‘Condors en drijvende dorpjes’

MINKE WINK

Na twee dagen bijkomen in Cuzco pakken we de nachtbus naar onze volgende bestemming, Arequipa.

Arequipa
In de schaduw van twee enorme vulkanen ligt deze schitterende witte stad. Arequipa is zonder twijfel de meest aantrekkelijke stad in Zuid-Peru. Het is hier veel warmer dan in Cuzco en de stad doet me een beetje denken aan het Midden-Oosten met zijn vele zandkleurige gebouwen en de besneeuwde bergtoppen op de achtergrond.

We komen ’s ochtends heel vroeg aan bij ons hostel en kunnen gelukkig nog een paar uurtjes bijslapen in een dorm. Ergens in de middag worden we weer wakker en een beetje suf lopen we door dit prachtige koloniale stadje met als hoogtepunt het centrale plein met uitzicht op de reusachtige kathedraal, die helaas in de steigers staat, en daarachter de besneeuwde bergtoppen. We halen een kar vol gezonde voedingsmiddelen bij de supermarkt en maken die avond pasta in ons hostel, waar we de rest van de avond blijven chillen.

Ik ben eigenlijk niet echt een museumlover maar in de reisgids staat een museum in Arequipa dat wel heel erg mijn aandacht trekt. Het museum staat bekend als het museum van Juanita. Twintig jaar geleden ontdekte archeoloog Johan Reinhard op ongeveer 6300 meter hoogte de bevroren mummie van een Inca-meisje van een jaar of veertien. Dit meisje is meer dan vijfhonderd jaar geleden geofferd door de Inca’s aan de voor de Inca’s heilige Ampato vulkaan niet ver hier vandaan.

De volgende dag brengen we dan ook een bezoekje aan dit museum en het is echt heel erg interessant maar ook een klein beetje luguber. In een rondleiding van een uur krijgen we een ontroerende documentaire te zien die National Geographic gemaakt heeft over deze vondst. Aan het eind van de tour, nadat we verschillende voorwerpen hebben bekeken die in en om het graf van het Inca-meisje zijn gevonden, staan we ineens oog in oog met de beruchte Inca-mummie die ons met open mond aanstaart vanuit een koude glazen box. Heel erg bizar.

Chivay
De volgende dag worden we vroeg opgehaald door een toeristenbusje die ons naar Chivay brengt. We hebben een tweedaagse tour geboekt naar de Colca Canyon en verblijven die nacht in het kleine bergdorpje Chivay.

We rijden door een adembenemend mooi landschap dat steeds van kleur verandert waarin kuddes wollige alpaca’s en lama’s staan te grazen. Wow! We kijken onze ogen uit en zeggen geen woord tegen elkaar, zo onder de indruk zijn we van al het moois dat we zien. We maken verschillende stops bij prachtige uitzichtpunten voordat we aankomen in Chivay.

In Chivay krijgen we de tijd om te lunchen. We vinden al snel een perfect koffietentje met goeie koffie en tosti’s. Net wat we nodig hebben! Met een portie nieuwe energie en een volle buik stappen we weer in het toeristenbusje dat ons naar de hotsprings van Chivay brengt. Fijn! Lekker badderen in veel te warm water. Blijer kun je ons niet maken. Met een biertje in de hand hangen we in het warme water genietend van de zon en nagenietend van al het moois wat we vandaag hebben gezien.

Die avond eten we alpaca, want we zijn in Peru, in een restaurant onder begeleiding van een Peruaanse band en verklede, lokale dansers. Ok. Extreem toeristisch dit, maar wel leuk. En de alpaca smaakt erg goed! Daniëlle waagt zelfs nog een dansje met de lokale dansers in hun enge vogelpak.

Na een kort nachtje worden we de volgende ochtend veel te vroeg bij het ontbijt verwacht, dat bestaat uit, al zo’n beetje ons hele verblijf in Peru, droog witbrood met mierzoete aardbeienjam en bolletjes boter. Terwijl ik de thee nog aan het wegklokken ben staat de gids alweer voor onze neus om ons op te halen. We zijn de eerste in de bus en gappen gelijk ons plekje voorin met het mooie uitzicht. Terwijl wij genieten van het uitzicht stroomt de bus vol met toeristen die we oppikken van verschillende hotels. Als de bus vol is en we weer een stop hebben gemaakt bij een toeristisch pleintje, met kraampjes met textiel en lokale dansers en alpaca’s en enorme enge vogels waar je mee op de foto kunt, rijden we naar de Colca Canyon om condors te spotten.

