‘Drie weken reizen door Colombia’

ESTHER WINK

Na twee nachten vrijwel niet te hebben geslapen vanwege de zenuwen, was het dan toch echt tijd om naar Schiphol te gaan. Tien keer heb ik gecheckt of ik alles wel mee had, maar eigenlijk wist ik wel dat ik helemaal voorbereid was. Mentaal alleen totaal niet.. Maargoed, de vlucht stond op me te wachten, dus ik moest maar gaan. Het leuke was natuurlijk dat ik Sandra zou zien na zo’n 18 uur reizen. Bij aankomst op Bogotá heeft vriendin Ingrid, die in Bogotá woont, ons opgehaald en bij het hostel gebracht.

De volgende dag zijn we gelijk Bogotá gaan verkennen, met als eerste stop Cerro de Monserrate, een bergtop van 3150 meter met een kerkje erop, op zondag een populaire bestemming voor locals. Vanaf de bergtop zijn er prachtige uitzichten over de stad. Toen we net boven waren maakte een Colombiaanse familie gelijk een praatje met ons en wilden ze samen met ons op de foto. Grappig maar ook leuk dat ze zoveel interesse toonden. Misschien kwam het ook wel omdat we de enige toeristen waren boven 😉

Na beneden wat bijgekomen te zijn van de hoogte zijn we verder gegaan naar Museo del Oro (goudmuseum), om vervolgens rond te lopen en te genieten van alle zondagdrukte op de straten. Aan het eind van de middag heeft Ingrid ons weer opgehaald en zijn we met haar en haar moeder door Usaquén, een voormalig koloniaal dorpje dat nu vastgeplakt zit aan Bogotá, gewandeld. Als je in Bogotá even de chaos en drukte wil ontvluchten, dan is dit de perfecte plek.

De laatste dag in Bogotá zijn we ’s ochtends de Graffiti tour gaan doen. Deze tour wordt elke dag gratis gegeven, duurt zo’n drie uur en leidt je langs vrijwel alle belangrijke graffiti tekeningen. Ondertussen zie je veel van de stad, ook de buurten waar je als toerist normaal niet zou komen. Zeker een aanrader in Bogotá!

Na een overheerlijke lunch bij La Puerta Falsa konden we weer verder met onze culturele tocht en zijn we naar Museo Botero gegaan, een museum met vooral kunstwerken van de beroemde Colombiaanse kunstenaar Fernando Botero, die bekend staat om zijn ‘chubby’ portretten en beelden.

En toen was het alweer tijd om verder te reizen. We maakten op het busstation van Bogotá voor het eerst kennis met afdingen bij het kopen van bustickets, wat in Colombia bij lange trajecten heel gebruikelijk is. In zeven uur reden we naar San Gil, en in één uur naar Barichara in een volle minivan. Toen we aankwamen in Barichara begon het te stortregenen dus renden we zo snel mogelijk met onze zware bagage naar het hostel. Gelukkig is Barichara een klein dorpje en heb je het in twee uurtjes helemaal bekeken. Maar wij vinden het wel fijn om in zulke ‘sleepy towns’ iets langer te blijven. In de ochtend wandelden we door Barichara en maakten we natuurlijk duizenden foto’s van dit fotogenieke dorpje. In de middag deden we een lichte hike van 9 kilometer naar Guane, een dorpje dat veel op Barichara lijkt maar nog kleiner is.

De volgende dag pakten we vroeg de bus naar San Gil. We vonden een fijn hostel en zijn, na even in het zwembad gesprongen te hebben, toen in de bus gestapt naar een dorpje in de buurt. Vanaf daar moesten we een aantal kilometer lopen naar Pescaderito, een groep van vijf natuurlijke zwembaden waar we na wat klimwerk heerlijk konden zwemmen.

De volgende ochtend was het tijd voor paragliden! En nee dit zou niet zomaar even van een heuveltje gebeuren, maar vanaf 2000 meter hoogte in het nationale park Chicamocha. Het was zelfs de bedoeling nog eens een stuk hoger te komen als de wind het toeliet. Toen na lang wachten de wind goed genoeg was om überhaupt te kunnen paragliden, mocht Sandra als eerste de lucht in. Een tijdje later mocht ik, en het uitzicht was inderdaad zoals ze zeiden geweldig, onrealistisch zelfs. Helaas kon ik daar maar kort van genieten want ik werd al snel misselijk en moest toch maar na twintig minuten paragliden naar beneden toen het helemaal misging. Extreme sporten zijn blijkbaar niet voor mij weggelegd :p

