg die we op het oog hebben. We proberen een beetje tussen de etappes te slapen zoals ze in het boekje staan om hopelijk de drukte wat te vermijden. Het duurt even voordat we echt de stad uit zijn. Daarna brengt het pad ons weer in een heuvelachtig landschap en zijn we weer op het platteland. Kleine dorpjes, boerderijen, een middeleeuwse brug en af en toe een stukje door het bos. Het is veel klimmen en dalen. Die cider en het eten hebben er best wel ingehakt en ik kak helemaal in. De laatste kilometers loop ik weer met mijn muziek totdat we bij het restaurant zijn waar we kunnen inchecken voor de herberg. Voor een paar euro krijgen we een plastic lakenpakket en mogen we bij de herberg verderop een bed uitzoeken. Als we hier aankomen, zien we dat er al meerdere andere pelgrims zijn. Het ziet er allemaal een beetje smoezelig uit, maar we zijn allang blij dat er nog een bed voor ons vrij is.
Van Friesland naar Santiago de Compostella
Samen met vriendin Linda loop ik van Friesland naar Santiago de Compostella. Ben je benieuwd hoe ik deze lange pelgrimstocht heb ervaren? In onderstaande reisblogs neem ik je op volgorde mee langs de verschillende routes die we hebben gelopen.