Colca Canyon
Natuurlijk zijn we niet de enige. Honderden toeristen staan al klaar bij het uitzichtpunt met hun camera en verrekijker in de aanslag. Ik slik, slaak een diepe zucht, en stap het busje uit op zoek naar een plekje waar we heen kunnen gaan. Wanneer we bij een iets lager uitzichtpunt met iets minder toeristen een plekje vinden en van het uitzicht genieten zijn we in shock. De toeristen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Wat een geweldig uitzicht! Het is zo mooi hier, ik kan wel huilen. En we spotten zelfs een paar enorme condors die langs vliegen. De kersjes op de taart. Het uur vrije tijd wat we van de gids krijgen lijkt in eerste instantie veel te lang voor een uitzichtpunt maar we willen hier nooit meer weg.

Op de terugweg maken we nog een aantal schitterende stops met mooie uitzichten en voordat we teruggaan naar Chivay stoppen we nog in een klein dorpje waar de souvenirs alweer uitgestald liggen en de lokale meisjes in traditionele kleding alweer klaarstaan met hun alpaca’s voor de foto’s.

Eenmaal terug in Chivay krijgen we weer tijd voor lunch en we duiken ons favoriete koffietentje in, voor de derde keer in twee dagen. Na de lunch rijden we in een ruk terug naar Arequipa waar we aan het eind van de middag aankomen. In ons hostel kijken we nog een filmpje voordat we uitgeput ons bed inkruipen.

We blijven nog een dag in Arequipa voordat we verder reizen. We slapen heel lang uit, omdat het kan, en spreken ’s middags af met een Engelse jongen die ik meerdere keren in Honduras en Nicaragua heb ontmoet. Echt heel toevallig dat we nu allebei in Arequipa zijn en heel leuk om even bij te praten.

Die avond, onze laatste in Arequipa, gaan we een andere Peruaanse delicatesse proberen. We hebben heel lang getwijfeld maar we vinden allebei dat we Peru niet kunnen verlaten zonder het geprobeerd te hebben. In een klein lokaal restaurantje bestellen we cuy chactado en niet veel later ligt er een in stukken gehakte gefrituurde cavia voor onze neus. Slik. Gaan we dit echt eten? We weten niet eens hoe we dit moeten eten! Voorzichtig plukken en proeven we. Het smaakt best wel oké. Een beetje naar kip maar dan anders.

We vervolgen onze reis vanuit Arequipa naar onze laatste stop in Peru. Het kleine stadje Puno aan het indrukwekkende Titicacameer.

Puno
Omdat we weer ontzettend vroeg in de ochtend klaar moeten staan voor de bus die ons naar Puno brengt komen we hier al om twaalf uur ’s middags aan. We zijn kapot en verrot van de busrit en de korte nacht in Arequipa en dus chillen we in onze hotelkamer met een filmpje en daarna doen we een powernapje. Puno kan wel wachten.

Pas aan het eind van de middag ontwaken we uit onze roes en gaan we het centrum in. We eten weer lokaal in een restaurantje en dit keer probeer ik het culinaire hoogstandje van het Titicacameer, de lokale forel. Het smaakt echt supergoed!

Titicaca
Het Titicacameer is het hoogste meer ter wereld. We bezoeken, samen met een bult andere toeristen, de Uros indianen die op de drijvende rieteilanden wonen in het meer. Hier krijgen we uitleg over hun manier van leven. Het is heel bijzonder en interessant maar toch voel ik me een beetje een soort indringer samen met al die andere toeristen. Ik krijg hier een beetje een dubbel gevoel bij. De lokale bevolking is echt supervriendelijk en we zijn meer dan welkom maar het is natuurlijk ook wel de bedoeling dat we op de een of andere manier wat geld voor ze achterlaten. We besluiten een boottochtje te maken op een van de zelfgemaakte rietboten om zo ook ons steentje bij te dragen.

Na ons bezoek aan twee verschillende drijvende dorpjes varen we naar het eiland Taquile. Hier krijgen we een heerlijke super verse forel voor lunch. Na de lunch gaan we een wandeling maken over het eiland. Het eiland is echt prachtig maar ik moet wel heel rustig lopen want door de hoogte ben ik echt in no time buiten adem. Het blijft raar, zo hoog zijn. De zon is hier ook een stuk feller. Dat merk ik wanneer ik met een knalrood tomatenhoofd terugkeer naar de boot, die ons weer terugbrengt naar Puno.

De volgende ochtend reizen we vanuit Puno naar Copacabana en steken we de grens over naar ons volgende land, Bolivia.

Peru is op sommige plekken echt extreem toeristisch en dat merk je heel erg. Ik hou daar eigenlijk niet zo van, maar op de een of andere manier behoud dit land heel erg zijn charme en stoor ik me bijna niet aan al die toeristen. Peru is echt een prachtig en bijzonder land waar elke natuur en cultuurliefhebber zijn hart kan ophalen. Ik ben in twee weken smoorverliefd geworden op dit land en ik kom hier zeker terug. Absoluut. Honderd procent. Peru is geweldig!


MEER REISVERSLAGEN…