Terug naar Friesland

TINEKE WINK

Ik slaap op een luchtbedje op de grond. Verder is de hele woning leeg. Afgelopen zondag heb ik al mijn spullen al verhuisd, maar de oplevering en sleuteloverdracht is pas enkele dagen later, op 18 september. Tijdens de overdracht verbaast de medewerker van VPS (leegstandbeheer) zich over mijn beslissing om hier weg te gaan. Hij zegt dat het niet vaak voorkomt (zeg maar zelden) dat iemand zelf zijn woning opzegt in Amsterdam. Ook al is het een tijdelijke woning. Op kantoor worden ze platgebeld door mensen die graag in Amsterdam willen wonen. Dit appartement gaat ook binnen no time overspoeld worden met reacties. Dat begrijp ik wel, zeker met een schamele huur (of eigenlijk bruikleenvergoeding, want het is anti-kraak) van €180 per maand. Maar ik heb het er na dik een jaar wel weer gezien. Ik ga terug naar Friesland.

Hoewel ik wel heel erg genoot van het leven in Amsterdam, voelde ik me in de wijk waar ik woonde niet 100% thuis. Iets anders zoeken in Amsterdam leek me vrij onmogelijk. Als het wel zou lukken, zou ik zo het tienvoudige aan huur moeten betalen. Dat zou ik nooit kunnen betalen. En waarschijnlijk ook niet willen als ik het geld wel had gehad. Vriendinnen vroegen: ga je Amsterdam niet missen? Een beetje wel, gaf ik toe. Mijn zusje vroeg of ik niet bang was dat ik het saai zou gaan vinden in Friesland. Misschien, maar dat zien we dan wel weer. Nu ik alweer drie maanden verhuisd ben, ben ik tot de conclusie gekomen dat ik Amsterdam (nog) niet mis en dat ik Friesland (nog) niet saai vind. En mocht dat wel veranderen, dan zoek ik het bruisende van de stad wel weer wat vaker op. Ik blijf toch altijd heen en weer schipperen tussen deze twee werelden.

Ik had nooit verwacht dat ik op mijn 32e weer tijdelijk bij mijn vader zou intrekken. Een vriendin is ook weer thuis gaan wonen, dus we weten beide hoe het voelt dat mensen om je heen huizen kopen maar je zelf weer ‘terug bij af’ bent. Wat overigens helemaal niet zo voelt. Ik vind het gezellig bij mijn vader en heb genoeg ruimte voor mezelf. En ik ben natuurlijk wel ouder geworden, dus geen puber die de koelkast plundert en de hele dag op de bank hangt. Dat ik het huishouden voor mijn rekening neem (behalve koken want dan kan mijn vader beter), vind ik wel het minste wat ik kan doen.

Er zijn een aantal redenen waarom ik het leven hier heel prettig vind, afgezien van het feit dat ik nu natuurlijk een tijdje vrij ben, als ik weer aan het werk ga zal ik ook niet altijd een roze bril op hebben. Deze argumenten wegen voor mij wel tegen de tegenargumenten op.  

Het is hier rustiger

Ik vind het fijn om in een provincie te wonen waar het in tegenstelling tot de Randstad relatief dunbevolkt is. Dat ik tijdens mijn hardlooprondje slechts een handjevol mensen passeer en niet steeds hoef te stoppen voor verkeer. In huis is het ook stil. In Osdorp hoorde ik altijd auto’s over de weg razen, kinderen die op de trap van het trappenhuis rennen, geschuif van meubels van de bovenburen of een moeder die naar haar kind schreeuwt. Ik had wel geluk hoor, want ik heb ’s nachts nooit last gehad van geluidsoverlast en de geluiden die ik overdag hoorde waren wel redelijk op gedempte toon. Maar toch, echt stil was het nooit. Ik weet nog dat ik met vriendinnen op Terschelling was en me verbaasde over de rust. Ik genoot ervan om stilte te ervaren. Toen was ik er helemaal van overtuigd dat ik op een stillere plek wilde wonen.

