8 redenen voor een reis naar El Salvador
TINEKE WINK
El Salvador is het kleinste land van Midden Amerika en wordt vaak overgeslagen door reizigers. Zonde, want dit land heeft alles om uit te groeien tot een van de meest populaire bestemmingen in Midden Amerika. In deze blog deel ik 8 redenen om naar El Salvador te reizen.
1. Het is veilig
El Salvador heeft een niet al te beste reputatie sinds de burgeroorlog van de jaren 90. “Dat is toch dat land met al die drugsbendes?” Krijg ik een keer te horen als ik vertel dat ik hier naartoe ga. Maar dat is gelukkig sinds een paar jaar verleden tijd. Sinds president Bukele in 2019 hier aan de macht is gekomen is de veiligheid aanzienlijk verbeterd. Hij heeft er voor gezorgd dat de bendes achter de tralies zijn gekomen. We spraken een local bij een koffieplantage over de president en de toenemende veiligheid van het land. Hij vertelde zo blij te zijn om zijn vrijheid terug te hebben. Jarenlang kon hij zijn dorp niet uit omdat dan de kans bestond dat hij vermoord zou worden. Onwerkelijk. Dus sla dit land vooral niet over tijdens een rondreis door Midden Amerika. De vele politieagenten in het land kunnen je misschien een beetje afschrikken, maar die zijn er meer ter preventie. De lokale bevolking is blij je te mogen verwelkomen in hun land.
2. Het is divers
In Mexico denk je al snel aan Chichén Itzá en bij Guatemala aan de Maya stad Tikal of de Acatenango vulkaan. Maar waar denk je aan bij El Salvador? Ik had geen idee wat het land eigenlijk te bieden heeft. Maar nu ik er een maand ben geweest ben ik blij verrast. Oké, er zijn niet zulke grote bezienswaardigheden als in de andere landen, maar het land heeft alsnog genoeg te bieden. Vulkanen, koffieplantages, nationale parken, watervallen, koloniale steden, jungles en mooie stranden met de beste golven om op te surfen. En dat voor het kleinste land in Midden Amerika.
3. Er zijn nog relatief weinig toeristen
Waar vind je dat nog in Midden Amerika? Landen als Mexico (vooral de provincie Yúcatan), Guatemala en Costa Rica zijn populaire landen onder backpackers. Vaak struikel je daar over de Nederlanders, omdat we nu eenmaal een reislustig volkje zijn. Hoe anders is het in El Salvador. Hier vind je alleen in de buurt van de stad Santa Ana en aan de kust toeristen. Op andere plekken hebben we ze weinig gezien. Het aantal Nederlanders konden we de hele maand op één hand tellen. Vaak zagen we Amerikanen en gek genoeg ook veel Duitsers. In Suchitoto en El Tunco is er voornamelijk binnenlands toerisme; daar zijn veel rijke Salvadoranen. Best wel bijzonder om in een land te zijn dat nog niet is overspoeld met toeristen. Het maakt reizen nog specialer en avontuurlijker, simpelweg omdat er nog weinig op toeristen wordt ingespeeld en je zelf veel moet uitzoeken.
4. De bevolking is vriendelijk
Al op de eerste dag in San Salvador viel het ons op hoe vriendelijk de locals zijn. Ze willen je graag helpen, bijvoorbeeld als je een lastige overstap met de lokale bus hebt. Vooral op de bloemenroute (Ruta de las Flores) hebben we de meest vriendelijke mensen ontmoet. Maar zelfs op toeristische plekken als El Tunco is de bevolking over het algemeen super vriendelijk. Natuurlijk krijg je niet altijd een glimlach en zijn er ook heus weleens chagrijnige of ongeïnteresseerde mensen. Dat zijn over het algemeen mensen die hun werk niet leuk vinden. Het maakt ook wel een verschil als je een paar dagen per week in een hippe ijskraam staat waar veel mensen op af komen of zeven dagen in een stoffig winkeltje staat waar weinig mensen naar binnen gaan. Ik snap ook wel dat je daar mismoedig van wordt.