Diezelfde avond hebben we een nachtbus naar Santa Marta, aan de Caribische kust, gepakt. Ondanks de horrorverhalen die we hadden gehoord was dit juist een van de meest relaxte busritjes die we gehad hadden. Ja, de airconditioning stond op -10 graden, maar als je je er goed op kleedt valt het hartstikke mee 🙂

De rest van de dag hebben we geprobeerd uit te rusten bij het zwembad van ons hostel, want de komende twee dagen zouden we in het nationale park Tayrona zijn. Helaas waren we niet de enige met dit idee: we moesten twee tot drie uur in de rij staan voor de ingang. Eenmaal binnen konden we met een busje naar de eerste stop, Castilletes, gebracht worden. We liepen naar het eerste enorme strand en hadden het helemaal voor onszelf (door de rode vlag uiteraard). Ook al waren we inmiddels oververhit en bezweet en konden we hier niet afkoelen, toch was het geweldig om voor het eerst een Caribisch strand te zien en het ook nog eens met niemand te hoeven delen 🙂

Na een hele zware, hete, maar geweldig mooie wandeling van twee uur (Lonely Planet zegt 45 minuten, trap er niet in!) kwamen we aan bij onze camping midden in de jungle. Hier konden we ook eindelijk afkoelen onder de ouderwetse douches. Toch wilden we nog heel graag even naar een strand waar we een duik konden nemen in de zee dus zijn we, na eerst nog eens flink verdwaald te zijn geraakt, aan het eind van de dag nog bij La Piscina aangekomen waar we helaas niet de enige waren, maar wel heerlijk konden zwemmen. Daarna snel terug naar de camping voordat het helemaal donker werd.

Toen de zon weer opkwam zijn we onze spullen gaan pakken en richting de mooiste stranden van het nationale park gaan lopen. Omdat het nog zo vroeg was hadden we de wandelpaden en strandjes bijna helemaal voor onszelf, wat voor ons echt dichtbij het paradijs kwam. Ook Cabo San Juan del Guía, het mooiste maar ook populairste strand van het park, was nog erg rustig toen we er aankwamen en dus zijn we helemaal losgegaan met de foto’s. De rest van dag hebben we op dit strand gelegen en zijn we eindelijk wat bijgekomen van al het lopen. Helaas moesten we aan het eind van de middag alweer naar de uitgang van het park lopen en waren zo’n drie tot vier uren later (inclusief openbaar vervoer) weer bij ons hostel in Santa Marta. Tip: als je hier naartoe gaat, ga dan langer dan twee dagen! Het is zo’n enorm groot en mooi park waar je echt meer tijd voor nodig hebt en het kamperen in de jungle is al een ervaring op zich.

Veel te snel alweer moesten we door naar de volgende bestemming: Galapa en Paluato. Hier bevindt zich namelijk een vrijwilligersproject en Minke vroeg ons foto’s en filmpjes te maken van dit project voor de reisorganisatie waar ze voor werkt. Wat waren wij blij dat we dit hadden bezocht, dit was toch wel één van de hoogtepunten van de reis! We mochten het wijkgebouw van Galapa bezoeken waar straatkinderen werden opgevangen en leuke activiteiten konden doen om hun problemen even te vergeten en ze tegelijk normen en waarden werden bijgeleerd. Deze kinderen waren ook het meest enthousiast, wat een gekkenhuis was het toen we er aankwamen! Dit schijnt elke keer te gebeuren als er een nieuwe vrijwilliger komt. Ik voelde me wel een beetje schuldig om het feit dat we maar één dag zouden blijven, zo lief waren de kinderen.

Na een gezellige avond met Inten (de oprichtster van het project) en een heerlijk rustige nacht in haar hacienda op het platteland zijn we naar Galapa gereden om daar de kleuter- en basisschool te bezoeken. Ook zijn we weer naar het wijkgebouw gegaan waar ’s ochtends les wordt gegeven.

Na de lunch was het helaas alweer tijd om verder te reizen en stapten we op de bus naar Cartagena. Daar hebben we een super leuk hotelletje gevonden, precies tussen de wijken San Diego en Getsemaní in. De volgende ochtend zijn we op pad gegaan om het oude centrum van Cartagena te bekijken. Na alle verhalen hadden we zulke hoge verwachtingen van Cartagena maar het viel ons toch wel erg tegen: we hadden niet verwacht dat er zoveel verkeer zou zijn, zoveel toeristen en toch wel irritant veel straatverkopers. Het was ook veel te heet om door de stad te wandelen dus zijn we de halve middag op onze airco kamer gaan chillen. Aan het eind van de middag hebben we nog door de wijk Getsemaní gelopen en daar kregen we toch weer een positiever beeld van Cartagena: er hing een super laidback sfeer en er waren veel minder toeristen. Die avond zijn we nog uitgegaan in de stad.