Het is groener

Osdorp is voor Amsterdamse begrippen best wel groen. Zo keek ik vanuit mijn huis uit over weilanden. Toch werd dat uitzicht ook weer belemmerd door heel veel voorbijrazende auto’s. Overal zijn stoplichten of drukke wegen met zebrapaden waarbij je moet opletten of de bestuurder je wel voorrang geeft. In Friesland vind je veel meer groen en landbouwwegen waar bijna geen auto’s rijden. Er zijn veel minder stoplichten. Vaker moet je wachten voor een openstaande brug. Wat ik trouwens nog niet in Friesland heb gezien, maar wel in Osdorp, zijn wilde konijnen. Die zag ik elke dag als ik door het park naar de tramhalte liep.

Mensen zijn vriendelijker tegen elkaar

In Friesland groeten mensen elkaar op straat, zijn ze wat meer ontspannen, uiten ze hun agressie minder in het verkeer en word je in de supermarkt niet genegeerd door de cassière. Wel vind ik de creativiteit, openheid en extravertheid in Amsterdam leuker. Hier is het vaak ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Het lijkt alsof je je heel erg aan moet passen en vooral niet moet opvallen. Ik wil mezelf zijn en niet gewoon doen. Want wat is nou gewoon?

Mijn vriendinnen wonen dichtbij

In Friesland heb ik vriendinnen die ik al sinds de middelbare school ken. We zijn met z’n vieren en zagen elkaar normaal gesproken een paar keer per jaar (als groep, individueel wel vaker) omdat iedereen overal en nergens woonde. Nu wonen we voor het eerst sinds onze schooltijd weer alle vier in dezelfde provincie. Super gezellig vind ik dat, want nu is het veel makkelijker om elkaar te zien. Ik zie ze nu meer dan ooit te voren. Daarentegen kan ik vrienden in Amsterdam minder makkelijk opzoeken. Dat is dan wel weer jammer.

Ik woon dichtbij mijn familie

Ik zie mijn vader nu natuurlijk elke dag en mijn moeder zoek ik regelmatig op. Ze woont in het dorp waar wij zijn opgegroeid en met de scooter ben ik er binnen een uurtje. Als het slecht weer is (of winter) dan pak ik de bus. Sandra en Minke wonen in Groningen, wat ook vrij dichtbij is. Alleen van Esther ben ik juist verder weg gaan wonen. Wat dan wel weer jammer is, want Amsterdam-Brussel was maar 2,5 uur met de trein.

Geen last van keuzestress

Ik hoef niet zo veel keuzes te hebben, daar word ik toch alleen maar onrustig van. In Amsterdam ging ik toch vooral naar de voor mij bekende plekken. IJ-hallen, Café Nol, Vapiano, Vegan Junkfood Bar, Pizzabakkers, Meneer Nieges, Exki (op Centraal) en Noorderlicht. Ook wel naar nieuwe plekken, maar vaker op initiatief van een ander. Zo ging ik in september met klasgenoten en mijn docente uiteten om te vieren dat we geslaagd waren voor onze opleiding. Ik ben dan blij dat één van hen drie opties voorstelt om uit te kiezen, omdat het aanbod in Amsterdam natuurlijk enorm groot is. In Friesland is er veel minder horeca en zijn er minder evenementen.

Wat ik dan wel weer mis is het uitgaansleven in Amsterdam. Het kan nog steeds wel, maar het is minder vanzelfsprekend. Uitgaan is hier ook leuk, maar niet zo leuk als in de Randstad. Wat hier wel goed kan: naar de sauna, bioscoop, ergens lunchen en borrelen. En maandelijks naar de IJ-hallen in Amsterdam Noord. Want dat kan ook prima met de auto. Ik merk ook dat ik niet meer overal heen hoef. Het leukste vind ik toch een avond met vriendinnen bij iemand thuis. Lekker eten, wijn en goed gezelschap, meer heb ik op zo’n moment niet nodig.


MEER WiNK WRiTES…