5. Het reizen met het openbaar vervoer
In El Salvador reis je vooral met het openbaar vervoer. De shuttlebussen zijn nog niet zo alom vertegenwoordigd als in Guatemala en de wegen zijn er prima. Dus waarom niet? Het is spotgoedkoop, vaak betaal je minder dan een dollar voor een rit in een bus. De chickenbussen, zoals ze ook wel worden genoemd, zijn oude Amerikaanse schoolbussen die in allerlei kleuren zijn geschilderd. Dat de bus aan alle kanten schudt en hobbelt en dat je voor dezelfde afstand met een taxi twee keer zo snel bent moet je op de koop toenemen. Het gaat om de reis en niet om de bestemming toch? Je zult hoe dan ook je ogen uitkijken. Lokale mensen met kippen op schoot, keiharde lokale smartlappen muziek op de achtergrond, kinderen die met grote ogen naar je staren, talloze verkopers en mensen die foto’s van je maken omdat je enige toerist in de bus bent. Jehova getuigen willen ook nog weleens een bus binnen wandelen. Zet je dan maar schrap. Bij ons stond er iemand naast onze stoelen een half uur lang schreeuwend te preken. Mijn oordopjes konden zijn gebulder niet dempen. Het reizen met het openbaar vervoer is veel makkelijker dan gedacht. Op Rome2Rio kun je vaak wel zien welke bus je moet pakken. Maar de naam van de bestemming staat ook altijd wel op de bus. Tijden staan er nooit bij: ze kunnen een keer per uur vertrekken of om de 10 minuten, afhankelijk van de bestemming.
6. De mooie stranden
De stranden aan de stille oceaan zijn adembenemend mooi. Hier vind je geen typische witte zandstranden, maar zijn de stranden bedekt met zwart vulkanisch zand. We zijn naar El Zonte en El Tunco geweest en het verschil tussen deze twee bestemmingen is heel groot. El Zonte is nog niet volgebouwd met resorts en strandtenten. In plaats daarvan zie je talloze palmbomen en grote rotsformaties. Hierdoor blijft het rauw en ongerept. El Tunco daarentegen is wel volgebouwd met hippe strandtenten en resorts. Maar daarentegen is hier wel meer levendigheid en meer keuze uit eettentjes. Beide plekken zijn de moeite waard om te bezoeken. Houd je van rust en mooie stranden, ga dan naar El Zonte. Zoek je een bruisende strandbestemming met veel eettentjes en bars (met harde muziek)? Ga dan naar El Tunco. Neem naar die laatste plek wel oordopjes mee! Als je niet zo’n feestbeest bent is El Tunco ook de moeite waard, maar dan kun je beter doordeweeks en buiten de vakantieperiodes gaan.
7. De tours en entreeprijzen zijn goedkoop
Als je het vergelijkt met andere landen in Midden Amerika, zijn de tours hier spotgoedkoop. Voor 10 dollar per persoon hadden we een bijna privé hike en tour (van 3,5 uur) door zeven watervallen. Om de Santa Ana te beklimmen betaal je 3 dollar entree en nog 6 dollar voor een gids. Het is een hele makkelijke hike, maar de gids is er meer voor de veiligheid en om werkgelegenheid te verschaffen. Voor andere watervallen waar je geen gids hoeft te huren, betaal je maar een dollar om binnen te komen. Niet veel als je dat vergelijkt met Mexico, waar je voor de cenotes soms al bijna 10 euro betaalt, verplicht een zwemvest om moet en de plek ook nog moet delen met veel meer toeristen. Ook betaal je in Mexico steeds vaker voor toegang tot stranden, denk aan Cancun of Tulum. Dat is in El Salvador niet het geval, hier zijn de stranden vrij toegankelijk. Toegang tot een meer (waar je dan ook van het openbare zwembad gebruik van mag maken) is hooguit een paar dollar.
8. Het lokale eten
In El Salvador kun je overal wel pupusa’s krijgen in lokale tentjes. Een pupusa is een soort handgemaakte tortilla gemaakt van mais of rijst. Je kunt ze vullen met ingrediënten naar keuze waardoor je je eigen favoriete pupusa kunt samenstellen. Daarna worden ze gebakken. Het eindresultaat is een soort pizza calzone of tosti, aangezien in veel pupusa’s gesmolten kaas zit. Ik moet wel zeggen dat als je dit vaak eet je er wel op een gegeven moment klaar mee bent. We misten over het algemeen wat variatie en gezond eten. Ik was dan ook blij dat ze aan de kust wat meer gezondere opties voor toeristen hadden. Meer gezonde bowls, salades en smoothies zonder suiker.