De volgende ochtend moesten we om 8 uur in het centrum verzamelen voor een tour naar Playa Blanca en Islas del Rosario. We moesten ons melden bij een man met vlaggetje in zijn rugzak en werden daarna in een grote tourbus met andere toeristen (maar nul backpackers) gestopt. De gids vertelde steeds maar weer hetzelfde in de bus (ja, we hadden na 1x wel begrepen hoe laat de lunch zou zijn) en dit was allemaal een beetje te veel voor onze brakke hoofden. Vlak voordat we bij het strand aankwamen hadden we nog een stop en sloegen alle Colombianen enorm veel eten en alcohol in en begonnen op het strand al met drinken. Ok, het is 9 uur ’s ochtends. Op Playa Blanca werden we op een speedboot gezet richting Islas del Rosario. De gids op deze boot was zo schor dat onze oren er pijn van deden. Daarnaast begon het nog eens keihard te regenen toen we op zee waren en was het onweer overal om ons heen. Bizar enge maar achteraf lachwekkende ervaring. Na een tijdje was het gelukkig weer droog en kwamen we, na nog een vreetstop voor de Colombianen, aan bij een van de eilandjes van Islas del Rosario. Hier kregen we anderhalf uur vrije tijd.. op een steiger. Het eilandje was veel te klein voor de honderden toeristen die vanuit de bootjes hier gedropt werden. Terwijl de Colombianen de tijd van hun leven hadden, waren de paar Europeanen die er waren, in shock. Het idee van een leuke boottour, en zeker naar een paradijs als wat Islas del Rosario zou moeten zijn, wordt hier toch wel heel anders begrepen dan in Europa.

De volgende dag zaten we na een korte vlucht alweer in Medellin. Weer een compleet andere regio dan het Caribische noorden. Het klimaat is er heerlijk (Medellin wordt ook wel de stad van de eeuwige lente genoemd) en de mensen zijn en zien er ook weer heel anders uit. De stad Medellin is ook heel anders dan andere Colombiaanse steden: extreem schoon, modern en goed georganiseerd. Het is daarom niet voor niks dat Medellin de meeste expats telt. Ik zie mezelf er ook wel wonen!

Zondagmiddag zijn we het centrum van Medellin ingegaan om over de Plaza Botero (van Fernando Botero) te lopen, daarna zijn we met de kabelbaan over de ‘mindere buurten’ van Medellin gegaan, wat ik een van de meest bijzondere ervaringen vond omdat je vanaf boven zo goed de buurten en het straatleven kon zien.

Diezelfde avond was het tijd voor de voetbalwedstrijd tussen Bogotá en Medellin. Voordat de wedstrijd begon was iedereen al zo enthousiast, echt zo leuk om daar tussenin te mogen zitten! Ook al was het voetbal zelf wat amateuristisch (continu over elkaar heen rollebollen en overtredingen maken), ik heb nog nooit zo’n geweldige sfeer meegemaakt in een voetbalstadion. En ook nog heel leuk om een doelpunt aan de kant van Medellin mee te maken!

De volgende dag zijn we met de bus naar Piedra del Peñol gegaan. Dit is een gigantische steen vanwaar je een prachtig uitzicht over het reservoir van Guatapé hebt. Daarna pakten we de tuk tuk naar het dorpje Guatapé: en wat zijn wij verliefd geworden op dit dorpje. Alle huisjes zijn in verschillende kleuren geschilderd met allemaal verschillende tekeningen erop. En het was er zo lekker rustig! Echt wel weer een hoogtepunt van deze reis.

De laatste dag in Medellin zouden we de Pablo Escobar tour doen, maar toen dat niet door kon gaan, zijn we de rest van de dag gaan chillen bij het zwembad van ons hostel. De volgende dag hadden we namelijk ook weer een lange reis voor de boeg: zeven uur in een minivan naar de koffieregio. We verbleven in een hostel in Salento, een van de meest toeristische dorpjes van de regio maar met een hele gezellige sfeer. Hier hebben we een koffietour gedaan en nog een geweldige vijf uur durende hike die eindigde in de Valle de Cocora, een vallei met heel veel waxbomen, waarvan sommige wel 60 meter hoog zijn.

En toen was de reis door Colombia alweer voorbij.. Wat een veelzijdig land is Colombia toch, drie weken was echt veel te kort! Vanuit de stad Pereira zijn we de laatste dag nog samen naar Bogotá gevlogen maar daarna was het toch echt tijd om weer afscheid te nemen.. Gelukkig niet weer voor zo’n lange tijd, want Sandra komt mij over acht weekjes alweer op Aruba opzoeken!


MEER REISVERSLAGEN…